id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.196 Rolnummer: A. 132900/X-11292 Zaak: Arrest 177196 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-07 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:14 Fiche Arrest nr 177.196 van 27 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.196 van 27 november 2007 in de zaak A. 132.900/X-11.292. In zake : 1. Daniël CRAEYE, 2. José VAN DE WIELE, die woonplaats kiezen bij advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen : 1. de gemeente DESTELBERGEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kouter 71-72, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Daniël CRAEYE en José VAN DE WIELE op 11 februari 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 november 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het wijzigingsplan tot volledige herziening van het bijzonder plan van aanleg “Centrum” genaamd van de gemeente Destelbergen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 13 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-11.292-1/15 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat K. VANBINST die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat W. LAMMENS die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: 1. Over de thans voorliggende gegevens van de zaak 1.1. De gemeente Destelbergen is eigenaar van gronden gelegen aan de Leenstraat ter plaatse genaamd ‘De Kollebloem’, kadastraal bekend sectie B, nrs. 472/c-h en 478/d. Deze percelen zijn volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen in een gebied voor dag- en verblijfsrecreatie. De gemeente Destelbergen heeft de intentie om op deze gronden een multifunctioneel centrum op te richten. De eerste verzoeker woont te Destelbergen, Leenstraat 35. Zijn eigendom is gelegen schuin tegenover de geplande parking van het aldaar aanvankelijk voorziene “multifunctioneel centrum”. De tweede verzoeker woont te Destelbergen, Loveldstraat 36. Zijn eigendom grenst aan het perceel waarop het “multifunctioneel centrum” wordt voorzien. X-11.292-2/15 1.2. Op 25 november 1999 verleent de gemachtigde ambtenaar aan de n.v. Gemeentekrediet van België, thans de n.v. Dexia Bank, een eerste vergunning voor de oprichting van een “multifunctioneel centrum” op een perceel kadastraal bekend sectie B, nrs. 427/c-h (lees : 472/c-
- h)en 478/d. Bij ’s Raads arresten nrs. 95.618 van 18 mei 2001 en 101.833 van 14 december 2001 wordt voormelde vergunning ten verzoeke van o.m. de huidige eerste verzoeker respectievelijk geschorst en vernietigd (zaak A. 89.385/X-9379). Bij besluit van 16 juni 2003 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van de afdeling ROHM Oost-Vlaanderen, wordt aan de n.v. Dexia Bank en de gemeente Destelbergen een nieuwe stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een multifunctioneel centrum aan de Leenstraat te Destelbergen op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 472/c, 472/h en 478/d. Tegen dit besluit wordt onder meer door de huidige verzoekers een annulatieberoep ingesteld. Door onder meer de eerste verzoeker wordt ook een vordering tot schorsing ingesteld (zaak A. 140.760/X-11.548). Bij ’s Raads arrest nr. 131.360 van 12 mei 2004 wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. Bij ’s Raads arrest nr. 157.460 van 11 april 2006 wordt het annulatieberoep verworpen aangezien het beroep ingevolge de intrekking van het bestreden besluit bij besluit van 24 februari 2005 zonder voorwerp was geworden. Na de intrekking van voormelde stedenbouwkundige vergunning van 16 juni 2003 wordt door de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van de afdeling ROHM Oost-Vlaanderen op 24 februari 2005 aan de n.v. Dexia Bank, ten behoeve van de gemeente Destelbergen, een vergunning verleend voor het bouwen van een multifunctioneel centrum aan de Leenstraat te Destelbergen op dezelfde percelen. Door onder meer de huidige eerste verzoeker wordt tegen dit besluit een annulatieberoep en een schorsingsvordering ingesteld (zaak A. 162.121/X-12.294). Bij ’s Raads arresten nrs. 149.200 van 21 september 2005 en 157.459 van 11 april 2006 worden respectievelijk de schorsingsvordering en het annulatieberoep verworpen aangezien ingevolge de intrekking van het bestreden besluit bij besluit van 23 augustus 2005 de vorderingen zonder voorwerp waren geworden. 1.3. Bij besluit van 18 december 1997 van de eerste verwerende partij wordt aan de Vlaamse regering gevraagd om tot herziening over te gaan van het bij koninklijk besluit van 14 november 1974 vastgestelde BPA nr. 1 “Centrum” genaamd. X-11.292-3/15 1.4. Bij besluit van 10 november 2000 van de Vlaamse regering wordt beslist dat het BPA “centrum”, zoals goedgekeurd bij koninklijk besluit van 14 november 1974, wordt behouden in het plannenregister van de eerste verwerende partij, met uitsluiting van het deel ten zuiden van de Dendermondsesteenweg dat volgens het gewestplan in natuurgebied is gelegen. 