id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.290 Rolnummer: A. 135099/X-11388 Zaak: Arrest 177290 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:14 Fiche Arrest nr 177.290 van 27 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.290 van 27 november 2007 in de zaak A. 135.099/X-11.
- In zake : de n.v. MICHEL VAN DE WIELE, gevestigd te 8510 KORTRIJK - MARKE, Michel Vandewielestraat 7-17 tegen : de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MICHEL VAN DE WIELE op 7 april 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van:
- het besluit van 6 februari 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar beroep tegen de beslissing van 2 oktober 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk houdende weigering van de vergunning tot het verkavelen van grond, gelegen te Kortrijk (Bissegem), Wevelgemsevoetweg, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard,
- het besluit van 6 februari 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar beroep tegen de beslissing van 2 oktober 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk houdende weigering van de vergunning tot het uitvoeren van infrastructuurwerken te Kortrijk (Bissegem), Wevelgemsevoetweg, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 1 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-11.388-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. RODTS die loco advocaten R. HONORE en K. VAN DER CRUYSSE verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat ambtshalve moet onderzocht worden of de verzoekende vennootschap op rechtsgeldige wijze in rechte is getreden; Overwegende dat de verzoekende partij in de laatste memorie als volgt antwoordt op een in dit verband in het auditoraatsverslag opgeworpen exceptie: “(...) Vooreerst weze het opgemerkt dat de Raad van Bestuur van verzoekende partij is samengesteld uit drie leden, met name de heer Lucien-Charles BEAUDUIN, de heer Charles-Lambert BEAUDUIN en de heer Germain ARNOYS. (...) Bij het inleiden van de procedure tot nietigverklaring werd een volmacht toegevoegd waarin onder meer als volgt wordt gestipuleerd: ‘Hierbij verklaren de heren C. Beauduin en G. Arnoys optredend in hun hoedanigheid van bestuurder van de NV MICHEL VAN DE WIELE... conform artikel 18 van de statuten van voornoemde vennootschap (...) Me Rik HONORE aan te stellen als raadsman om een procedure tot nietigverklaring in te leiden bij de Raad van State...’ Met voornoemde volmacht wordt enkel bevestigd dat voornoemde bestuurders de beslissing van de Raad van Bestuur, waarin beslist werd om de betrokken weigeringsbeslissingen te betwisten voor Uw Raad benaarstigen. Noch meer noch minder. Geenszins blijkt hieruit dat de heren C. Beauduin en G. Arnoys zouden beslist hebben in de plaats van de Raad van Bestuur om een X-11.388-2/7 procedure voor Uw Raad in te leiden. Uit voornoemde volmacht blijkt overigens dat minstens de meerderheid van de leden van de Raad van Bestuur beslisten om een procedure voor Uw Raad in te leiden. Verzoekende partij legt een verklaring voor van de derde bestuurder, de heer Lucien BEAUDUIN dd. 7.04.2006, waarin laatstgenoemde verklaart kennis te hebben gehad van de betwiste weigeringsbeslissingen, hij zijn akkoord gaf aan de twee overige bestuurders van de Raad van Bestuur om een procedure tot nietigverklaring in te leiden bij de Raad van State met het oog op de hervorming van de betwiste weigeringsbeslissingen (maw werd de beslissing met unanimiteit genomen) en bevestigt hij dat de volmacht van 7.04.2003 uitgaande van de bestuurders C. BEAUDUIN en G. ARNOYS, die ingevolge artikel 18 van de statuten bevoegd zijn om de vennootschap te vertegenwoordigen de uitvoering is van de collegiale beslissing genomen door de drie leden van de Raad van Bestuur (...). Uit het voorgaande blijkt dat in casu conform de artikelen 17 en 18 van de statuten werd gehandeld. Ten overvloede kan nog het volgende ondergeschikt worden opgemerkt: Minstens dient men, teneinde te vermijden in overdreven formalisme te vervallen (...), te oordelen dat de procedure op regelmatige wijze werd ingesteld vermits de volmacht werd ondertekend door twee van de drie bestuurders, waarvan bovendien één nog gedelegeerd bestuurder is. Tot slot moet worden opgemerkt dat verwerende partij niet beweert dat de beslissing om in rechte te treden onregelmatig zou zijn geweest. (...)
