← België

Arrest 177412 - Varia (onderwijs en cultuur) - 29/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.412 Rolnummer: A. 137605/XII-5128 Zaak: Arrest 177412 - Varia (onderwijs en cultuur) - 29/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-13 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 04:19 Fiche Arrest nr 177.412 van 29 november 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.412 van 29 november 2007 in de zaak A. 137.605/XII-

  1. In zake : Albert CORNAND, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt, kantoor houdende te 1050 Brussel, Lang Levenstraat 27-29 tegen : Het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 19, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Albert Cornand op 5 juni 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 maart 2003 van de raad van bestuur van Scholengroep 19 van het Gemeenschapsonderwijs waarbij Dirk Caluwaerts met ingang van 1 april 2003 wordt aangesteld als technisch adviseur-coördinator aan het KTA 2 Aalst; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 20 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2007; XII-5128-1\6 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste gegevens van de zaak
  3. Op 20 januari 2003 verschijnt een vacature voor technisch adviseur-coördinator aan het KTA 2 Aalst. Zowel verzoeker als Dirk Caluwaerts dienen een kandidatuur in en beide kandidaten worden verzocht een dossier samen te stellen “aan de hand van de bijgevoegde selectiecriteria” en vervolgens uitgenodigd voor een interview met de leden van de schoolraad. Bij schrijven van 27 februari 2003 zendt de directeur van het KTA Aalst aan de algemeen directeur van Scholengroep 19 het advies van de schoolraad alsmede de notulen van de interviews. Ook bij het advies gaat een toetsingsfiche waarop aan de beide kandidaten punten worden toegekend, met concrete motivering, voor elk van de afzonderlijke evaluatiecriteria. De volgorde van de kandidaten bij optellen van die punten blijkt te zijn :
  4. D. Caluwaerts (95 punten),
  5. Albert Cornand (87 punten). In hetzelfde schrijven sluit de directeur zich bij dit advies aan en adviseert hij de raad van bestuur dienvolgens D. Caluwaerts aan te stellen als technisch adviseur-coördinator. Op 21 maart 2003 draagt ook het college van directeurs van de scholengroep D. Caluwaerts voor. Na zelf ook de kandidaten te hebben gehoord beslist de raad van bestuur op 27 maart 2003 om D. Caluwaerts met ingang van 1 april 2003 aan te stellen als waarnemend technisch adviseur-coördinator. XII-5128-2\6 Op 4 april 2003 wordt verzoeker bij aangetekend schrijven in de volgende bewoordingen op de hoogte gebracht van deze beslissing : “Overwegende dat overeenkomstig het CVD in haar advies dd. 21/03/2003 de heer Caluwaerts voordraagt als TAC. Overwegende dat beide kandidaten werden gehoord door de Raad van Bestuur op 27 maart
  6. Overwegende dat de Raad van Bestuur kan instemmen met de voordracht door het CVD conform artikel 50 van het DRP. Dat aldus de heer Caluwaerts met ingang van 01/04/2003 wordt aangesteld als waarnemend TAC in het KTA 2 te Aalst”. Ten gronde
  7. In een enig middel, afgeleid uit de schending van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, voert verzoeker aan dat de verwerende partij hem op geen enkele wijze heeft ingelicht over de motieven die aan de aanstelling van D. Caluwaerts en zijn niet- aanstelling ten grondslag liggen. Hij stelt dat hij ook niet op enige andere wijze kennis heeft gekregen van die motieven, noch van het advies van het college van directeurs, zodat de formele motiveringsplicht zijns inziens zonder meer werd geschonden. In de memorie van wederantwoord voegt hij daar nog aan toe dat de aangevoerde schending door verwerende partij niet kan worden goedgemaakt door achteraf, hangende deze procedure, alsnog stukken in het administratief dossier te overleggen, aangezien zulks strijdig zou zijn met de ratio legis van de formele motiveringsplicht en de wet van 29 juli 1991 tot een lege doos zou reduceren. Dat hijzelf vooraf geen verzoek tot inzage heeft gericht aan het bestuur of geen kopie heeft gevraagd van het benoemingsbesluit, is zonder belang, aangezien de openbaarheid van bestuur voor het bestuur wel een verplichting vormt, maar voor hem als rechtsonderhorige geen voorafgaande vereiste uitmaakt om zijn beroeps- mogelijkheden uit te oefenen. Ook verliest hij -om dezelfde redenen- niet zijn belang bij het annulatieberoep als hij verkiest na kennisname van het administratief dossier geen middelen te ontwikkelen over de grond van de motieven. In de laatste memorie onderstreept verzoeker dat hij niet het gebrek aan correcte kennisgeving aan de kaak stelt, maar wel degelijk de schending van de formele motiveringsplicht.
