id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.818 Rolnummer: A. 91363/VII-21203 Zaak: Arrest 176818 - Milieuvergunningen - 14/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-26 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 176.818 van 14 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.818 van 14 november 2007 in de zaak A. 91.363/VII-21.
- In zake : Franky DEREEPER, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Franky DEREEPER op 28 april 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 25 februari 2000 waarbij de aanvraag van verzoeker tot wijziging van de milieuvergunningsvoorwaarde in het artikel 2 van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 10 juni 1999, houdende wijziging van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincie- raad van West-Vlaanderen van 3 december 1998, waarbij aan verzoeker een vergunning wordt verleend bij aktename om een veevoederfabriek, gelegen aan de Aartrijksesteenweg 46 te Jabbeke, te veranderen door wijziging en uitbreiding, niet wordt ingewilligd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de beschikking van 6 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-21.203-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GOETHALS die, loco advocaat A. LUST verschijnt voor verzoeker, en van advocaat N. DE WINT die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- Verzoeker exploiteert een familiaal veevoederbedrijf dat reeds sinds 1952 gevestigd is aan de Aartrijksesteenweg 46 te Jabbeke. 1.
- Volgens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgesteld gewestplan Brugge-Oostkust is de inrichting gelegen in woongebied. 1.
- In 1992 dient verzoeker een milieuvergunningsaanvraag in om zijn inrichting verder te kunnen exploiteren. Deze aanvraag betreft in wezen ook een uitbreiding en regularisatie van de bestaande toestand voor een aantal rubrieken die niet vergund waren. 1.
- Op 10 september 1992 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde vergunning te verlenen voor een termijn verstrijkend op 20 september
- VII-21.203-2/7 1.
- Aan deze vergunning worden verschillende wijzigingen aangebracht inzake het aspect generatoren en dieselmotoren door twee besluiten van de bestendige deputatie van 2 september 1993 en van 12 februari
- 1.
- Tegen laatstgenoemd besluit wordt beroep ingediend door een omwonende bij de bevoegde Vlaamse minister. 1.
- Dit beroep wordt door de minister gedeeltelijk gegrond bevonden en op 4 september 1998 beslist hij de nieuwe generator met bijbehorende dieselmotor, alsook de bestaande dieselmotoren, te weigeren. 1.
- Ingevolge deze beslissing doet verzoeker melding van de verandering inzake de generatoren. 1.
- Bij besluit van 3 december 1998 neemt de bestendige deputatie akte van de veranderingen en wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat verzoeker binnen de zes maanden de nodige saneringen moet uitvoeren om de geluidsnormen voor bestaande inrichtingen te kunnen naleven. 1.
- Tegen deze beslissing wordt opnieuw beroep ingediend door twee omwonenden. 1.
- Op 10 juni 1999 verklaart de Vlaamse minister dit beroep gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de verwijzing naar de "geluidsnormen voor bestaande inrichtingen" in de hierboven vermelde bijzondere voorwaarde, zoals opgelegd bij het besluit van 3 december 1998, wordt vervangen door de "geluidsnormen voor nieuwe inrichtingen". 1.
- Noch de beslissing van de minister van 4 september 1998, noch diens beslissing van 10 juni 1999 worden door verzoeker aangevochten met een annulatieberoep. 1.
- Op 29 oktober 1999 dient verzoeker bij de bevoegde Vlaamse minister een aanvraag in tot wijziging van de bijzondere vergunningsvoorwaarde opgelegd in de beslissing van 10 juni
- De aanvraag is als volgt geformuleerd : VII-21.203-3/7 "Betreft : vraag tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden van het bedrijf Dereeper Franky, Aartrijksesteenweg 46 te 8490 Jabbeke (dossier AMV/00008865/10001, art. 2) : waarbij 'de exploitant moet binnen de 6 maanden de nodige saneringen uitvoeren teneinde de geluidsnormen voor de dieselmotoren voor nieuwe inrichtingen steeds te kunnen naleven' te wijzigen als volgt: 'De exploitant moet binnen de 6 maanden de nodige saneringen uitvoeren, teneinde de geluidsnormen voor de dieselmotoren voor bestaande inrichtingen steeds te kunnen naleven' (...)". 1.
- Op 25 februari 2000 weigert de minister de gevraagde wijziging van een milieuvergunningsvoorwaarde toe te staan. Dit is het thans bestreden besluit.
- De ontvankelijkheid 2.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij in haar beslissing van 10 juni 1999 als bijzondere vergunningsvoorwaarde heeft opgelegd dat een sanering moest worden uitgevoerd om aan de geluidsnormen voor "nieuwe inrichtingen" te voldoen, terwijl in eerste aanleg naar de geluidsnormen voor "bestaande inrichtingen" werd verwezen en dat verzoeker tegen deze beslissing geen annulatieberoep heeft ingediend. Voorts heeft verzoeker - buiten de termijn om een annulatieberoep in te dienen - een "aanvraag" aan de minister gericht om een bijzondere vergunningsvoorwaarde te wijzigen en heeft de minister hieromtrent het thans bestreden besluit genomen die zijn eerdere beslissing bevestigt. Aangezien verzoeker dus geen annulatieberoep tegen het ministerieel besluit van 10 juni 1999 heeft ingediend, is dit besluit definitief geworden. Hij richtte echter wel een vraag tot dezelfde overheid om volledig op diens beslissing van 10 juni 1999 terug te komen. 2.