- Ondergeschikt: 2.
- Bovendien voorziet artikel 17 van de statuten van verzoekende partij in de volgende bepaling (onder meer): ‘... De raad van bestuur mag al of een deel van zijn machten afvaardigen aan een of meer van zijn leden aan dewelke hij de titel van gedelegeerd bestuurder mag toekennen.’ In casu betreft deze clausule een delegatie van bevoegdheid van de Raad van Bestuur aan de gedelegeerd bestuurder. Voornoemd statutair beding voorziet aldus in de mogelijkheid om een algemene vertegenwoordigingsmacht toe te kennen aan één of meerdere gedelegeerde bestuurders. Bij uittreksel uit het verslag van de Buitengewone Algemene Vergadering van 8.12.1993 (...) werd beslist om de heer Charles-Lambert BEAUDUIN te benoemen tot gedelegeerd bestuurder die dezelfde bevoegdheden heeft als de andere gedelegeerde bestuurders. Uit een uittreksel uit het verslag van de Raad van Bestuur van 3.04.1987 (...) blijkt dat hiermee bedoeld wordt dat elke gedelegeerd bestuurder een algemene vertegenwoordigingsmacht heeft om alleen op te treden tot de som van vijf miljoen. In casu was (minstens) op het ogenblik van de ondertekening van de volmacht de heer Charles-Lambert BEAUDUIN gedelegeerd bestuurder en kon hij conform de voornoemde statutaire bepaling in de plaats van de Raad van Bestuur treden. Vermits de heer Charles Lambert BEAUDUIN (onder meer) de volmacht dd. 7.04.2003 tekende blijkt hieruit op zich reeds dat ingevolge zijn algemene vertegenwoordigingsmacht hij een procedure tot nietigverklaring voor Uw Raad namens verzoekende partij inleiden kon. In artikel 17 van de statuten wordt vermeld dat de Raad van Bestuur in rechte optreedt voor alle rechtbanken. Hierbij aansluitend, onmiddellijk daarna wordt gestipuleerd dat de Raad van Bestuur al of een deel van zijn machten afvaardigen mag aan een of meer van zijn leden aan dewelke hij de titel van gedelegeerd bestuurder mag toekennen. M.a.w. de vertegenwoordigings- bevoegdheid betreft tevens het in rechte optreden voor alle rechtbanken. X-11.388-3/7 In een arrest gewezen door Uw Raad dd.10.12.1986 (...) werd geoordeeld dat uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 6 maart 1973, welke artikel 54 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen heeft gewijzigd blijkt dat deze bepaling het mogelijk maakt om, door een uitdrukkelijk beding in de statuten een uit één of meer bestuurders samengesteld orgaan op te richten dat bevoegd is om de vennootschap naar buiten uit te vertegenwoordigen en deze bevoegdheid alleen maar algemeen kan zijn en derhalve noodzakelijk de bevoegdheid impliceert om de beslissing te nemen om in rechte op te treden. Bovendien kan worden verwezen naar een arrest gewezen door Uw Raad dd. 13.05.1987 waarin geoordeeld werd dat de statutaire bevoegdheid in toepassing van artikel 54 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen niet anders kan dan algemeen zijn en houdt derhalve noodzakelijkerwijze ook de bevoegdheid in om te beslissen in rechte op te treden (...). Voorts kan nog worden verwezen naar een arrest gewezen door Uw Raad waarin werd geoordeeld dat het inleiden van een procedure behoort tot de daden van dagelijks bestuur wanneer het een gering belang betreft (...). 2.
