← België

Arrest 176824 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 14/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.824 Rolnummer: Zaak: Arrest 176824 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 14/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-26 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:06 Fiche Arrest nr 176.824 van 14 november 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.824 van 14 november 2007 in de zaken A. 70.358/VII-14.572 A. 70.359/VII-14.573. In zake : I. Marc DE MOOR, II. de Belgische Reumatologenvereniging, die woonplaats kiezen bij advocaten W. GONTHIER en D. DHAENENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12, bus 13 tegen : I. + II. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten J. VANDEN EYNDE en B. VAN HYFTE, kantoor houdende te BRUSSEL, Kroonlaan 340. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc DE MOOR op 14 augustus 1996 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het koninklijk besluit van 10 mei 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 19, lid 3, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen (Belgisch Staatsblad van 20 juni 1996); Gezien het verzoekschrift dat de Belgische Reumatologenvereni- ging op dezelfde datum heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van hetzelfde koninklijk besluit; Gelet op het arrest nr. 66.108 van 29 april 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit in de zaak A. 70.358/VII-14.572 wordt verworpen; VII-14.572-14.573-1/14 Gelet op het arrest nr. 121.046 van 26 juni 2003 waarbij de zaken A. 70.358/VII-14.572 en A. 70.359/VII-14.573 worden gevoegd, de debatten worden heropend, het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het onderzoek van de ontvankelijkheid van de vorderingen, het door de auditeur-verslaggever in zijn verslagen ambtshalve opgeworpen middel wordt verworpen en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het onderzoek van de gegrondheid van de vorderingen; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK in beide zaken; Gelet op de beschikking van 11 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de tweede verzoekende partij en van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. MARICHAL die, loco advocaat W. GONTHIER verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat B. VAN HYFTE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-14.572-14.573-2/14 1. De feiten Het bestreden besluit wijzigt het koninklijk besluit van 10 januari 1991 waarbij onder meer de nomenclatuur van de revalidatiever- strekkingen bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsver- zekering wordt vastgesteld, door de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen uit te breiden tot de verstrekkingen voor revalidatie van hartpatiënten. Voor een goed begrip zijn de volgende bepalingen van het bestreden besluit van belang : "Art. 4. Een artikel 4bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : 'Art. 4bis. § 1. De omschrijving van elke prestatie opgenomen in hoofdstuk IV van de bijlage wordt gevolgd door het bedrag van de honoraria voor elke prestatie. Dit bedrag is het maximumbedrag dat door de geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardio- logische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, op wiens aanvraag en onder wiens toezicht het programma wordt uitgevoerd, aan de rechthebbende mag worden aangerekend. In geval deze geneesheer een specialist in de fysische geneeskunde is, dient de equipe bovendien een geneesheer specialist in de cardiologie, in de inwendige geneeskunde of in de pediatrie te bevatten. § 2. Het bedrag van de honoraria voor de prestaties vermeld in § 1 hierboven wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 117,19 (november 1994). Dit bedrag wordt aangepast volgens de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprij- zen van het Rijk worden gekoppeld'. Art. 6. Een artikel 5bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : 'Art. 5bis. Het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming voor de prestaties opgenomen in Hoofdstuk IV van de bijlage bedraagt :

  1. a)1. 230 frank voor de prestatie met het codenummer 771201; voor de in artikel 5, tweede lid, van dit besluit bedoelde rechthebbenden bedraagt het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming evenwel 1.299 frank.
