id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.785 Rolnummer: A. 184094/X-13342 Zaak: Arrest 176785 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-26 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 176.785 van 13 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.785 van 13 november 2007 in de zaak A. 184.094/X-13.
- In zake :
- Geert VAN SIGHEM,
- Peggy DE HAESE, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : de stad AALST. tussenkomende partij : Marino ROELANDT, die woonplaats kiest bij advocaat P. SAEYS, kantoor houdende te 9300 AALST, Zwarte Zustersstraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert VAN SIGHEM en Peggy DE HAESE op 22 juni 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van het besluit van 20 november 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst houdende afgifte van de steden- bouwkundige vergunning aan Marino ROELANDT en Gina VAN DEN MEERSCH voor het bouwen van een vrijstaande ééngezinswoning en een tuinhuis en aanleg van verhardingen op een perceel gelegen te Erembodegem, Kromme Elleboogstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1293/g2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2007; X-13.342-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekers, van bestuurssecretaris H. VAN DE PERRE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat S. HENDERICKX, die loco advocaat P. SAEYS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging Met een verzoekschrift van 16 augustus 2007 heeft Marino ROELANDT gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- De ontvankelijkheid van de vordering 2.
- De tussenkomende partij werpt in haar verzoekschrift tot tussenkomst onder meer de volgende exceptie van onontvankelijkheid op : “
- Ontvankelijkheid van het verzoek tot schorsing A. Twee verzoekschriften Het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State trad in werking op 1 juni
- Art. 17 stelt in § 3 : Behoudens in het geval van uiterst dringende noodzakelijkheid moeten in één en dezelfde akte zowel de vordering tot schorsing als het beroep tot nietigverklaring worden ingesteld. In het opschrift van het verzoekschrift dient te worden vermeld dat hetzij een beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld, hetzij een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring. Is aan deze pleegvorm niet voldaan, dan wordt het verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten. Eenmaal een beroep tot nietigverklaring is ingediend, is een navolgende vordering tot schorsing niet ontvankelijk, onverminderd de mogelijkheid in hoofde van de verzoeker om, indien de beroepstermijn nog niet is verstreken, een nieuw beroep tot nietigverklaring in te stellen waar een vordering tot schorsing is bijgevoegd op de wijze bepaald in dit artikel. (...) X-13.342-2/5 De vordering tot schorsing is derhalve niet ontvankelijk op grond van de gecoördineerde Wetten op de Raad van State, nu een afzonderlijke vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging is ingediend. Een nieuwe vordering tot nietigverklaring en schorsing kan niet meer worden ingediend, nu de termijn van 60 dagen is verstreken, zelfs indien men de aanvangsdatum welke eisers stellen (21 mei 2007) zou in acht nemen. (Quod non) Het verzoekschrift zou dus enkel kunnen worden aangemerkt als een vordering tot nietigverklaring”. 2.
- Het inleidend verzoekschrift luidt als volgt : “VERZOEK TOT SCHORSING VAN TENUITVOERLEGGING (...) Verzoekers hebben hierbij de eer U hun verzoek tot schorsing van tenuitvoerlegging te doen geworden, gericht tegen het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Aalst dd. 20 november 2006, houdende aflevering van een stedenbouwkundige vergunning aan de heer en mevrouw Roelandt-Van de Meerssche, wonende te 1790 Affligem, Fosselstraat 82 voor h op een perceel via een toegangsweg palend de Kromme Elleboogstraat te 9320 Erembodegem-Aalst, kadastraal gekend als 11/ Afdeling, sectie A, nrs. 1293G
- (...)”. Hieruit blijkt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd in een afzonderlijk, van het verzoekschrift tot nietigverklaring gescheiden, verzoekschrift. 2.
- Luidens artikel 17, § 3, eerste lid van de Raad van State-wet, zoals vervangen door artikel 6, 3/ van de wet van 15 september 2006 en in werking getreden op 1 juni 2007, moeten, behoudens in het geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring in één en dezelfde akte worden ingesteld. 2.4.
- Ter terechtzitting werpt de raadsman van de verzoekers, met verwijzing naar artikel 17, § 3, tweede lid van de Raad van State-wet, op dat in deze niet de onontvankelijkheid van de vordering de correcte sanctie is, maar dat het verzoekschrift moet worden geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten. 2.4.
- Artikel 17, § 3, tweede lid van de Raad van State-wet luidt als volgt : “In het opschrift van het verzoekschrift dient te worden vermeld dat hetzij een beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld, hetzij een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring. Is aan deze pleegvorm niet voldaan, dan wordt het verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten”. X-13.342-3/5 2.4.
- Deze wetsbepaling betreft de sanctionering van inbreuken op de verplichting tot het vermelden van een opschrift en niet van het afzonderlijk indienen van een verzoekschrift tot schorsing. Bovendien blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 september 2006 dat het voorschrift met betrekking tot het opschrift enkel beoogt betwistingen te vermijden over de aard van de vordering, en te voorkomen dat de griffie van de Raad van State genoodzaakt zou zijn voor elk verzoekschrift te onderzoeken of er geen vordering tot schorsing in verscholen zit (Memorie van toelichting, Parl. St., Kamer, 2005-06, nr. 2479/001, pag. 28). Deze wetsbepaling kan dus niet zó gelezen worden dat, wanneer uit het verzoekschrift, en, a fortiori, uit het opschrift ervan, duidelijk blijkt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, dit verzoekschrift dient behandeld te worden als een beroep tot nietigverklaring. 2.
- De exceptie is derhalve gegrond en de vordering tot schorsing onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Marino ROELANDT in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.342-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.342-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.785 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div