1.5. Bij besluit van 14 februari 2002 van de gemeenteraad van Destelbergen wordt het in herziening gestelde BPA nr. 1 “Centrum” voorlopig vastgesteld. De percelen achter de bibliotheek, door de Minaraad en de Sportraad aangewezen als te verkiezen alternatief voor de oprichting van een multifunctioneel centrum, worden bestemd tot parkzone (zone XVIII), overeenkomstig hun aanvankelijke bestemming in het oorspronkelijke BPA “Centrum”, doch in afwijking van de door het gewestplan vastgestelde bestemming als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen. Het kleinere gedeelte van het gebied dat aan de Reinaertweg is gelegen (zone V), in het oorspronkelijke BPA bestemd tot parkzone, en in het later vastgestelde gewestplan bestemd tot woonzone, wordt overeenkomstig deze laatste bestemming als woonpark ingekleurd, met voorziening van een dienstweg om het woonpark te bereiken. De memorie van toelichting bij het BPA bepaalt dienaangaande het volgende : “Parkzone : Een deel van de parkzone gelegen aan de Reinaertweg wordt omgevormd tot een woonzone en een dienstweg. Deze oppervlakte bedraagt ongeveer 4700 m². De dienstweg zal als een bijkomende ontsluiting of bediening van de bibliotheek en de ambachtelijke zone, de woonzone en het park gebruikt worden. Ook de fietsers/voetgangers kunnen van deze weg gebruik maken. De ontsluiting van de woningen gebeurt via een dienstweg parallel aan de Reinaertweg en geeft uit op de vorige dienstweg. Op deze wijze worden de verscheidene ontsluitingen aan elkaar gekoppeld en worden er geen individuele toegangen naar de gewestweg voorzien. De voorziene woonzone is ook in het gewestplan als woonzone aangeduid. Als compensatie hiervoor zal de zone voor gemeenschapsvoorzieningen gedeeltelijk omgevormd worden naar parkzone. Deze oppervlakte compenseert ruimschoots de ingebruikname als woonzone. Om het groenaspect van de omgeving te benadrukken, zal de woonzone als woonpark moeten ingericht worden”. 1.6. Bij besluit van 23 mei 2002 van de gemeenteraad van Destelbergen wordt het herziene BPA nr. 1 “Centrum” definitief vastgesteld. X-11.292-4/15 1.7. Bij het bestreden besluit van 25 november 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening wordt het wijzigingsplan tot volledige herziening van het bijzonder plan van aanleg “Centrum” goedgekeurd. 2. De ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Standpunt van de partijen 2.1.1. Anticiperend op een exceptie van onontvankelijkheid van de verwerende partijen gegrond op het gemis aan belang, betogen de verzoekers in hun verzoekschrift wat volgt: “De verzoekende partijen hebben een persoonlijk belang bij de vernietiging van het betreffend BPA, in meerdere opzichten. 1. Verzoekers zijn nl. inwoners van de gemeente Destelbergen. Daardoor hebben zij evident een persoonlijk belang bij de (her)inrichting van de ruimtelijke ordening in het centrum van hun gemeente. Zeker ook als het gaat om herbestemming van gronden die aan de gemeente zelf toebehoren. Dit is het geval met de gronden in de deelzones 5 en 18 van het bestemmingsplan. De zone XVIII was een zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. Dus (daar) heeft iedere inwoner belang bij dat het blijft, want in deze gebieden kan de gemeente welzijnsdiensten tot stand brengen, die toegankelijk zijn voor de bevolking waarvan verzoekers deel uitmaken. Die zone wordt nu evenwel geschrapt ! Het centrum van de gemeente Destelbergen waar die zone gelegen is (nl. achter de gemeentelijke bibliotheek en het gemeentehuis) is immers voor iedere inwoner van belang. Voor van alles kan men er zijn gading vinden: het gemeentehuis en de bibliotheek, verder een rusthuis, scholen, diverse grote handelszaken en bedrijven, enz. Verzoekende partijen hoeven dus helemaal niet zelf in dit centrum te wonen. 2. Het feit dat er een openbaar onderzoek ingericht werd ten behoeve van de bevolking en niet alleen van de mensen die in het BPA-gebied wonen, bewijst dat gans de Destelbergse bevolking belang kan laten gelden. 