← België

Arrest 176881 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 19/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.881 Rolnummer: A. 179495/IX-5513 Zaak: Arrest 176881 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 19/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-30 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:07 Fiche Arrest nr 176.881 van 19 november 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.881 van 19 november 2007 in de zaak A. 179.495/IX-

  1. In zake : Johan ZWAENEPOEL, wonende te NIEUWPOORT, Dudenhofenlaan 117 tegen :
  2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan ZWAENEPOEL op 18 december 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van ongekende datum van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, waarbij verzoeker niet geslaagd is in de certificiëringstest TAX DB V en B Onderzoek aangifte TBB6VA ; Gelet op de kennisgeving van de memories van antwoord aan de verzoekende partij op 6 juni 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. IX-5513-1/3 Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Met een op 18 oktober 2007 gedateerde brief verklaart de verzoeker zelfs uitdrukkelijk afstand van het geding te doen. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5513-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 19 november 2007, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5513-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.881 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.