  2. b)890 frank voor de prestatie met het codenummer 771212 - 771223; voor de in artikel 5, tweede lid, van dit besluit bedoelde rechthebbenden bedraagt het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming evenwel 938 frank'. Art. 13. Een Hoofdstuk IV, luidend als volgt, wordt toegevoegd aan de bijlage bij hetzelfde besluit : 'Hoofdstuk IV. - Verstrekkingen voor revalidatie van hartpatiënten. - 771201 Individuele pluridisciplinaire revalidatiezitting met minimale duur van 30 minuten. Deze zitting is maximaal 30 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma voor een gehospitaliseerde patient....1.344 F 771212-771223 VII-14.572-14.573-3/14 Collectieve pluridisciplinaire revalidatiezitting met minimale duur van 60 minuten, volgend op een individueel revalidatieprogramma en, voor wat het aspect fysieke hertraining betreft, zich richtend tot een groep van maximaal acht personen. Deze collectieve zitting is maximaal 45 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma. Evenwel, in het geval van revalidatie volgend op een hart- en/of longtransplan- tatie is deze collectieve zitting maximaal 90 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma. per zitting en per rechthebbende.............................................. 968 F De honoraria vastgesteld voor de revalidatiezittingen onder 771201, 771212- 771223 omvatten ook het opstellen door de geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, van een pluridisciplinaire evaluatie van de revalidatie met prognose en advies inzake revalidatieprogram- ma. De eerste evaluatie dient te gebeuren voor het einde van de hospitalisatie en ten laatste voor de vijftiende dag ervan. Deze evaluatie omvat een beoordeling door ten minste 2 van de volgende tussenkomende personen : een psycholoog, een sociaal assistent, een diëtist, een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandicapten. Zij omvat ook een afzonderlijk aanrekenbaar cardiologisch onderzoek, eventueel met inspanningsproef (ECG. minstens 4 afleidingen). De uitvoering van het revalidatieprogramma onder toezicht van de geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, omvat, behalve voor het opmaken van voornoemde evaluatie, ook daarbuiten nog de tussenkomst van minstens twee van de volgende personen : een kinesitherapeut, een psycholoog, een sociaal assistent, een diëtist, een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandicapten. A : De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn slechts vergoedbaar na één der navolgende cardiale pathologieën die een ziekenhuisopname heeft verantwoord : 1/ acuut myocardinfarct, 2/ kransslagaderchirurgie, 3/ therapeutische percutane endovasculaire ingreep op het hart en/of de kransslagaders onder controle door medische beeldvorming, 4/ heelkundige ingreep wegens aangeboren of verworven misvorming van het hart of wegens klepletsel, 5/ hart- en/of longtransplantatie, 6/ resistente angina pectoris, 7/ cardiomyopathie met dysfunctie van de linker hartkamer. De laatste twee indicaties moeten worden gespecifieerd door een omstandige anamnese, antecedenten, technische onderzoeken, die de pluridisciplinaire revalidatie verantwoorden. De verstrekking 771212 - 771223 is slechts vergoedbaar wanneer ze verleend wordt aan patiënten tijdens deze ziekenhuisopname en gedurende een periode van 6 maanden onmiddellijk na het einde daarvan. Evenwel, na hart- en/of longtransplantatie bedraagt deze periode die onmiddellijk volgt op het einde van de ziekenhuisopname 10 maanden. B : De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn slechts vergoedbaar wanneer ze verricht worden in een dienst voor cardiale revalidatie waaraan minimaal verbonden zijn : een geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in VII-14.572-14.573-4/14 de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, en tevens een kinesitherapeut en een psycholoog en een sociaal assistent. In geval de geneesheer een specialist is in de fysische geneeskunde, moet daarenboven aan de dienst een geneesheer specialist in de cardiologie, in de inwendige geneeskunde of in de pediatrie verbonden zijn. Deze personen moeten ten belope van minstens een halftijdse betrekking effectief aan de dienst verbonden zijn. Bovendien moet de dienst, op basis van een schriftelijke overeenkomst die is ondertekend door een verantwoordelijke die het ziekenhuis verbindt, door de geneesheer die verantwoordelijk is voor de dienst en door de betrokken