3. Persoonlijk belang bij het herstel van de gewestplanbestemming zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Verzoekende partijen hebben verder een meer concreet belang bij de vernietiging van dit BPA daar waar een zone voor gemeenschapsvoorzieningen volgens het gewestplan Gentse en Kanaalzone omgevormd wordt tot een parkzone. Het was helemaal niet nodig of dringend om hier een groengebied van te maken, vermits dit feitelijk park sinds lengte van jaren bestaat en dient voor zachte wandelrecreatie. Er is geen strijdigheid of bedreiging van het bomenbestand. Anderzijds verdwijnt door de herbestemming naar parkgebied wel de mogelijkheid om er de door de gemeente gewilde sporthal in te planten, als alternatief voor het nog onaangetaste domein de Kolleblomme te Heusden. Hier knelt de schoen. Verzoekende partijen wonen immers beiden vlakbij het domein De Kolleblomme. In hun strijd voor het behoud van het gebied De Kolleblomme, X-11.292-5/15 hebben zij dus een relatief belang bij het niet over boord gooien van een degelijk alternatief. Hierbij refereren zij naar onder meer de adviezen van de gemeentelijke sportraad en van de Mina-Raad. // Advies van de gemeentelijke sportraad, voorgezeten door de heer G. Colpaert, dd. 15 april 2002 : ‘De huidige bestemming en ook de bestemming voorzien binnen het bestaande gewestplan duiden deze terreinen aan als een zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Het ontwerp BPA voorziet de inkleuring als ‘groene zone’. Indien dit zou doorgaan missen wij een unieke kans, meer bepaald, dat deze terreinen een uiterst geschikt alternatief zijn tot inplanting van het multifunctioneel centrum met o.m. een sporthal. En op zichzelf zeker nog als een betere locatie kunnen beschouwd worden als het terrein genaamd Kollebloem.’ // Advies van de Mina-Raad , getekend D. De Pauw en H. Vinck van 15 april 2002: ‘In het ontwerp-BPA zijn de terreinen achter de bibliotheek (Dendermondsesteenweg) begrepen tussen de bibliotheek, de Reinaertweg, het gemeentepark en de Kerkham, opnieuw ingekleurd als groene zone (met uitzondering van het perceel dat ingekleurd is als woonzone - zie punt 3). De oorspronkelijke bestemming volgens het gewestplan is ‘gebied voor gemeenschapsvoorzieningen’. De Minaraad is van mening dat deze terreinen hun oorspronkelijke bestemming moeten behouden. De Minaraad heeft hierover reeds een duidelijk standpunt ingenomen en medegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen via het degelijk onderbouwd en grondig gemotiveerd advies dd. 4 februari 2002 betreffende de inplanting van een sporthal en multifunctionele hal in het domein ‘Kollebloem’. Dit advies wordt als bijlage bij onderhavig advies gevoegd en maakt er integraal deel van uit. Voor de vlotte leesbaarheid en duidelijkheid benadrukt de Minaraad nogmaals: - dat voor de inplanting van een sporthal of multifunctioneel complex de terreinen achter de bibliotheek niet alleen een volwaardig alternatief zijn voor de Kollebloem maar bovendien ook op zichzelf als een beter geschikte locatie kunnen beschouwd worden; ( ... )’ Verzoekers voelen zich dus duidelijk gesterkt door deze twee adviezen, die getuigen van zuinig en zorgvuldig bestuur. Wat niet van het bestreden besluit kan gezegd worden. In een zone voor gemeenschapsvoorzieningen is inderdaad qua bestemmingsconformiteit, geen probleem om er een sporthal en/of multifunctioneel centrum in te richten. Zie art. 17.6.2 van het K.B. 28 december 1972. Zie ook het arrest stuk IX/1. 4. Indien dit BPA definitief zou worden, verliezen verzoekers dus een belangrijke kans om het domein van de Kolleblomme behouden te zien. Zie in dit verband onder meer ook de acties van eerste verzoeker: stukken II/3 en 4. De eerste verzoeker heeft trouwens een procedure ingesteld bij Uw Raad tegen een bouwvergunning van bedoeld complex in dit domein: procedure gekend onder nr. G/A. 89.385/X/9379. De bouwvergunning werd geschorst met arrest nr. 95 618 van 18 mei 2001 en de verwerende partijen zetten de procedure tot vernietiging niet verder. Verzoekers ijveren met huidige vordering dan mede ook voor een behoud van onderhandelingsmogelijkheden. X-11.292-6/15 5. Bovendien zijn verzoekers ook los van hun directe woonomgeving, en dus zeer eigen belang, ook begaan met een goed milieu en ruimtelijk beleid in de gemeente. Daarom zijn zij beiden ook actief in de VZW Nieuw Groencomité Heusden, als lid. Nu de Kolleblomme te Heusden een ecologisch en landschappelijk zeer waardevol gebied is (...) is het ook logisch dat zij als natuurliefhebbers tout court het niet graag zien gebeuren dat de overheid in dat natuurkerngebied een prestigeproject gaat neerplanten, ten kosten van zeldzame fauna en flora: onder meer zeer oude kastanjebomen en acacia’s, vegetatie van arme heideachtige grond, met landduinen uit de oertijd, enz. Het voorliggend BPA is echter het deksel op de neus van zij die dit natuurfraai gebied willen beschermen. Daarbij zijn verzoekers enkele van de vele tegenstanders. 6. Ook dit. Eerste verzoeker woont in Destelbergen sinds 1991. Tweede verzoeker is hier geboren en getogen. Uit briefwisseling stukken III blijkt ook dat hij nu niet plots in het behoud van de natuur geïnteresseerd is geraakt. Het is allemaal al veel langer bezig. 