- De overlegging van de beslissing waaruit blijkt dat binnen de beroepstermijn tot het instellen van het beroep zou zijn beslist is niet vereist indien een bestuurder op grond van een overeenkomstig artikel 54, vierde lid Venn. W. bepaald statutair beding alleen heeft kunnen beslissen in rechte op te treden (...). In dit kader kan nog ten overvloede gewezen worden naar de arresten van 10.12.1986 (...) in de zaak NV SOLVAY waarin Uw Raad oordeelde dat een annulatieberoep, ingesteld ten verzoeke van de voorzitter en een ander lid van de Raad van Bestuur van een NV, handelend krachtens een regelmatig openbaargemaakte statutaire handtekeningsclausule, ontvankelijk is, zonder dat een daaraan voorafgaand besluit van de Raad van Bestuur dient te worden overgelegd. Verzoekende partij verwijst in deze naar het zogenaamde PROCURA- systeem: (...) : ‘In de statuten van de betrokken vennootschap stond dat twee gezamenlijk optredende bestuurders de vennootschap geldig verbinden. Zo’n handtekeningsclausule is een verzachting van de regel van de collegiale besluitvorming in de NV die met zich mee brengt dat enkel een meerderheid van de bestuurders de vennootschap geldig kan verbinden (...). Twee bestuurders hadden in casu opdracht gegeven om namens de vennootschap te dagvaarden. Terecht besliste de Rechtbank in dit geval de vertegenwoordigingsmacht van de gezamenlijk handelende bestuurders gelijk is aan de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de collegiale raad van bestuur (...). Van deze regel kan zelfs niet worden afgeweken: elke bevoegdheidsbeperking in handtekeningsclausules wordt voor ongeschreven gehouden. ... Een- en meerhandtekeningsclausules slaan immers enkel op de externe vertegenwoordigingsmacht bij het uitvoeren van een beslissing. Zij veranderen niets aan de regel van de collegiale beslissing van de raad van bestuur. Indien de interne regels van besluitvorming niet zijn nageleefd, is de betrokken bestuurder aansprakelijk t.a.v. de vennootschap. Wel kan het niet naleven van de interne regels van besluitvorming niet worden ingeroepen door of tegen de vennootschap, indien de regels van de handtekeningsclausules zijn nageleefd. Daarom is er sprake van vertegenwoordigingsmacht i.p.v. vertegenwoordigingsbevoegdheid de betrokken bestuurders kunnen de vennootschap verbinden, ook al mogen ze het niet (zgn. Prokura-systeem). (...) X-11.388-4/7 De rechtspersoon die voor de Raad van State optreedt draagt dus in beginsel de bewijslast dat de regels inzake besluitvorming en vertegenwoordiging werden gerespecteerd bij het indienen van een verzoekschrift, ook al wordt de rechtspersoon vertegenwoordigd door een advocaat. Voor de N.V. en de B.V.B.A. wordt dit bewijs aanzienlijk vergemakkelijkt door de werking van het Prokura-systeem. In de verhouding met derden is immers enkel de wettelijke algemene vertegenwoordigingsmacht van de organen maatgevend, niet hun statutaire vertegenwoordigingsbevoegdheid (...). Omdat de tegenpartij niet hoeft te vrezen dat de proceshandeling gesteld door het orgaan handelend binnen zijn vertegenwoordigingsmacht, later door de vennootschap wordt ontkend, heeft ze ook geen belang om te betwisten dat deze proceshandeling conform de interne regels van besluitvorming en vertegenwoordiging is. Dit betekent o.a. dat indien personen met een één- of meerhandtekeningsclausule tijdig een beroep indienen, er geen voorlegging kan worden gevorderd van een prealabele beslissing van het intern bevoegde orgaan.’ Vermits een algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid werd toegekend aan de heer Charles BEAUDUIN, in zijn hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder, conform artikel 17 van de statuten, dient het verzoekschrift ontvankelijk te worden verklaard. In het arrest NV EIKENAAR van 23.11.1992 (...) werd geoordeeld dat, opdat een vennootschap kan worden geacht regelmatig in rechte te zijn opgetreden, zij niet het bewijs dient te leveren dat op het vlak van de interne bestuursbevoegdheid geldig werd beraadslaagd over en beslist tot het aanspannen van het geding, maar wel dat het aanspannen van het geding gelast werd door het bevoegd orgaan van vertegenwoordiging. Gelet op het voorgaande dient geoordeeld te worden dat het verzoekschrift tot nietigverklaring ontvankelijk moet worden verklaard”; Overwegende dat de opdracht aan de raadsman van de verzoekende partij om het voorliggend beroep in te stellen als volgt is gelibelleerd: “(...) Hierbij verklaren de heren C. Beauduin en G. Arnoys optredend in hun hoedanigheid van bestuurder, van de NV MICHEL VAN DE WIELE, hiertoe benoemd bij beslissing van de Algemene Vergadering, genomen op 11 mei 1999, gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad op 28.05.1999 onder nummer 990528-91, conform artikel 18 van de statuten van voornoemde vennootschap, Me Rik HONORE aan te stellen als raadsman om een procedure tot nietigverklaring in te leiden bij de Raad van State met het oog op de hervorming van:
- de weigeringsbeslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van de provincie West-Vlaanderen dd. 6.02.2003, houdende weigering tot toekenning van een verkavelingsvergunning op een terrein gelegen te Kortrijk - Bissegem, Wevelgemsevoetweg, kadastraal gekend 5e afdeling sectie B deel nummer 60 r.