therapeut, ook beroep kunnen doen op een diëtist en op een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandi- capten. De dienst moet zelf beschikken over een voldoende ruim oefenlokaal uitgerust met voldoende oefentoestellen, apparatuur voor continue monitoring en reanimatiemateriaal, evenals over een van het oefenlokaal gescheiden gespreksruimte. Een dienst voor cardiale revalidatie moet aan het College van geneeshe- ren-directeurs alle inlichtingen overmaken op basis waarvan het College oordeelt of, en vanaf welke datum, een dienst beantwoordt aan hierboven opgesomde voorwaarden inzake personeel, lokalen en uitrusting. Het College maakt de lijst op van de diensten die aan deze voorwaarden beantwoorden en het bepaalt voor elk ervan de periode gedurende dewelke de verstrekkingen voor revalidatie van hartpatiënten dan verricht, kunnen worden aangerekend. Voor een dienst kan deze periode niet langer zijn dan 21 opeenvolgende maanden en eindigt zij op 31 december van een jaar; met het oog op een verlenging ervan moeten de hierboven bedoelde inlichtingen door de dienst aan het College overgemaakt worden vóór de eerste november van het jaar waarin zijn lopende periode eindigt. C : Maximum één verstrekking 771201, 771212 - 771223 is vergoedbaar dezelfde dag. De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn niet onderling cumuleerbaar dezelfde dag. De verstrekking 771212 - 771223 is niet cumuleerbaar dezelfde dag met de verstrekkingen 102034, 102071 en 102093 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundi- ge verzorging en uitkeringen. De verstrekkingen 771201 en 771223 zijn niet cumuleerbaar voor de gehospita- liseerde rechthebbende, noch dezelfde dag, noch afwisselend, met de verstrek- kingen vermeld in artikel 7, § 1, de verstrekkingen 477116-477120, 477455 - 477466, 477470 - 477481, 477492 - 477503, 477514 - 477525 en 477536 - 477540 vermeld in artikel 20, f), en de verstrekkingen vermeld in artikel 22 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984. De verstrekking 771212 - 771223 is dezelfde dag voor de ambulant behandelde rechthebbende niet cumuleerbaar met de verstrekkingen vermeld in artikel 7, § 1, en in artikel 22, II, van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984. De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn ook niet cumuleerbaar met de verstrekkingen verricht in het kader van de overeenkomsten bedoeld bij artikel 22, 6 /, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Het toezicht op de cardio-respiratoire functie, dat samengaat met de revalidatie- zittingen, mag niet worden aangerekend volgens artikel 20, § 1, e, van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit van 14 september 1984, de dag waarvoor één der verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 wordt aangerekend. VII-14.572-14.573-5/14 De tegemoetkoming voor de verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 is afhankelijk van het akkoord van de adviserend geneesheer, die zijn beslissing treft op basis van een aanvraag met vermelding van de begindatum van de revalidatie, van de voorziene periode en de frekwentie der zittingen, en op basis van een kopie van de opgestelde pluridisciplinaire evaluatie van de revalidatie. De aanvraag om tegemoetkoming, opgemaakt op een formulier waarvan het model is goedgekeurd door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, moet onverwijld door de rechthebbende worden ingediend bij de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds, van zijn gewestelijke dienst of van de Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. De tegemoetkoming wordt geweigerd voor de behandelingen die zijn verricht langer dan dertig dagen voor de datum waarop de aanvraag door de adviserend geneesheer is ontvangen. In afwijking van artikel 148, § 2, eerste lid, en artikel 150, § 1, van het koninklijk besluit van 4 november 1963 tot uitvoering van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en voor zover het individueel geval beantwoordt aan de hierboven vermelde criteria, en de verstrekkingen verricht worden door een dienst opgenomen in de hierboven vermelde lijst, en in de hierboven voorziene omstandigheden, wordt de adviserend geneesheer geacht zijn akkoord te verlenen indien hij binnen de twee weken na ontvangst van voornoemde documenten geen weigeringsbeslis- sing heeft betekend. Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd'". Bij arrest nr. 66.108 van 29 april 1997 wordt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging, ingesteld door eerste verzoeker, verworpen, omdat verzoeker niet duidelijk maakt of de "cardiale" revalidatie, voorwerp van het bestreden besluit, zijn volledige medische praktijk vult dan wel slechts een gedeelte daarvan, en in dat laatste geval hoe groot het aandeel van die specifieke revalidatie daarin vertegenwoordigt. In het kader van het beroep tot nietigverklaring worden op dat vlak geen nadere concrete gegevens verstrekt. 2. Ontvankelijkheid 2.1. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord de volgende exceptie op : "Verzoekende partij geeft geen blijk van het rechtens vereiste belang tot het bekomen van de nietigverklaring van het bestreden KB; Verzoekende partij bekleedt de in artikel 1 van het KB van 25.11.91, voornoemd, erkende titel van geneesheer-specialist in de reumatologie, alsook, de bijzondere beroepstitel krachtens artikel 2 van voormeld KB van 25.11.91 van specialist 'in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten', oftewel afgekort 'specialist in de revalidatie'; De geneesheren erkend als specialisten in de reumatologie en in de revalidatie, kunnen de bijzondere titel van specialist in de revalidatie enkel en alleen aanwenden ten behoeve van diegene die een handicap hebben die overeenstemt met die waarin de geneesheer-specialist zijn basisopleiding heeft genoten, zijnde in casu de reumatologie; VII-14.572-14.573-6/14 M.a.w., reumatologen, dewelke eveneens specialist zijn in revalidatie, kunnen enkel revalidatie verstrekk(
  3. en)(ten) behoeve van patiënten die een handicap hebben dat kan gesitueerd op het vlak van de reumatologie; (...) Geneesheren-specialisten in de reumatologie en de revalidatie kunnen aan revalidatieverstrekkingen doen, ook aan patiënten dewelke te maken hebben met zogenaamde cardio-respiratoire handicaps, doch voor zover deze enkel verband houden met de reumatologische pathologieën waarop hun specialiteit slaat; De categorie van de door verzoekende partij aangehaalde 'cardio-respiratoire handicaps', is veel ruimer dan de beperkte cardiologische pathologieën opgesomd in punt A van het hoofdstuk IV ingevoegd krachtens artikel 13 van het bestreden KB in de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen; Daar verzoekende partij derhalve niet zonder schending van artikel 35 quater van het KB nr. 78 van 10.11.67 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (BS, 14.11.67, err., BS 12.06.68) en niet zonder zich bloot te stellen aan strafsancties krachtens het artikel 40bis, 1/ van hetzelfde KB nr. 78, de in het bestreden KB voorziene revalidatieverstrekkingen kan verlenen daar hij hiervoor niet erkend is, alsook over geen competenties beschikt, heeft hij ook geen belang bij de nietigverklaring van het bestreden KB". 2.2. De verzoekende partijen stellen daar tegenover het volgende : "Verzoekende partij heeft wel degelijk een verrechtvaardigd 'belang' bij huidige vordering. Het kan inderdaad niet ernstig betwist worden dat de verzoekende partij wel degelijk dergelijk belang heeft waar zij precies nastreeft de thans in hoofde van de reumatologen, erkend in de revalidatie, bestaande bevoegdheid te bescher- men. (...)". 2.3. In haar laatste memorie voegt de verwerende partij daar nog aan toe dat, wie erkend is als specialist in de revalidatie enkel revalidatieverstrekkingen mag verrichten die verband houden met zijn basisspecialisatie, en dat bijgevolg geneesheren-specialisten in de reumatologie, dewelke eveneens erkend zijn als specialist in de revalidatie, enkel revalidatiehandelingen mogen verrichten dewelke verband houden met hun basisspecialisatie, zijnde de reumatologie. Zij besluit als volgt : "In de mate aldus de geneesheren-specialisten in de reumatologie, tevens specialisten in de revalidatie, enkel revalidatieverrichtingen mogen verstrekken dewelke verband houden met hun basisspecialisme van reumatologie, werd terecht door verwerende partij betoogd dat zij niet over de nodige medische en juridische kwalificaties beschikken om de in het bestreden besluit beoogde cardiale revalidatie te verstrekken, zodat terecht hun prestaties werden uitgesloten van de tegemoetkoming door de ziekteverzekering". VII-14.572-14.573-7/14 2.4. Eerste verzoeker beperkt er zich toe in zijn inleidende akte zonder meer te poneren dat hij, als erkend geneesheer-specialist, belang heeft bij het ingestelde beroep. Hij zet echter niet duidelijk en