  8. Terecht argumenteert verzoeker dat het bestuur in principe verplicht is aan al de niet-benoemde gegadigden die uitdrukkelijk hun kandidatuur voor een benoeming hebben gesteld individueel ter kennis te brengen wat het XII-5128-3\6 resultaat is geweest van de benoemingsprocedure, zelfs indien geen uitdrukkelijk voorschrift dit oplegt. Die verplichting tot individuele kennisgeving is evenwel beperkt tot het resultaat van die benoemingsprocedure wat die kandidaten zelf betreft. Alleen een uitspraak -expliciet of impliciet- over het gevolg dat aan hun eigen kandidaatstelling is gegeven is immers van aard om hun juridische situatie te wijzigen of om zo een wijziging te beletten. Er is te dezen aan die verplichting voldaan door de mededeling op 4 april 2003 dat D. Caluwaerts tot waarnemend technisch adviseur-coördinator wordt aangesteld, waaruit verzoeker met zekerheid moest begrijpen dat de benoeming finaal niet naar hem ging. In het enig middel nu argumenteert verzoeker dat het benoemings- besluit van D. Cauluwaerts onwettig is en vernietigd moet worden omdat het niet voldoet aan de eisen gesteld door de formele motiveringsplicht omdat de formele motieven aan hem niet zijn meegedeeld. Welnu, de wet van 29 juli 1991 vereist niet dat aan alle afgewezen kandidaten ook de formele motieven van de benoeming moeten worden meegedeeld. Wou verzoeker ter beoordeling van het nut van een procesgang nagaan of het benoemingsbesluit afdoende gemotiveerd was uit oogpunt van de formele -of zelfs de materiële- motiveringsplicht, dan kon hij de tekst ervan opvragen bij het bestuur. Dat heeft hij, zoals hij zelf erkent, nooit gedaan. Ook nu het besluit en de er aan ten grondslag liggende adviezen hem ondertussen bekend zijn geworden door de neerlegging ervan in het administratief dossier, formuleert hij nog steeds geen grieven nopens de er in opgenomen motieven. Zoals het middel is aangevoerd kan het derhalve niet worden aangenomen. Het verzoek tot prejudiciële vraagstelling XII-5128-4\6
  9. In de laatste memorie vraagt verzoeker dat aan de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld zou worden met het oog op het herstellen van de eenheid van de rechtspraak : “Kan een schending van de verplichtingen volgend uit de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen ten aanzien van een constitutieve beschikking of een voor-beslissing -in relatie tot een gebeurlijk annulatieberoep in de zin van artikel 14, § 1, van de bij koninklijk besluit van 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State, gericht tegen een dergelijke constitutieve beschikking of voor-beslissing- slechts leiden tot de stuiting van de krachtens artikel 19, eerste lid, van diezelfde gecoördineerde wetten bepaalde verjaringstermijn dan wel ook worden ingeroepen als een ontvankelijk respectievelijk gegrond annulatiemid- del met het oog op de vernietiging van die beschikking of beslissing?”. De regels die het procedureverloop voor de afdeling bestuurs- rechtspraak ordenen voorzien niet in een dergelijke mogelijkheid tot prejudiciële vraagstelling. Het verzoek is niet ontvankelijk. Overigens is uit de voorgaande bespreking gebleken dat de kwestie die verzoeker aangekaart wil zien met de voorgestelde vraag voor de oplossing van deze zaak ook niet relevant is, aangezien ze betrekking heeft op de gevallen waarin een benoemingsbesluit wél moet worden meegedeeld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-5128-5\6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig november 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5128-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.