7. Verzoekers hebben ook een persoonlijk moreel belang omdat het BPA uiting is van een politiek machtsspel, waaronder verzoekers moreel lijden. Hierbij zijn zones en bestemmingen de speelbal van persoonlijke ambitie en intriges, en is de ‘goede ruimtelijke ordening’ zeker niet het leidend motief. 8. Ook gezien de kennelijke onwettigheid hebben verzoekers belang bij de vernietiging van dit besluit. Temeer de ruimtelijke ordening veel te zien heeft met openbare orde of toch maatschappelijke ordening van de gemeente Destelbergen waaraan zij dagelijks deelnemen als burgers en lid van onder meer culturele en milieuverenigingen”. 2.1.2. De eerste verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, gegrond op het gemis aan persoonlijk belang van de verzoekers: “A. Wat betreft het beweerde persoonlijk belang van de verzoekers 11. De verzoekers zijn inwoners van de gemeente Destelbergen, welke evenwel bestaat uit de deelgemeente Destelbergen (waarop het BPA Nr. 1 ‘Centrum’, en precies beperkt tot het centrum, betrekking heeft) en de deelgemeente Heusden (waar de verzoekers wonen (in de Leenstraat en de Loveldstraat, op de plaats gekend als ‘Zandhekken’, met name aan de zuidkant van deze deelgemeente, waar de andere deelgemeente pal ten noorden van ligt). Het betreft twee van elkaar afgescheiden (o.m. door de El 7 maar ook door een gebied rond het Damslootmeer) woonkernen, met eigen centrum, enkel verbonden door de gewestweg N447 (zie stratenplan, adm. doss., stuk 22). Tussen de woningen (eigendommen) van de verzoekers en de gronden waarop het bedoelde BPA betrekking heeft is ten minste een afstand van 4 kilometer. In deze omstandigheden hebben de verzoekers slechts een belang te doen gelden als inwoner van de (fusie)gemeente, wat natuurlijk, op zichzelf, niet het vereiste persoonlijk belang kan opleveren. Niet alleen heeft het aangevochten BPA op hen geen betrekking, van ‘onmiddellijke nabijheid’ of ‘onmiddellijke omgeving’ is al evenmin sprake (...). Dat voor wat betreft het aangevochten deel van het BPA de gronden aan de gemeente zelf toebehoren of nog dat ze in het kader van het openbaar X-11.292-7/15 onderzoek de gelegenheid kregen bezwaar in te dienen (mogelijkheid waarvan ze overigens geen gebruik maakten) verandert hieraan niets. Hun bekommernis voor een goed milieu en ruimtelijk beleid in de gemeente, de beweerde kennelijke onwettigheid of nog loze beweringen aangaande een politiek machtsspel waaruit een moreel belang zou te putten zijn evenmin. Het annulatieberoep van de verzoekers blijft een niet toegelaten actio popularis. 12. De verzoekers pogen het bedoelde BPA in verband te brengen met hun eigen woonsituatie en bekommernis van het behoud van het (gemeentelijk) domein de Kollebloem, aan de rand waarvan (in de deelgemeente Heusden) ze inderdaad wonen. Naar zij beweren zou het hier bedoelde BPA, blijkbaar per automatisme, meebrengen dat (binnen een korte tijdspanne) een gemeentelijke multifunctionele sporthal op het grondgebied van de gemeente noodzakelijk aldaar zal worden ingeplant. Ze verwijzen daarvoor naar adviezen van sport- en Minaraad en wat betreft de zone XVIII van het aangevochten BPA naar de bestemmingswijziging van gemeenschapsvoorzieningen in het Gewestplan naar parkzone in het BPA (zodat de inplanting van de sporthal aldaar onmogelijk wordt). 13. Weze er eerst en vooral op gewezen dat volgens het Gewestplan het domein de Kollebloem gelegen is in recreatiegebied, mede inhoudende de dagrecreatie, dus ook sport en ontspanning. Zodat de verzoekers hieruit geen argument kunnen putten dat van doen heeft met het ‘behoud’ van, naar hun zeggen, quasi natuurgebied. Mocht de gemeente toch nog de intentie hebben daar een sporthal te bouwen dan zullen de verzoekers natuurlijk tegen de (op heden niet eens afgeleverde) stedenbouwkundige vergunning bij Uw Raad, ook in schorsing (zie Uw arrest nr. 95.618 voornoemd en waarin een MTHEN werd aanvaard) kunnen opkomen. 14. Bovendien is er natuurlijk geen rechtstreeks oorzakelijk verband tussen het huidig BPA (en de bestemmingwijziging voor deel XVIII) en de inplanting van de sporthal op het domein Kollebloem. De verzoekers vertrekken daarbij van de verkeerde veronderstelling dat andere delen van de (fusie)gemeente Destelbergen voor een dergelijke inplanting vanuit de gezichtshoek van de ruimtelijke ordening niet in aanmerking zouden kunnen komen. Dat staat natuurlijk, precies gelet art. 165 van het decreet van 18 mei 1999, allerminst vast. Overigens heeft de gemeente voor de sporthal in het verleden ook andere gronden in ogenschouw genomen (bv. ‘Bergenmeersen’, via een BPA aldaar), terwijl de mogelijkheden daarvoor thans, en vanuit de reglementering, groter zijn dan voorheen (...). 