concreet uiteen welke de exacte ongunstige gevolgen zijn van het bestreden besluit op zijn professionele situatie. Dit klemt des te meer nu de aangevochten bepalingen op dit vlak niet op het eerste gezicht duidelijk zijn, het arrest nr. 66.108 van 29 april 1997 omwille van een gebrek aan concrete gegevens daarover de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging heeft verworpen en de verwerende partij, zonder daarin door verzoeker op overtuigende wijze te worden tegengesproken, uiteenzet dat het bestreden besluit slechts een beperkte draagwijdte heeft. Eerste verzoeker slaagt er niet in de twijfel die omtrent zijn belang is gerezen weg te nemen, zodat zijn beroep niet ontvankelijk is. De tweede verzoekende partij heeft er, als erkende beroepsvereni- ging, belang bij een besluit aan te vechten dat een wijziging, hoe beperkt ook, aanbrengt in de bestaande beroepssituatie van haar leden, temeer nu wordt aangetoond dat die wijziging een ongunstige weerslag heeft op hun belangen. 3. Ten gronde 3.1. De verzoekende partijen roepen een eerste middel in dat als volgt luidt : "In het aangevochten KB heeft de Koning het bij artikel 11 van de Grondwet bevestigde gelijkheidsbeginsel geschonden. De geneesheren erkend als specialist in de reumatologie en in de revalidatie en de andere geneesheren specialisten wel bedoeld in de hoger aangehaalde bepalingen van het gewraakte besluit hebben uiteraard, gezien hun erkenning, dezelfde medische en juridische kwalificaties met het oog op het verrichten van de in het KB bedoelde prestaties. Door de geneesheren reumatologen, specialisten in de revalidatie, de toepassing van gezegd KB uit te sluiten heeft de Koning een arbitrair onderscheid ingevoerd tussen gezegde geneesheren en deze waarop de hoger aangehaalde bepalingen wel toepasselijk zijn, terwijl gezegde bij dit KB ingevoerde ongelijkheid in behandeling op geen enkel objectief criterium stoelt. In zijn arrest nr. 24.853 bevestigde uw Raad dat de Koning zonder artikel 11 van de Grondwet te schenden, twee groepen personen die hetzelfde beroep uitoefenen, toch aan verschillende regels kan onderwerpen mits ze hun beroep in verschillende omstandigheden uitoefenen, op voorwaarde dat het onderschei- dingscriterium objectief is. Het door verzoekende partij aangevochten KB beantwoordt -zoals hoger aangetoond- aan geen van beide in dit arrest weerhouden criteria. VII-14.572-14.573-8/14 A contrario kan dienvolgens enkel besloten worden tot de ongrondwettelijk- heid van het door verzoekende partij aangevochten KB, minstens van de hoger aangehaalde artikelen ervan. Bovendien veroorzaakt de bij het aangevochten KB ingevoerde en grondwettelijk niet verantwoorde discriminatie, een uitermate belangrijke en niet proportionele schade in hoofde van de geneesheren specialisten in de reumatologie en de revalidatie. Hierbij weze onderlijnd dat de revalidatie-prestaties, en dus met inbegrip van deze voorzien in het ingevoerde hoofdstuk IV van de bijlage gehecht aan het KB van 10.01.91, in hoofde van de rechthebbenden enkel voor terugbetaling in aanmerking komen mits deze verricht worden binnen het kader van een erkend revalidatiecentrum. Ingevolge de hoger aangehaalde bepalingen van het door verzoekende partij aangevochten KB - zullen de in gezegde bepalingen voorziene prestaties, in zoverre uitgevoerd door de geneesheer erkend als specialist in de reumatologie en in de revalidatie, niet in aanmerking komend voor enige terugbetaling, minstens de facto de tewerkstelling van gezegde geneesheren in gezegde revalidatie- centra in zeer ernstige, om niet te zeggen op fatale wijze bedreigen. - minstens zullen gezegde geneesheren hun patiënten geen in het KB voorziene (hoofdstuk IV-bijlage) verstrekkingen kunnen toedienen. - zal de aanwezigheid van een geneesheer reumatoloog houdende de specialisatie in de revalidatie niet langer volstaan tot het bekomen van een erkenning als 'revalidatiecentrum'. - en zullen gezegde geneesheren niet langer hun vroeger bestaande 'oplei- dingsbevoegdheid' als stagemeester behouden, minstens niet wat betreft de cardiale revalidatie, bevoegdheid die zij voordien a priori wel hadden, en waaraan thans een einde wordt gesteld ingevolge de bepalingen van een KB genomen in miskenning van de bepalingen van de Grondwet. - terwijl tenslotte de betrokken geneesheren geen geldige aanvraag tot erkenning van een revalidatieprogramma aan een adviserend geneesheer meer zullen kunnen richten wat betreft de cardiale revalidatie. Alsdusdanig schendt het KB aangevochten bij huidig verzoekschrift, minstens in de hoger aangehaalde bepalingen, het gelijkheidsbeginsel, nochtans uitdrukkelijk weerhouden in het artikel 11 van de Grondwet". 