- de weigeringsbeslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van de provincie West-Vlaanderen van zelfde datum houdende weigering tot toekenning van een vergunning tot het uitvoeren van infrastructuurwerken voor een terrein gelegen te Wevelgemsevoetweg, 8501 Kortrijk (Bissegem) en kadastraal gekend 5e afdeling, sectie B, perceelnummer 12 d, 5e afdeling, sectie B perceel nummer 60 r, 5e afdeling, sectie B, perceel nummer 60 s, 5e afdeling sectie B, perceel nummer 64 p, en om de belangen van de NV MICHEL VAN DE WIELE te behartigen. X-11.388-5/7 (...)”; dat hieruit blijkt dat de desbetreffende beslissing is genomen door twee personen “optredend in hun hoedanigheid van bestuurder”, en dus niet door de raad van bestuur optredend als collegiaal orgaan; dat het feit dat deze personen de meerderheid uitmaken van de raad van bestuur aan die vaststelling geen afbreuk vermag te doen; dat de verklaring van Lucien Beauduin, van 7 april 2006, dus 3 jaar na het inleiden van het beroep tot nietigverklaring, waarin gesteld wordt dat de gegeven volmacht “de uitvoering (is) van de collegiale beslissing genomen door de drie leden, waaruit de Raad van Bestuur van de NV MICHEL VAN DE WIELE is samengesteld” niet opweegt tegen deze duidelijke tekst; Overwegende dat krachtens artikel 522 van het Wetboek van vennootschappen in beginsel alleen de raad van bestuur bevoegd is om namens een naamloze vennootschap de beslissing te nemen om een proces in te leiden en in rechte op te treden als procesvertegenwoordiger; dat de statuten krachtens artikel 522, §2 van het Wetboek van vennootschappen evenwel aan één of meer bestuurders de bevoegdheid kunnen verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap in en buiten rechte te vertegenwoordigen; dat artikel 18 van de door de verzoekende partij overgelegde statuten luidt als volgt: “(...) De rechtsvorderingen, zo als eiser dan als verweerder, worden in naam van de vennootschap gevoerd door de raad van bestuur op vervolging en benaarstiging van twee bestuurders of een gedelegeerd bestuurder of een persoon daartoe gemandateerd”; dat een dergelijke bepaling enkel de statutair aangewezen personen machtigt om, zodra de beslissing om in rechte te treden is genomen, de maatregelen te nemen ter uitvoering van hetgeen de raad van bestuur heeft beslist en niet de bevoegdheid van de raad van bestuur overdraagt in de zin van artikel 522 van het Wetboek van vennootschappen; Overwegende dat artikel 17 van de statuten het volgende bepaalt: “(...) De raad van bestuur mag al of een deel van zijn machten afvaardigen aan een of meer van zijn leden aan dewelke hij de titel van gedelegeerd bestuurder mag toekennen”; dat dergelijke overdracht van de bevoegdheid om de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen evenwel niet kan gelezen worden als een beslissing die aan de X-11.388-6/7 gedelegeerd bestuurder “een algemene vertegenwoordingsmacht” verleent om “alleen op te treden tot de som van vijf miljoen”; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat tot het instellen van het voorliggend beroep niet is beslist door het daartoe rechtens bevoegd orgaan van de verzoekende partij; dat het beroep onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig november 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.388-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.290 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div