15. Tenslotte bestaat er voor de gemeente natuurlijk helemaal geen verplichting zulk een sporthal, of nog een sporthal met de omvang van deze aan de orde in de zaak voor Uw Raad G/A. 89.385/X-9379, waar ook te bouwen. Tot spijt van wie het benijdt behoort de eindbeslissing desomtrent toe aan de gemeentelijke organen bedoeld in de Nieuwe gemeentewet en niet aan welkdanige adviserende raad of milieuvereniging. Zelf lijken de verzoekers ten andere ook te twijfelen aan de gemeentelijke intenties ter zake (...). B. Wat betreft het persoonlijk belang van de verzoekers ten aanzien van zone V (woonpark) in het bijzonder 16. Waarin het persoonlijk belang van de verzoekers zou gelegen zijn om dit onderdeel van het bedoelde BPA aan te vechten laten zelfs de verzoekers (die nochtans hun beweerd belang uitgebreid met name wat de zone XVIII uit de doeken doen) in het ongewisse”. X-11.292-8/15 2.1.3. De tweede verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord ook een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep wegens gemis aan belang op. Zij stelt dienaangaande wat volgt: “B. VOORDEEL 21. Uit het verzoekschrift tot nietigverklaring en de uiteenzetting van de feiten blijkt dat de verzoekende partijen slechts één doel voor ogen hebben: het vermijden dat de door de gemeente Destelbergen gewilde (sporthal) in het domein Kolleblomme - in de buurt van de verzoekende partijen - wordt gebouwd. Meer bepaald ‘ijveren’ de verzoekende partijen ‘voor een behoud van onderhandelingsmogelijkheden’. De verwerende partij verwijst hiervoor eveneens naar de procedure gekend bij uw Raad onder G/A. 89.385/X-9379. 22. De bouw (van) de sporthal in het domein Kolleblomme maakt - ondanks de verbondenheid van het dossier - niet het voorwerp uit van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing heeft niet voor gevolg dat de sporthal in het domein Kolleblomme wordt gebouwd. Enkel de voor de bouw van deze sporthal afgeleverde stedenbouwkundige vergunning heeft dit voor gevolg. Zoals uit de feitenuiteenzetting blijkt is de bouw van de sporthal in het domein Kolleblomme een duidelijke beleidskeuze van de gemeente Destelbergen. De verzoekende partijen hebben geen belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing waarbij een mogelijks alternatief voor de bouw van de sporthal verdwijnt. Dit is een risico dat de gemeente Destelbergen (uit beleidsoverwegingen) neemt. Een vernietiging van de bestreden beslissing kan op geen enkele wijze het door de verzoekende partijen werkelijk beoogde voordeel - het niet bouwen van de sporthal in het domein Kolleblomme - met zich mee brengen. Het door de verzoekende partijen boogde voordeel kan enkel worden bekomen door de gebeurlijke vernietiging van een verleende stedenbouwkundige vergunning indien zij (opnieuw) zou worden aangevraagd en verleend. 23. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang. Het verzoek tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. C. PERSOONLIJK BELANG (...) 25. De woning van de verzoekende partijen is niet gelegen in het gebied dat door de bestreden beslissing wordt bestreken. Het door de verzoekende partijen aangegeven belang als inwoner van de gemeente Destelbergen laat zich niet onderscheiden van de actio popularis en kan niet worden aanvaard. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang. 26. Onverminderd hetgeen boven reeds is gezegd over het belang van de verzoekende partijen bij het verdwijnen van een mogelijks alternatief voor de bouw van een sporthal in de gemeente Destelbergen, beschikken de verzoekende partijen evenmin over het vereiste persoonlijk belang. Het persoonlijk belang van de verzoekende partijen beperkt zich tot het niet bouwen van een sporthal in het domein Kolleblomme dat in de buurt van de woningen van de verzoekende partijen is gelegen. De verzoekende partijen kunnen geen enkel persoonlijk belang laten gelden bij het verhinderen van de bestemming van de zone achter het gemeentehuis als parkzone. Een bestemming die overigens overeenstemt met de feitelijke toestand. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang. X-11.292-9/15 27. De verzoekende partijen zijn naar eigen zeggen ‘begaan met een goed milieu en ruimtelijk beleid in de gemeente’. Dit belang laat zich niet onderscheiden van de actio popularis. Het door de verzoekende partijen beweerde nadeel volgt niet uit de bestreden beslissing. Wel integendeel indien de verzoekende partijen begaan zijn met een goed milieu en ruimtelijk beleid in de gemeente dan valt niet in te zien waarom zij opkomen tegen de bestemming van een zone als parkzone. Het tijdstip waarop de verzoekende partijen hebben gemeend zich te moeten interesseren in het behoud van de natuur (in hun gemeente) is irrelevant. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang. 28. De verzoekende partijen staven op geen enkele wijze hun gratuite bewering als zou het BPA een uiting zijn van een politiek machtsspel waarbij de bestemmingsvoorschriften de speelbal zijn van persoonlijke ambitie en intriges. De verwerende partij kan enkel vaststellen dat de gemeenteraad van de gemeente Destelbergen op 23 mei 2003 éénparig de definitieve vaststelling van het BPA ‘Centrum’ heeft goedgekeurd. De verzoekende partijen kunnen zich enkel niet verzoenen met de door het gemeentebestuur gemaakte beleidskeuze. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang. 29. De verzoekende partijen menen zonder enige duiding dat de bestreden (beslissing) kennelijk onwettig is en putten daaruit volkomen ten onrechte een belang. Het belang ontleend aan het openbare orde karakter van de ruimtelijke ordening laat zich evenmin niet onderscheiden van de actio popularis. De verzoekende partijen beschikken niet over het rechtens vereiste belang (...)”. 2.1.4. De verzoekers repliceren in hun memorie van wederantwoord wat volgt: “B. Repliek. B.1. Als men het belang beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de woning van verzoekers, kan men natuurlijk zeggen dat men te veraf woont. Verzoekers verzetten zich evenwel tegen deze enge benadering. Het gaat overigens niet om 4 km. afstand, maar volgens metingen om 2,5 km. wat naar actuele maatstaven van mobiliteit zeer dicht is (...). Via de weg is dit aan 60 km./h dus 2,5 minuten rijden. Dus dit is bijna twee keer niets. De wetten op de Raad van State beperken het belang ook niet tot het wonen ! Ook een belang vanaf de openbare wegen, of andere openbare plaatsen zoals hier bij het gemeentehuis en de bibliotheek zijn van belang. Ook het persoonlijk ecologisch belang is een persoonlijk en rechtmatig belang. Het gaat i.c. zeker ook om de bescherming van een gezond leefmilieu, te weten i.c. het feitelijk stilte- en natuurgebied De Kolleblomme. De huidige vordering past daar zeker bij. B.2. Wat overigens vooral telt is of men door de vernietiging een persoonlijk voordeel kan halen. (...) Dit is hier duidelijk het geval. Door de vernietiging van het BPA zal de bestemmingswijziging van zone voor gemeenschapsvoorzieningen (gewestplanbestemming) naar parkzone (BPA-bestemming) opgeheven worden. De gewestplanbestemming zal herleven ! En dus zal de inplanting van de sporthal of de multifunctionele hal in deze zone opnieuw bespreekbaar zijn. Daar hebben verzoekers rechtstreeks belang bij omdat zij willen vermijden dat de sporthal gebouwd wordt in het domein De Kolleblomme, waar zij vlakbij wonen. X-11.292-10/15 (...) B.5. Bovendien zal een vernietigingsarrest het voor verzoekers gemakkelijker maken om voor de burgerlijke rechter (de rechtbank van eerste aanleg Gent) de fout aan te tonen van de tegenpartijen ingeval zij zouden (laten) overgaan tot de ook betwiste bouwwerken in de Kolleblomme. (...)”. 2.1.5. De verzoekers stellen in hun laatste memorie wat volgt : “2. Vooreerst stellen verzoekers vast dat in art. 19 van de gecoördineerde wetten Raad van State niet enkel over belang gesproken wordt, maar ook over benadeling. Verder wordt niet nagegaan hoe het Parlement destijds de vereiste van art. 19 van de wetten Raad van State heeft bedoeld. Uiteraard is enkel de wetgever bevoegd om de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor een vordering tot vernietiging te bepalen. De wetgever heeft het morele belang niet uitgesloten. Evenmin heeft de wetgever vereist dat het belang rechtstreeks moet zijn en niet onrechtstreeks mag zijn. Noch is omschreven wat onder ‘rechtstreeks’ en wat onder ‘onrechtstreeks’ moet worden verstaan. De wetgevende macht ligt bij het federaal parlement, bij de volksvertegenwoordigers, de senatoren en de koning (art. 36 Grondwet). Art. 160 Grondwet bepaalt dat de bevoegdheid van de Raad van State bepaald wordt door de wet. Aangezien verzoekers een belang of benadeling aantonen in de zin van art. 19 gecoördineerde wetten Raad van State indien bedoeld BPA zou tenuitvoergelegd worden, is Uw Raad bevoegd. Uw Raad is niet bevoegd om aan verzoekers de vordering tot vernietiging te ontzeggen door ze niet ontvankelijk te verklaren om redenen andere dan degene bedoeld in voormeld art. 19. 2. Verzoekers hebben in hun verzoekschrift een vorm van belang ingeroepen waarop (...) niet is ingegaan, meer bepaald onder punt 1, derde en vierde alinea van het verzoekschrift: ‘De zone XVIII was een zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. Dus daarbij heeft iedere inwoner belang bij dat het blijft, want in deze gebieden kan de gemeente welzijnsdiensten tot stand brengen, die toegankelijk zijn voor de bevolking waarvan verzoekers deel uitmaken. Die zone wordt nu evenwel geschrapt ! Het centrum van de gemeente Destelbergen waar die zone gelegen is (nl. achter de gemeentelijke bibliotheek en het gemeentehuis) is immers voor iedere inwoner van belang. Voor van alles kan men er zijn gading vinden: het gemeentehuis