3.2. In hun memorie van wederantwoord repliceren de verzoekende partijen in essentie dat de reumatologen, erkend als revalidatiearts, wel degelijk over de nodige medische kwalificaties beschikken, minstens in zoverre deze de erkenning van revalidatiearts voor cardio-respiratoire handicaps bekwamen, wat tot voldoening van rechte blijkt uit de vaststelling dat voor de invoering van het aangevochten koninklijk besluit, in het verleden nooit en door niemand is betwist dat gezegde reumatologen wel degelijk deze medische bekwaamheid en kwalificatie hadden om ook de in het aangevochten koninklijk besluit voorziene revalidatie-prestaties uit te voeren "(zie o.m. de revalidatieovereenkomst dd 27.02.96 - art. 3 § - eerste gedachtestreepje)", dat dit trouwens de volledige logische emanatie is van het feit dat, om de erkenning als geneesheer-specialist in de reumatologie te bekomen, de betrokken geneesheren krachtens de ter zake geldende reglementeringen gedurende drie jaar een opleiding dienen te genieten in inwendige ziekten, dat de verwerende VII-14.572-14.573-9/14 partij in haar betoog al evenzeer de strikt medisch-cardiologische behandeling van cardiologische pathologieën beschreven in het aangevochten koninklijk besluit - waaromtrent de reumatologen zich uiteraard geen enkele bevoegdheid wensen noch kunnen toeëigenen- verwart met de prestaties van revalidatie, vereist teneinde na deze cardiologische pathologieën te revalideren, dat het argument van de verweren- de partij (memorie van antwoord pagina 13 - alinea 4) dat de reumatologen geen specifieke bekwaamheid hebben inzake dergelijke pathologieën ter zake dan ook geen hout snijdt waar de reumatologen wel de vereiste specifieke bekwaamheid hebben qua revalidatie in verband met dergelijke pathologieën en dergelijke revalidatie vanuit medisch standpunt geen andere specifieke bekwaamheid dan deze voor de overige cardio-respiratoire handicaps vereist, dat de verwerende partij ten onrechte een argument meent te kunnen vinden in het door haar gemaakte onderscheid tussen cardiologische en cardio-respiratoire handicaps, dat zij in dit verband in eerste instantie verwijst naar het feit dat de cardiologische revalidatie alsdusdanig in geen enkele wettelijke noch reglementaire bepaling is voorzien en dan ook niet in rechte kan worden aangewend, dat, uit de door de verwerende partij gedane vaststelling dat de revalidatie bij cardio-respiratoire handicaps niet nader is gedefinieerd, in rechte enkel kan worden afgeleid dat alle zowel cardio als respiratoire handicaps qua revalidatie behoren tot de medische en juridische bevoegdheid van de reumatologen die erkend zijn conform het koninklijk besluit van 25 november 1991 in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten, dit minstens in zoverre deze erkenning betrekking heeft op cardio-respiratoire handicaps, dat het in het bestreden koninklijk besluit gemaakte onderscheid niet steunt op een objectief criterium en arbitrair is, aangezien volgens dit besluit de geneesheer-specialist erkend in de fysische geneeskunde wel de nodige kwalificaties zou hebben, terwijl deze geneesheren met het oog op het bekomen van deze specialisatie geen driejarige opleiding in de inwendige ziekten dienen te volgen en aangezien elke nefroloog of endocrinoloog in zoverre hij als geneesheer-specialist in inwendige ziekten het specialisme van revalidatiearts heeft bekomen zich wel op de bepalingen van het bestreden besluit kan beroepen, terwijl een neuroloog dat niet zou kunnen en, ten slotte, dat het feit dat de afdeling wetgeving van de Raad van State geen enkele opmerking maakte, geen enkele juridische relevantie heeft en de Raad er niet van dient te weerhouden te besluiten tot de schending van artikel 11 van de Grondwet. VII-14.572-14.573-10/14 3.3. De verwerende partij betoogt in haar laatste memorie dat haar opmerking dat het optreden van geneesheer-specialisten in de reumatologie "hoogstens mogelijk is bij een multidisciplinaire revalidatie nadien, zijnde na de acute fase van de ingreep" enkel betekent dat niets een geneesheer-specialist in de reumatologie belet om later betrokken te zijn bij de multidisciplinaire revalidatie om deel uit te maken van een