id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.510 Rolnummer: A. 68861/IX-1749 Zaak: Arrest 177510 - Energie - 03/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-18 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:23 Fiche Arrest nr 177.510 van 3 december 2007 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.510 van 3 december 2007 in de zaak A. 68.861/IX-
- In zake : de Intercommunale Maatschappij voor Energievoorziening in West-en Oost-Vlaanderen (IMEWO), die woonplaats kiest bij advocaat A. VERRIEST, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die woonplaats kiest bij advocaat D. D’HOOGHE, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Intercommunale Maatschappij voor Energievoorziening in West- en Oost-Vlaanderen op 10 mei 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de NMBS van 12 maart 1996 waarbij de toelating geweigerd wordt om een ondergrondse gasleiding aan te leggen onder de spoorweglijn 53, ter hoogte van overweg 75 (aan kp. 2856) te Wichelen; Gelet op het arrest nr. 62.593 van 16 oktober 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 4 mei 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1749-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 31 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE LANGE, die loco advocaat A. VERRIEST, verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. JOCHEMS, die loco advocaat D. D’HOOGHE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- Artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 september 1992 houdende goedkeuring van het eerste beheerscontract van de Nationale Maatschap- pij der Belgische Spoorwegen (hierna: NMBS) en tot vaststelling van maatregelen met betrekking tot deze Maatschappij, bepaalt dat de Staat de eigendom van het Staatsspoorwegnet, met inbegrip van de Noord-Zuidverbinding, zonder vergoeding overdraagt aan de NMBS. Hierdoor is de NMBS op 14 oktober 1992 van rechtswege eigenaar geworden van het Staatsspoorwegnet. 1.
- Op 29 mei 1993 beslist de gedelegeerd bestuurder van de NMBS om de vergoedingen voor de ingebruikname van het openbaar domein van de spoorwegen, die voordien waren vastgesteld bij ministerieel besluit, te verhogen. IX-1749-2/5 De maatschappijen van gas- en elektriciteitsvoorziening hebben zich tegen deze nieuwe tarieven verzet. Desondanks is de verwerende partij bij haar standpunt gebleven. 1.
- Bij brief van 17 januari 1996 wordt door de verzoekster aan de NMBS de toelating gevraagd om een ondergrondse gasdistributieleiding te leggen onder de spoorweglijn 53, ter hoogte van overweg 75 (aan kp 2856) te Wichelen. Met een aangetekende brief van 12 maart 1996 antwoordt de afdelingschef in het NMBS-district Noordwest, afdeling infrastructuur te Gent, het volgende: “Wij stellen vast dat uw maatschappij de voor 1994 en/of 1995 gefactureerde bedragen voor de bezetting van ons domein door gasleidingen of kabels niet of slechts gedeeltelijk betaalt, daar waar deze vergoedingen regelmatig werden vastgesteld door de NMBS bij beslissing van 29.05.
- Daarenboven worden de gedeeltelijke betalingen die u verricht, gedaan zonder verwijzing naar de factuur of refertenummer waarop ze betrekking hebben. Dit brengt voor de betrokken diensten een zeer groot bijkomend werk mee en het risico bestaat dat derhalve vergissingen optreden bij de toewijzing van de gedeeltelijke betalingen. Gelet op het feit dat u uw verbintenissen jegens de NMBS miskent, heeft de NMBS thans beslist om uw aanvraag tot nieuwe aanleg zonder machtiging en gevolg terug te zenden. Ofschoon u verder voor de onderscheidene facturen reeds in gebreke werd gesteld, gelieve u huidig schrijven als een bijkomende ingebrekestelling te beschouwen. Wij zullen verder zonder verdere verwittiging al de nodige stappen ondernemen met het oog op de invordering van al deze facturen.” Dit is de bestreden beslissing. Bij brief van 31 juli 1996 verleent de verwerende partij aan de verzoekster “een voorlopige toelating tot onmiddellijke uitvoering” van de gevraagde gasleiding. In het licht van die toelating verwerpt de Raad van State bij arrest nr. 62.593 van 16 oktober 1996 de vordering tot schorsing. 1.
- Op een vraag van de auditeur-verslaggever van 4 februari 1999 naar de stand van zaken, antwoordt de verzoekster dat de verwerende partij haar ondertussen de definitieve toelating tot het aanleggen van de gevraagde gasleiding heeft verleend. IX-1749-3/5 Een afschrift van die vergunning, waarop de datum niet leesbaar is, is aan de Raad van State medegedeeld. Over de ontvankelijkheid van het beroep
- Ingevolge de beslissing van de verwerende partij om de verzoekster de definitieve toelating te verlenen tot het aanleggen van de gevraagde gasleiding, is het belang van de verzoekster bij de vernietiging van de bestreden beslissing teloor gegaan. Bij gebrek aan het rechtens vereiste actuele belang in hoofde van de verzoekster, is het beroep niet ontvankelijk. Over de kosten van het beroep
- In haar laatste memorie vraagt de verzoekster, nadat zij kennis genomen heeft van het auditoraatsverslag waarin de auditeur-verslaggever tot de conclusie komt dat de verzoekster niet langer over een belang beschikt, om de verwerende partij te verwijzen in de kosten. Gelet op de omstandigheid dat het teloorgaan van het belang het gevolg is van een beslissing van de verwerende partij en dat het beroep op het moment van het indienen van het verzoekschrift niet kennelijk onontvankelijk was, is het passend om op deze vraag in te gaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1749-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 3 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1749-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.510 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.62.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.