en de bibliotheek, verder een rusthuis, scholen, diverse grote handelszaken en bedrijven, enz. (...) Hiermee hebben verzoekers hun rechtstreeks belang of benadeling in de zin van art. 19 van de gecoördineerde wetten reeds aangetoond. (...) Een zone voor gemeenschapsvoorzieningen garandeerde de toegankelijkheid of bestemming ten behoeve van het publiek, minstens ten behoeve van de bevolking van Destelbergen en dus ook voor verzoekers. Vglk. met de omschrijving van dergelijke zone in de Omzendbrief 8 juli 1997 (B.S. 23 augustus 1997). X-11.292-11/15 Dergelijke zone is dus ook van persoonlijk belang, want burgers kunnen voorschriften die in het algemeen belang zijn uitgevaardigd ook in hun persoonlijk voordeel inroepen. Overigens is de in een gewestplan vastgestelde zone voor gemeenschaps- voorzieningen of openbaar nut van openbare orde. Het afschaffen van die bestemming kan dus aangevochten worden door iedereen die voordeel kon hebben bij het behoud van deze bestemming van openbare orde zijnde. Een gewestplanbestemming is (overigens) iets dynamisch, en kan bv. ook op de toekomst gericht zijn en hoeft dus niet per se overeen te stemmen met een actueel feitelijke toestand. (...) Hetgeen betekent dat verzoekers ook het verlies van concrete invulling van dergelijke gemeenschapszone, dit in een nadere toekomst als hun persoonlijk nadeel kunnen inroepen: (...) Zie trouwens ook dit toekomstgericht belang in art. 4 DORO, ivm de duurzame ontwikkeling, de huidige en toekomstige generaties, ... Dit verlies aan belangrijke mogelijkheden en kansen waarvan verzoekers ook hadden kunnen genieten zolang de zone voor gemeenschapsvoorzieningen was overeind gebleven, en nu niet meer, is een voldoende persoonlijk belang of nadeel. 3. Weliswaar hebben verzoekers ook het verband met het behoud van de (Kollebloem) benadrukt in andere paragrafen, maar zeker niet uitsluitend. Bijgevolg mag hun annulatieverzoek niet enkel en alleen in het teken gezien worden van het behoud van een alternatief voor de (sporthal) ter vervanging van de locatie in de Kollebloem. 4. Onterecht weerhoudt de auditeur niet het structureel wegvallen van een alternatief voor de inplanting van een (sporthal), als een persoonlijk belang of nadeel. In een parkgebied kan immers geen (sporthal) gebouwd worden (gelet op art. 14 van het K.B. 28 december 1972). Door het wegvallen van dit alternatief blijft de druk op de Kollebloem reëel. Men moet rondlopen met een paardenbril om niet in te zien dat mensen een persoonlijk belang hebben wanneer door een bepaald gemeentelijk BPA de dreiging met bouwwerken in een ongerept groengebied hand over hand toeneemt. Dit IS een persoonlijk belang of nadeel. Waar de auditeur erop wijst dat nu blijkbaar het CBS van de gemeente Destelbergen toch niet voornemens is of was om in bedoelde zone XVIII van het BPA de (sporthal) te bouwen, vergeet men dat een bestemming als gemeenschapszone nog vele jaren kon meegaan (tot aan de herziening van het gewestplan) en dat een ANDER gemeentebestuur (andere coalitie bv.) een ANDERE mening kan toegedaan zijn dan huidig bestuur. (...) 4. Dat de heer Van De Wiele bepaalde bouwvergunningen voor de multifunctionele (hal) in de Kollebloem niet heeft aangevochten, is juist. Doch welk actueel belang heeft dit nu nog, vermits deze vergunningen zijn ingetrokken en er dus weer een nulsituatie is, die ook voor de heer Dr. Van De Wiele perspectieven opent. 5. (...) Daniël Craeye in het bijzonder heeft juist omwille van zijn liefde voor de natuur (het domein Kollebloem ligt schuin over zijn woning) reeds in juni 1999 een petitie opgestart ‘Red de Kollebloem’. Hij heeft alle procedures inz. de Kollebloem doorlopen. Weken zoniet maanden werk en inzet worden door verwerende partijen verbrod door dit BPA. Is dit geen nadeel of belang ? Ook vergeet men dat art. 23, derde en vierde lid Grondwet inzake de bescherming van het gezonde leefmilieu ook met natuurbehoud te maken heeft. Natuurbehoud is dus ook een persoonlijke zaak van burgers. Onterecht wordt X-11.292-12/15 dit onder de noemer algemeen belang geklasseerd, terwijl het zeker ook om een persoonlijk belang gaat. Natuurbehoud heeft onder meer met rust, gezondheid, sfeer en dergelijke te maken. (...) 6. Akkoord dat de Kollebloem geen direct deel uitmaakt van het betwiste BPA, maar eenieder die leest en de context ziet, kan het duidelijk VERBAND tussen dit BPA en de Kollebloem niet ontkennen. Dit verband is voldoende dicht om door Uw Raad in aanmerking genomen te worden als persoonlijke verdichting van het belang, spijts de - stricto sensu - ruimtelijke scheiding tussen de afbakeningslijn van het BPA Centrum en de Kollebloem”. 