multidisciplinaire equipe, hetgeen niet betekent dat deze geneesheer-specialisten in dat kader de terugbetaalbare verstrekkingen van cardiale revalidatie zouden kunnen verstrekken. Zij voegt daar nog het volgende aan toe : "(...) Het weze herhaald dat het objectief onderscheidingscriterium gelegen is in de specifieke medische bekwaming van de bijzondere beroepstitels en de specifieke pathologie : de geneesheren-specialisten die gemachtigd zijn om de in het bestreden besluit terugbetaalbare verstrekkingen van cardiale revalidatie te verlenen, betreffen die specialismen die, medisch gezien, geplaatst en geschikt zijn om eventuele verwikkelingen van hartpatiënten tijdens de revalidatie te ondervangen. Wat hen betreft bestaat de band tussen de revalidatieverstrekking aan de hartpatiënt en hun basisspecialisme en opleiding wel degelijk, wat niet kan gezegd worden van de geneesheren-specialisten in de reumatologie. In die zin zou het dan ook volstrekt medisch onverantwoord zijn om revalidatie te verstrekken aan hartpatiënten, gelet op het specifiek karakter van een revalidatie die er net toe strekt een hartpatiënt ondersteuning te bieden, en deze te laten verrichten door geneesheren-specialisten die niet vertrouwd zijn met cardiale behandeling en de eventuele verwikkelingen bij revalidatie van de hartaandoeningen. Wat betreft de geneesheren-specialisten in de cardiologie spreekt het voor zich dat zij wel degelijk over de nodige medische kwalificatie beschikken om verstrekkingen van cardiologische revalidatie te verrichten. Dit geldt evenwel evenzeer voor de volgende geneesheren-specialisten, bedoeld in het bestreden besluit, waardoor onmiddellijk wordt aangetoond dat er wel degelijk een objectief onderscheidingscriterium bestaat in de zin van de geneesheren-specialisten in de reumatologie.
  4. a)De geneesheren-specialisten in de inwendige geneeskunde : wat hen betreft vormt de cardiologie een tak van de inwendige geneeskunde zodat het vast staat dat zij in hun opleiding een vorming in de cardiologie hebben genoten (zie hoofdstuk IV, A, 3 van het Ministerieel Besluit van 15 september 1979 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van de geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagedien- sten voor de specialiteit van de kindergeneeskunde).
  5. b)De geneesheren-specialisten in de pediatrie : deze zijn betrokken bij de behandeling van hartindicaties bij kinderen. Voor hen is voorzien dat de hogere opleiding kan gebeuren in een gespecialiseerde afdeling cardiologie en daarenboven dienen pediaters verplicht hun stage te verrichten in een kinderziekenhuis dat verplicht over een dienst moet beschikken die geleid wordt door een cardioloog. Bovendien moet de stagedienst, om gerechtigd te zijn tot het geven van een volledige opleiding, alle gebieden van de kindergeneeskunde, met inbegrip van de cardiologie, bestrijken (puntje A.4 en C1 en 2 van de bijlage bij het VII-14.572-14.573-11/14 Ministerieel Besluit van 15 september 1979 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten voor de specialiteit van de kindergenees- kunde). (...) De geneesheren-specialisten in de fysische geneeskunde: wat hen betreft is het zo dat zij omwille van het aspect fysieke training waarmee een revalidatie gepaard gaat, erkend worden om de verstrekking van de cardiale revalidatie te verlenen. Hun algemene oriëntatie voorziet : 'De opleiding van de kandi- daat-specialist in de fysische geneeskunde moet hen toelaten de diagnose te stellen, alle behandelingen van letsels van het locomotorisch apparaat toe te passen en/of te coördineren, welke ook de oorzaak moge zijn : traumatisch, reumatologisch, neurologisch, orthopedisch, aangeboren, of gebonden aan een interne pathologie, alsook zowel de functionele als de sociale en professionele revalidatie van het kind en van de volwassene (inbegrepen aanpak van pijn en reclassering). De opleiding kan aangevuld worden in het meer specifieke domein van de pulmonaire en/of cardiale revalidatie' (Art. 2 van het Ministe- rieel Besluit van 20, oktober 2004 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten voor de specialiteit fysische geneeskunde en revalidatie). Het bestreden besluit voorziet dat de equipe wat hen betreft steeds een geneesheer-specialist in de cardiologie, de inwendige geneeskunde, of de cardiologie dient te bevatten. Ook wat hen betreft voorziet hun basisspecialisme en hun praktijk een band met de behandeling van cardiologische