← België

Arrest 177449 - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) - 30/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.449 Rolnummer: A. 119148/VII-26276 Zaak: Arrest 177449 - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) - 30/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-12 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:20 Fiche Arrest nr 177.449 van 30 november 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.449 van 30 november 2007 in de zaak A. 119.148/VII-26.

  1. In zake :
  2. Eugene DIEPVENS (overleden),
  3. Maria BOEY,
  4. Jan BEGHIN, die woonplaats kiezen bij advocaat L. BREWAEYS, kantoor houdende te WEMMEL, De Limburg Stirumlaan 248 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eugene DIEPVENS, Maria BOEY en Jan BEGHIN op 4 april 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van "artikel 31 § 1.5/, 2de lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2001 houdende de erkenning, de registratie en de machtiging en houdende de aansluiting, de aanvraag en de tenlastenneming in het kader van de zorgverzekering, in werking getreden op 1 oktober 2001, verschenen in het Belgisch staatsblad op 20/3/02"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 18 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-26.276-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 24 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 oktober 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. BREWAEYS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Rechtspleging Overwegende dat uit een uittreksel uit het register der overlij- densakten van de gemeente Ganshoren blijkt dat eerste verzoeker op 22 juni 2002 is overleden; dat het geding niet werd hervat door zijn rechthebbenden; dat het beroep dat hij op 4 april 2002 heeft ingesteld onontvankelijk is; Overwegende dat de tweede en derde verzoekende partij op 8 april 2003 nog een "toelichtende memorie van antwoord" indienen; dat dit stuk niet in het procedurereglement is voorzien en dan ook uit de debatten wordt geweerd;
  7. Ontvankelijkheid van de vordering 2.
  8. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord samengevat betoogt dat de verzoekende partijen hun belang niet aantonen vermits zij niet aantonen dat zij zich bij een Vlaamse zorgkas hebben aangesloten, noch dat zij een beroep wensen te doen op mantelzorg of op een voorziening of professionele zorgverlener voor de aankoop, de huur of de ontlening van een product of hulpmiddel, zonder dat zij tijdens die maand nog een beroep zouden doen op andere professionele niet-medische hulp- en dienstverlening, dat het feit dat derde VII-26.276-2/5 verzoeker een politiek mandaat bekleedt niet leidt tot een andere omschrijving van zijn belang, dat tweede verzoekster niet aangeeft waarop de aanvraag voor de Vlaamse zorgverzekering precies sloeg en, ten slotte, dat de verzoekende partijen bovendien uit het oog verliezen dat zij onmogelijk een belang kunnen hebben nu zij puur vrijwillig beslissen al dan niet aan te sluiten bij een zorgkas; 2.
  9. Overwegende dat in de memorie van wederantwoord wordt betoogd dat de tweede en de derde verzoekende partij inwoners zijn van het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en zich hebben aangesloten bij een zorgkas, dat tweede verzoekster zwaar hulpbehoevend is en bij de zorgkas "Onafhankelijke ziekenfondsen" een aanvraag indiende voor een financiële tegemoetkoming van de Vlaamse zorgverzekering, dat ook derde verzoeker doet blijken van het vereiste belang, aangezien zijn rechtssituatie door de bestreden norm rechtsreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt en hij bovendien krachtens zijn politiek mandaat een groot aantal personen woonachtig in het tweetalig gebied Brussel- hoofdstad vertegenwoordigt, wier rechten eveneens worden aangetast door de bestreden bepaling, en dat het belang bestaat wanneer een vordering wordt ingesteld ter voorkoming van de aantasting van een ernstig bedreigd recht; 2.
  10. Overwegende dat de verwerende partij, in haar laatste memorie, samengevat, nog toevoegt, ten aanzien van het belang van derde verzoeker, dat het vaststaat dat hij concreet geen tegemoetkoming heeft gemist en dat het gezien de temporele beperking ook duidelijk is dat er geen mogelijkheid bestaat dat hij in de toekomst een tegemoetkoming zou missen door het besluit en, ten aanzien van het belang van tweede verzoekster, dat zij niet aantoont dat zij precies omwille van de differentiërende beperkende regelgeving geen beroep op de tussenkomst van de zorgverzekering zou kunnen hebben gedaan en dat niet bewezen is dat zij niet voldoet aan de bijkomende voorwaarden in de reglementering; 2.
  11. Overwegende dat derde verzoeker stelt dat hij krachtens zijn politiek mandaat een groot aantal personen woonachtig in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad vertegenwoordigt, en zich zodoende beroept op een functioneel belang; dat het functioneel belang het belang is dat het aan hen die een openbare functie uitoefenen mogelijk maakt een beslissing aan te vechten, die zonder hen persoonlijk te beogen, de prerogatieven miskent van hun mandaat of van de instelling waartoe zij behoren; dat het enig aangevoerde middel geen schending van deze prerogatieven inroept; dat ter terechtzitting daarover ondervraagd, derde VII-26.276-3/5 verzoeker slechts van een symbolisch belang gewag maakt; dat dit evenwel niet voldoende is zodat het beroep dat hij heeft ingesteld onontvankelijk is; Overwegende dat tweede verzoekster, alhoewel daartoe uitdrukkelijk uitgenodigd, noch schriftelijk noch mondeling ter terechtzitting aantoont dat zij een nadeel heeft geleden ten gevolge van de bestreden bepaling voor de beperkte periode uit het verleden gedurende dewelke deze gelding heeft gehad, dit is van 1 oktober 2001 tot 1 januari 2003; dat het beroep dan ook moet worden verworpen bij gebrek aan het vereiste actueel belang; Overwegende dat het, gelet op de omstandigheden van de zaak, gepast voorkomt de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  12. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-26.276-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig november tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-26.276-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.449 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.