2.1.6. De verwerende partijen voegen in hun laatste memories in essentie niets toe aan hetgeen zij reeds hebben uiteengezet; 2.2. Bespreking 2.2.1. De verzoekers beroepen zich bij het bestrijden van het B.P.A. in de eerste plaats op het belang dat zij als inwoners van de gemeente Destelbergen menen te hebben bij de herinrichting van de ruimtelijke ordening in het centrum van de gemeente. Dergelijk belang valt echter samen met het algemeen belang of met het belang van een groep personen en kan niet als een persoonlijk belang worden aangemerkt. De argumentatie van de verzoekers luidens welke “het feit dat er een openbaar onderzoek ingericht werd ten behoeve van de bevolking en niet alleen van de mensen die in het BPA-gebied wonen, bewijst dat gans de Destelbergse bevolking belang kan laten gelden” alsook dat zij “los van hun directe woonomgeving, en dus (hun) (...) eigen belang, ook begaan (zijn) met een goed milieu en ruimtelijk beleid in de gemeente” en dat de zone XVIII een zone was voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut en dat derhalve “iedere inwoner (
- er)belang bij (heeft) dat het blijft, want in deze gebieden kan de gemeente welzijnsdiensten tot stand brengen, die toegankelijk zijn voor de bevolking waarvan verzoekers deel uitmaken” doet aan voormelde vaststelling geen afbreuk. 2.2.2. De verzoekers voeren daarnaast “een meer concreet belang” bij de vernietiging van het bestreden besluit aan, doordat “een zone voor gemeenschapsvoorzieningen volgens het gewestplan Gentse en Kanaalzone omgevormd wordt tot een parkzone”, terwijl een dergelijke herbestemming volgens de verzoekers niet nodig of dringend was en terwijl door de herbestemming naar parkgebied het alternatief verdwijnt om op deze plaats een sporthal in te planten in plaats van in het nog onaangetaste domein de Kollebloem te Heusden. X-11.292-13/15 2.2.3. Wat het door de verzoekers aangevoerde belang betreft, gestoeld op het verlies van “een belangrijke kans om het domein van de Kolleblomme behouden te zien”, dient te worden vastgesteld dat zelfs indien de zone XVIII van het kwestieuze BPA, na annulatie, de gewestplanbestemming voor gemeenschapsvoorzieningen zou “herverkrijgen”, de realisatie van een multifunctioneel centrum op de Kollebloem, vanuit het oogpunt van de aldaar geldende planbestemming, evenzeer mogelijk blijft, wat het op zich al onzeker maakt dat in dat geval het kwestieuze complex in de zone XVIII van het bestreden BPA zal worden gerealiseerd en de Kollebloem zal gevrijwaard blijven. De vrijwaring van de Kollebloem door realisatie van het complex in de zone XVIII veronderstelt overigens ook nog dat een vergunning voor het bouwen van een multifunctioneel centrum in voormelde zone effectief wordt aangevraagd en verleend, daar waar het verlenen van een dergelijke vergunning, gezien de visie van het college van burgemeester en schepenen ter zake, zoals toegelicht door de burgemeester op de GECORO van 16 januari 2002, hoogst onwaarschijnlijk is. Op voormelde vergadering wordt immers het volgende gesteld : “- Wat betreft de inplanting achter de bibliotheek wordt het standpunt van het CBS door de burgemeester toegelicht : - Het CBS vindt deze plek geen goed alternatief om volgende redenen : - Het terrein is om bouwtechnische redenen niet geschikt. - Voor de bereikbaarheid van de zwakke weggebruiker is de Reinaertweg en de Dendermondesteenweg niet geschikt. De verkeersafwikkeling kan op termijn in het gedrang komen. - De burgemeester schetst de negatieve financiële consequenties voor de gemeente”. Het belang van de verzoekers bij de annulatie van het bestreden besluit is dan ook hypothetisch, want afhankelijk van voormelde onzekere factoren. Het betoog van de verzoekers luidens welk zij “met huidige vordering dan mede (ijveren) voor een behoud van onderhandelingsmogelijkheden”, bevestigt het hypothetisch en indirect karakter van het door hun aangevoerde belang alleen maar. 2.2.4. De overige argumenten die de verzoekers aanvoeren om aan te tonen dat zij over het vereiste belang beschikken, voor zover die al op het belang betrekking hebben, kunnen niet worden aangenomen. De nietigverklaring van het bestreden besluit door de Raad van State is niet noodzakelijk om de verzoekers een titel te verstrekken op grond waarvan zij schadevergoeding kunnen vorderen, aangezien de gewone rechter die uitsluitend bevoegd is om van een eis tot schadevergoeding kennis te nemen, ook de onwettigheid van het bestreden besluit op grond van de door de verzoekers aangevoerde argumenten kan beoordelen. X-11.292-14/15 2.2.4. De exceptie van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Het beroep is om deze reden niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig november 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.292-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.196 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div