- Een beslissing genomen naar aanleiding van een willig beroep kan slechts op een ontvankelijke wijze worden aangevochten voor de Raad van State, in de mate dat het bestreden besluit geen loutere bevestiging is van de eerdere beslissing en dat zij in de plaats is gekomen van die beslissing die reeds definitief was geworden. Opdat er te dezen sprake zou zijn van een "louter bevestigende beslissing", moet worden voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden. Het moet gaan om een beslissing waarvan het voorwerp identiek is aan het voorwerp van de eerste beslissing en het bevestigend karakter van de tweede beslissing moet door de overheid beoordeeld worden op basis van de motieven die eraan ten grondslag VII-21.203-4/7 liggen. Wanneer de tweede beslissing genomen is omdat zich nieuwe feitelijke of juridische omstandigheden aandienden, gaat het niet om een louter bevestigende beslissing. Hetzelfde geldt wanneer er een nieuw onderzoek ten gronde aan de nieuwe beslissing voorafgaat. 2.
- In zijn laatste memorie stelt verzoeker hieromtrent het volgende : "Zoals blijkt uit (...) het administratief dossier heeft de verzoekende partij gewis niet zomaar om een willige beoordeling gevraagd van het besluit van 10 juni
- Verzoekende partij heeft wel degelijk een aanvraag ingediend tot 'wijziging van de vergunningsvoorwaarden', aldus impliciet doch zeker aanhakend bij art. 21 MVD 28 juni 1985 (Milieuvergunningsdecreet) en art. 45, §1 Vl. (Vlarem) I. Dat verzoek heeft wezenlijk en substantieel tot doel/voorwerp 'de voorwaarden te wijzigingen en te brengen tot op 45dB (A) met een marge van 3 dB (A)'. Dat daaraan is toegevoegd de vraag om de termen 'voor nieuwe inrichtingen' uit het besluit van 10 juni 1999 te wijzigen in 'voor bestaande inrichtingen', is daaraan volkomen subsidiair. (...) In beginsel stond niets eraan in de weg dat de minister inderdaad besliste een geluidsemissie toe te laten tot 45 dB (A) met een marge van 3 dB (A) zonder daarom ook in te gaan op het tweede onderdeel van de vraag. Geluidsnormen zijn immers sowieso slechts richtnormen, zodat afwijking van de richtnorm mits behoorlijke motivering steeds mogelijk is. Bovendien heeft de verzoekende partij, om een wijziging van de opgelegde norm te bekomen, niet alleen verwezen naar de 'voorgeschiedenis' (...), ook reeds gekend in de zaak die heeft geleid tot het besluit van 10 juni 1999, maar ook gewezen op de 'stand van zaken op huidig ogenblik' (...). Onder die hoofding heeft zij nieuwe elementen aangebracht, die nog niet gekend waren op 10 juni 1999, m.n.: 'Inmiddels werden voor 1.280.192 fr. investeringen uitgevoerd (bijlage 4). De werkzaamheden werden constant opgevolgd met controlemetingen. Op aanwijzing van de geluidsdeskundige van MIVEDI, de heer Ignaas Crombez, werd stelselmatig geluiddempende (sic) materialen en constructies aangebracht. Op 13 augustus ll. werd een uitgebreid akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 5). (...)' (...)". 2.
- Het voorwerp van de beslissing van 10 juni 1999 en van het thans bestreden besluit is identiek. De beslissing van 10 juni 1999 legt als bijzondere voorwaarde een sanering op, om te voldoen aan de normen voor nieuwe inrichtingen, terwijl het bestreden besluit de aanvraag van verzoeker afwijst om de voornoemde bijzondere voorwaarde te wijzigen en zodoende de beslissing van 10 juni 1999 bevestigt. Uit het administratief dossier blijkt dat bij het aanvraagdossier een hele reeks stukken zijn gevoegd sinds het verlenen van de basisvergunning van
- Het enig nieuwe element dat dateert van ná de beslissing van 10 juni 1999 is VII-21.203-5/7 een geluidsstudie van 13 augustus 1999 uitgevoerd door de b.v.b.a. MIVEDI. Verzoeker toont niet aan dat in de evaluatie van deze metingen enig nieuw gegeven wordt aangebracht met betrekking tot de vraag of voor de dieselmotoren de normen voor bestaande of voor nieuwe inrichtingen in acht moeten worden genomen. In het bestreden besluit wordt in fine dan ook terecht overwogen "dat de exploitant geen nieuwe elementen aanbrengt die moeten toelaten om de dieselmotoren als bestaande inrichtingen te beschouwen". Het feit dat de verwerende partij de aanvraag aan een nieuw onderzoek heeft onderworpen en dat zij in haar motivering verwijst naar de geluidsmetingen uitgevoerd op 13 augustus 1999 doet niets af van de vaststelling dat verzoeker geen enkel nieuw element heeft aangebracht met betrekking tot de kwalificatie van de dieselmotoren als bestaande inrichtingen - hetgeen nochtans het enige voorwerp van zijn aanvraag was. Bijgevolg is het thans bestreden besluit niet meer dan een loutere bevestigende beslissing van de beslissing van 10 juni 1999, die definitief is geworden ingevolge het niet tijdig indienen van een annulatieberoep door verzoeker. Het beroep is niet ontvankelijk, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-21.203-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien november tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-21.203-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.818 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div