← België

Arrest 177164 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.164 Rolnummer: A. 177451/IX-5444 Zaak: Arrest 177164 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 04:13 Fiche Arrest nr 177.164 van 26 november 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.164 van 26 november 2007 in de zaak A. 177.451/IX-

  1. In zake : Cindy VAN DEN BROECKE, die woonplaats kiest bij advocaat P. CRISPYN, kantoor houdende te MARIAKERKE, Mazestraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale politie DGS/DSJ, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Cindy VAN DEN BROECKE op 7 oktober 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 19 juli 2006 van de directeur-generaal Personeel van de federale politie waarbij haar de hoedanigheid van aspirant-inspecteur van politie wordt ontnomen met ingang van 1 augustus 2006 en van de beslissing van 21 augustus 2006 van dezelfde directeur-generaal waarbij bepaald wordt dat voormelde beslissing ingaat op 1 september 2006; Gelet op het arrest nr. 167.192 van 29 januari 2007 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 27 februari 2007 door de verwerende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-5444-1/4 Gezien de mededeling aan de griffier van auditeur H. COLIN op grond van artikel 15quater van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van adviseur K. PEETERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Bij arrest nr 167.192 van 29 januari 2007 heeft de Raad van State de schorsing bevolen van het bestreden besluit.
  3. De auditeur-verslaggever heeft in zijn verslag over de zaak vastgesteld dat, vergeleken met de schorsingszaak, de verwerende partij in haar memorie van antwoord, neergelegd in de zaak ten gronde, geen enkel nieuw gegeven aangevoerd heeft, maar er enkel haar standpunt, vertolkt in de nota met opmerkin-gen, herhaalt. Hij heeft overeenkomstig artikel 15quater van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State de zaak toegezonden aan de griffie met de vermelding dat hij geen nieuw verslag over het beroep tot nietigverklaring zal indienen. Hij stelt voor de bestreden beslissing overeenkomstig het arrest nr. 167.192 van 29 januari 2007 te vernietigen. IX-5444-2/4
  4. In haar laatste memorie deelt de verwerende partij mee dat het bestreden besluit “impliciet werd ingetrokken”. Ten bewijze daarvan legt zij een nota van 17 april 2007 van de directeur-generaal Personeel voor waarin deze stelt dat verzoekster de opleiding mag herbeginnen op 1 juli
  5. Volgens haar heeft het beroep geen voorwerp meer en moet het als onontvankelijk verworpen worden.
  6. De verwerende partij erkent dat de toelating aan verzoekster om de opleiding opnieuw te beginnen, de beslissing tot intrekking van het bestreden besluit omvat. Aldus bezien heeft het beroep inderdaad geen materieel voorwerp meer. Aangezien er evenwel geen expliciete intrekkingsbeslissing getroffen is, past het dat de Raad van State, voor de duidelijkheid in het rechtsver- keer, formeel het bestreden besluit vernietigt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. Vernietigd worden de beslissingen van 19 juli 2006 en van 21 augustus 2006 van de directeur-generaal Personeel van de federale politie waarbij Cindy VAN DEN BROECKE de hoedanigheid van aspirant-inspecteur van politie wordt ontnomen met ingang van 1 september
  8. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5444-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 november 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-5444-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.164 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.192 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.