← België

Arrest 176786 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 13/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.786 Rolnummer: A. 183827/X-13316 Zaak: Arrest 176786 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 13/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 176.786 van 13 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.786 van 13 november 2007 in de zaak A. 183.827/X-13.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. BUURTCOMITÉ FLANDERS EXPO,
  3. Greta DE BAENE,
  4. Jean-Pierre AMEYE,
  5. Stéphane BEKAERT,
  6. Rafaël VERMEIRE,
  7. Tillo BEGHAEGHE, die woonplaats kiezen bij advocaten B. ROELANDTS, L. PROOT en E. DE WITTE, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen :
  8. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN,
  9. de stad GENT. tussenkomende partijen :
  10. de n.v. STASIMO, die woonplaats kiest bij advocaten P. DEVERS en H. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Kouter 71-72,
  11. de n.v. IKEA BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en Y. DELACROIX, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  12. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. BUURTCOMITÉ FLANDERS EXPO, Greta DE BAENE, Jean-Pierre AMEYE, Stéphane BEKAERT, Rafaël VERMEIRE en Tillo BEGHAEGHE op 4 juni 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van :
  13. het besluit van 8 maart 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “SDW5-Handelsbeurs” van de stad Gent, en
  14. het besluit van 29 januari 2007 van de gemeenteraad van de stad Gent houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “SDW5- Handelsbeurs”, met onteigeningsplan; X-13.316-1/5 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. ROELANDTS, die verschijnt voor de verzoekers, van bestuurssecretaris A. CARETTE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat S. KEMPINAIRE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat Th. EYSKENS, die loco advocaten D. LINDEMANS en Y. DELACROIX verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  15. Rechtspleging 1.
  16. Met een verzoekschrift van 8 augustus 2007 heeft de n.v. STASIMO gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 1.
  17. Met een verzoekschrift van 9 augustus 2007 heeft de n.v. IKEA BELGIUM gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. X-13.316-2/5
  18. De ontvankelijkheid van de vordering 2.
  19. De eerste verwerende partij werpt in haar nota de volgende exceptie van onontvankelijkheid op : “II. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing 2.
  20. Het verzoekschrift blijkt op 2 juni tijdig neergelegd te zijn, doch voldoet niet aan de vereiste uit artikel 17, §3, eerste lid Raad van State-wet zoals van kracht sinds 1 juni
  21. Sinds deze datum dient men immers via een ‘enig verzoekschrift’ waarin zowel de vordering tot schorsing als het beroep tot nietigverklaring zijn vervat, met uitdrukkelijke vermelding van de aard van de procedures in het opschrift van de akte, een schorsingsverzoek in te dienen. Het verzoekschrift tot schorsing dat op 2 juni werd ingediend bij uw Raad kan niet beschouwd worden als een enig verzoekschrift: het beroep tot nietigverklaring is er niet in vervat en de aard van de procedures is niet in het opschrift van de akte uitdrukkelijk vermeld. Wanneer zoals in casu niet voldaan is aan deze nieuwe pleegvorm, dan wordt het verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten, aldus het gewijzigde artikel 17, §3 Raad van State-wet. Wegens het miskennen van artikel 17, §3 Raad van State-wet is deze vordering tot schorsing dan ook niet ontvankelijk (...)”. De tweede verwerende partij en de tussenkomende partijen betwisten eveneens de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing op grond van dezelfde argumenten. 2.
  22. Het inleidend verzoekschrift luidt als volgt : “VERZOEKSCHRIFT TOT SCHORSING (...) Dat de verzoekende partijen bij onderhavig verzoekschrift, op grond van artikel 17 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State, de schorsing vorderen van de tenuitvoerlegging van : 1) het besluit dd. 8 maart 2007 van de deputatie van de provincie Oost- Vlaanderen houdende goedkeuring van het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘SDW5 - Handelsbeurs’ van de Stad Gent (bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 april 2007) (...). 2) het besluit dd. 29 januari 2007 van de gemeenteraad van de stad Gent houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk (uitvoeringsplan) SDW 5-Handelsbeurs, met onteigeningsplan (...)”. Hieruit blijkt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd in een afzonderlijk, van het verzoekschrift tot nietigverklaring gescheiden, verzoekschrift. X-13.316-3/5 2.
  23. Luidens artikel 17, § 3, eerste lid van de Raad van State-wet, zoals vervangen door artikel 6, 3/ van de wet van 15 september 2006 en in werking getreden op 1 juni 2007, moeten, behoudens in het geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, zowel de vordering tot schorsing als het beroep tot nietigverklaring in één en dezelfde akte worden ingesteld. 2.4.
  24. Ter terechtzitting werpt de raadsman van de verzoekers, met verwijzing naar artikel 17, § 3, tweede lid van de Raad van State-wet, op dat in deze niet de onontvankelijkheid van de vordering de correcte sanctie is, maar dat het verzoekschrift moet worden geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten. 2.4.
  25. Artikel 17, § 3, tweede lid van de Raad van State-wet luidt als volgt : “In het opschrift van het verzoekschrift dient te worden vermeld dat hetzij een beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld, hetzij een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring. Is aan deze pleegvorm niet voldaan, dan wordt het verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten”. 2.4.
  26. Deze wetsbepaling betreft de sanctionering van inbreuken op de verplichting tot het vermelden van een opschrift en niet van het afzonderlijk indienen van een verzoekschrift tot schorsing. Bovendien blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 september 2006 dat het voorschrift met betrekking tot het opschrift enkel beoogt betwistingen te vermijden over de aard van de vordering, en te voorkomen dat de griffie van de Raad van State genoodzaakt zou zijn voor elk verzoekschrift te onderzoeken of er geen vordering tot schorsing in verscholen zit (Memorie van toelichting, Parl. St., Kamer, 2005-06, nr. 2479/001, pag. 28). Deze wetsbepaling kan dus niet zó gelezen worden dat, wanneer uit het verzoekschrift, en, a fortiori, uit het opschrift ervan, duidelijk blijkt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, dit verzoekschrift dient behandeld te worden als een beroep tot nietigverklaring. 2.
  27. De exceptie is derhalve gegrond en de vordering tot schorsing onontvankelijk. X-13.316-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  28. De verzoeken tot tussenkomst van de n.v. STASIMO en de n.v. IKEA BELGIUM in het administratief kort geding worden ingewilligd. Artikel
  29. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  30. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een zesde. De kosten van de tussenkomsten in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.316-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.786 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.