pathologieën. (...) Daarentegen wat betreft de geneesheren-specialisten in de reumatolo- gie : verzoeker haalt weliswaar aan dat zij in hun basisopleiding een driejarige basisopleiding in de inwendige geneeskunde genoten hebben, conform het ministerieel besluit van 9 maart 1979 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van de geneesheren-specialisten, stagemeesters, en stagediensten voor de specialiteiten van inwendige geneeskunde, pneumologie, en gastro-enterologie, cardiologie en reumatologie. Dit Ministerieel Besluit voorziet evenwel voor de reumatologen dat zij in deze basisopleiding louter en alleen vertrouwd moeten worden gemaakt met de belangrijkste takken van inwendige geneeskunde, waaronder uiteraard verplicht de reumatologie. Het is daarbij m.a.w. geenszins uitgesloten dat geneesheren-specialisten in de reumatologie geen vorming in de tak cardiologie hebben genoten in het raam van deze basisopleiding. Daarenboven wordt gespecificeerd dat wat de hoge opleiding betreft, de kandidaat-specialist reumatoloog vertrouwd moet worden gemaakt met alle aspecten en methodes van de diagnose en de behandeling in de reumatologie, waaronder begrippen van fysiotherapie, revalidatie en niet bloedige orthopedie, zowel uit technisch als uit klinisch oogpunt. Ook hier ontbreekt weer elke band met de cardiologie. Concluderend dient dan ook te worden vastgesteld dat, in tegenstelling tot de in het aangevochten besluit opgenomen specialismen, die worden toegelaten de terugbetaalbare verstrekking van cardiologische revalidatie te verrichten, de titel van geneesheer-specialist in de reumatologie perfect gedragen kan worden door geneesheren-specialisten dewelke noch in het raam van hun basis of hogere opleiding enige vorming in de cardiologie hebben genoten, noch dat zij op een andere wijze enige expertise inzake cardiologie hebben kunnen opbouwen op grond van de reglementering. Daar tegenover staat dat de in het bestreden besluit geviseerde specialisten wel degelijk hetzij een opleiding in de tak cardiologie hebben gehad, hetzij op grond van de reglementering expertise inzake behandeling van cardiologische pathologieën hebben opgebouwd, hetzij beide. VII-14.572-14.573-12/14 Het zou volstrekt medisch onverantwoord zijn de terugbetaling te voorzien voor cardiologische revalidatie door geneesheren-specialisten waaromtrent noch in hun opleiding, noch in de uitbouw van hun verdere expertise vaststaat dat zij ook expertise hebben inzake behandeling van dergelijke delicate cardiologische pathologieën. De verschillende behandeling is derhalve wel degelijk objectief en redelijk verantwoord. Het eerste middel is dan ook ongegrond". 3.4. De grondwettelijke regels inzake gelijkheid der Belgen en niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling volgens bepaalde categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover het criterium van onderscheid op objectieve en redelijke wijze kan worden verantwoord. Een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld met betrekking tot het doel en de gevolgen van de betrokken norm. Het gelijkheidsbeginsel is geschonden indien vaststaat dat de aangewende middelen redelijkerwijze niet evenredig zijn met het beoogde doel. Te dezen is het niet kennelijk onredelijk vanwege de verwerende partij om omwille van de motieven die in de laatste memorie worden uiteengezet geen terugbetaling te voorzien voor cardiologische revalidatie door geneesheren- specialisten waaromtrent in beginsel noch door hun opleiding, noch door hun beroepsuitoefening blijkt dat zij ook de nodige expertise hebben inzake behandeling van delicate cardiologische pathologieën. Het middel is niet gegrond. 3.5. Het auditoraatsverslag werd beperkt tot de bespreking van het eerste middel. Er is dienvolgens grond om een aanvullend onderzoek te bevelen in de zaak A. 70.359/VII-14.573, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen in de zaak A. 70.358/VII-14.572. Artikel 2. De debatten worden heropend in de zaak A. 70.359/VII-14.573. VII-14.572-14.573-13/14 Artikel 3. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak A. 70.359/VII-14.573. Artikel 4. De kosten van het beroep in de zaak A. 70.358/VII-14.572, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van eerste verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien november tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-14.572-14.573-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.