id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.204 Rolnummer: A. 182460/X-13250 Zaak: Arrest 177204 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:14 Fiche Arrest nr 177.204 van 27 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 177.204 van 27 november 2007 in de zaak A. 182.460/X-13.
- In zake : Roland VUYLSTEKE, die woonplaats kiest bij advocaat F. VANDEN BERGHE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 4a tegen :
- de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ronald VUYLSTEKE op 16 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
- het besluit van 23 februari 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij het beroep ingesteld door de b.v.b.a. 3 D DOMESTIC PROJECTS tegen het besluit van 28 november 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van de bestaande gebouwen te Ieper, Goesdamstraat 9-11, gelegen op een perceel kadastraal bekend sectie E, nrs. 184/g 14/2 en 184/k 13/2, ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, en
- het besluit van 30 november 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende de verwerping van het beroep dat de gemachtigde ambtenaar had ingesteld tegen het voornoemd deputatiebesluit van 23 februari 2006; Gelet op het arrest nr. 173.589 van 19 juli 2007 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het tweede bestreden besluit wordt bevolen en de vordering tot schorsing voor het overige wordt verworpen; X-13.250-1/4 Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij, aan de verwerende partijen en aan de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak op 25 juli 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verwerende partijen en aan de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak, op grond van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Toepassing van artikel 15bis, §
- Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verwerende partijen en aan degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4bis de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak; Overwegende dat noch de verwerende partijen, noch de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak binnen de termijn van dertig dagen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend; dat, op grond van artikel 15bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen X-13.250-2/4 over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; dat er reden is om de beslissing waarvan de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen nietig te verklaren; Toepassing van artikel 15ter, §
- Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 30 november 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende de verwerping van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van X-13.250-3/4 23 februari 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen waarbij aan de b.v.b.a. 3 D DOMESTIC PROJECTS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een meergezinswoning na het slopen van de bestaande gebouwen te Ieper, Goesdamstraat 9-11, op een perceel kadastraal bekend sectie E, nrs. 184/g 14/2 en 184/k 13/
- Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld ten aanzien van het eerste bestreden besluit. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig november 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-13.250-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.204 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div