id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.548 Rolnummer: A. 184022/X-13333 Zaak: Arrest 177548 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-12 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 177.548 van 3 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.548 van 3 december 2007 in de zaak A. 184.022/X-13.
- In zake : Marianne VAN HULLE, die woonplaats kiest bij advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Zwijnstraat 3 tegen :
- de gemeente BEERNEM, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. WIMIEKO, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Diestsevest
- DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marianne VAN HULLE op 15 juni 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 13 april 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beernem waarbij aan de b.v.b.a. WIMIEKO de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een vleesvarkensstal op een perceel gelegen te Oedelem, Danegemstraat 13, kadastraal bekend sectie B, nrs. 1043 en 1044/a; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; X-13.333-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 27 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. ALEXANDER die loco advocaat S. SERGEANT verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. GOETHALS die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat K. VANBINST die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Rechtspleging Overwegende dat de b.v.b.a. WIMIEKO met een verzoekschrift van 5 juli 2007 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak zich in de huidige stand van het geding als volgt aandienen: 1.
- Op 14 november 2006 vraagt de b.v.b.a. WIMIEKO aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beernem de stedenbouwkundige vergunning voor “het bouwen van een vleesvarkensstal”, op een X-13.333-2/5 perceel gelegen te Oedelem, Danegemstraat 13, kadastraal bekend sectie B, nrs. 1044/a en
- 1.
- Voornoemd perceel is, volgens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust, gelegen in een agrarisch gebied. 1.
- Tijdens het openbaar onderzoek dient, onder meer verzoekster, bezwaren in, welke door het college van burgemeester en schepenen, op 26 januari 2007, worden onderzocht en weerlegd. 1.
- Op 13 april 2007 wordt het thans bestreden besluit genomen;
- Ontvankelijkheid Overwegende dat de tussenkomende partij het belang van de verzoekster betwist en desbetreffend een exceptie opwerpt; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zou opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn;
- De prejudiciële vraag Overwegende dat ter terechtzitting is gebleken dat de verzoekster verzaakt aan haar verzoek om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.
- Ten gronde 5.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-13.333-3/5 5.2.
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster, dit nadeel uitsplitst in verschillende componenten, aldus zou de uitvoering van het bestreden besluit aan de basis liggen van visuele hinder, geurhinder, stofhinder en gezondheidshinder, dat zij daaraan toevoegt dat de schoonheidswaarde van haar woonomgeving onherroepelijk dreigt te worden aangetast, dat er tevens sprake is van stankhinder en dat zij bovendien verkeershinder inroept, tengevolge van het transport van varkens, biggen, voeder en mest, dat zij ook wijst op het gevaar voor contaminatie van de oppervlaktewateren met nitraatoverschrijding als gevolg en dat zij vreest voor de lawaaihinder van aan- en afrijdende vrachtwagens; dat zij besluit dat door de vergunde constructie, gelet op de bijkomende verharde oppervlakte, het gevaar voor overstroming verhoogt; 5.2.
- Overwegende dat voornoemde componenten, die de verzoekster aanvoert ter adstructie van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitsluitend voortvloeien uit de exploitatie van de vleesvarkensstal en niet uit het thans bestreden besluit, zodat zij, in het kader van huidige procedure niet dienstig kunnen worden aangevoerd; dat wat de visuele hinder betreft, deze niet wordt weerhouden, gelet op de planologische bestemming van het gebied, waarin de vleesvarkensstal vergund werd en op de grote afstand van de woning van de verzoekster ten opzichte van de vergunde constructie (± 300m); dat tenslotte het overstromingsgevaar niet aannemelijk wordt gemaakt;
- Overwegende dat bijgevolg niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. WIMIEKO in het administratief kort geding wordt ingewilligd. X-13.333-4/5 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingprocedure wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie december 2007, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. D. MOONS. X-13.333-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.548 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.790 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div