id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.629 Rolnummer: A. 114655/X-10734 Zaak: Arrest 177629 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 05/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-18 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:27 Fiche Arrest nr 177.629 van 5 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.629 van 5 december 2007 in de zaak A. 114.655/X-10.
- In zake : André SABBE, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat André SABBE op 28 december 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
- het besluit van 13 juli 2001 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende-Middenkust op het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Middelkerke, Oostende en Oudenburg, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2001, en
- “de impliciete weigering om de percelen van de verzoekende partij, gelegen te 8400 Oostende, Duinenstraat 93/95, kadastraal bekend sectie K, nr. 184/f/2 en 184/e/2 op te nemen in de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende- Middenkust”, en
- “de impliciete weigering om de percelen sectie K, nr. 184/f/2 en 184/e/2 als recreatiegebied te bestendigen”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; X-10.734-1/4 Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. RYCKALTS die loco advocaat C. GYSEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Y. FRANCOIS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord de volgende exceptie van onontvankelijkheid opwerpt : “Verzoekende partij baat naar zijn zeggen een camping uit wat een handelsactiviteit is. Hij zou derhalve normaliter moeten ingeschreven zijn in het handelsregister te Oostende (art. 4 van het K.B. van 20 juli 1964 tot coördinering van de wetten betreffende het handelsregister, B.S., 8 augustus 1964). Krachtens art. 40 en 41 van datzelfde K.B. moet elke dagvaarding op straffe van onontvankelijkheid het nummer van de inschrijving in het handelsregister vermelden. In zijn arrest dd. 25 juni 1996 heeft de Raad van State aangenomen dat deze verplichting en sanctie ook geldt voor de gedinginleidende akten in de procedures voor de Raad van State (...). In het verzoekschrift dd. 26 november 2001 (lees : 28 december 2001) wordt van dergelijk inschrijvingsnummer echter geen melding gemaakt, zodat het verzoekschrift onontvankelijk is”; 1.
- Overwegende dat de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord repliceert als volgt : “De verwerende partij beweert dat het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is nu de verzoekende partij zou hebben nagelaten de inschrijving in het handelsregister te vermelden. X-10.734-2/4 Krachtens artikel 2 § 1 van het procedurereglement van Uw raad bevat het verzoekschrift tot nietigverklaring: S De namen, de hoedanigheid en de woning of zetel van de verzoekende partij; S Het voorwerp van het beroep en een uiteenzetting van de feiten en de middelen; S De namen en de woning of de zetel van de verwerende partij. Deze gegevens werden vermeld in het inleidend verzoekschrift. De vordering is dan ook ontvankelijk. De verzoekende partij merkt op dat formele voorschriften met gezond verstand dienen te worden toegepast. Men dient zich steeds af te vragen of de eventuele miskenning van een formele vereiste het normaal verloop van de procedure of rechten van verweer van de andere partijen heeft geschaad quod certe non in casu (...). In ieder geval is de verzoekende partij als natuurlijk persoon eigenaar van de litigieuze percelen grond, en heeft derhalve - ongeacht diens professionele hoedanigheid - als eigenaar belang bij het beroep tot nietigverklaring. Het verzoek tot nietigverklaring is derhalve ontvankelijk”; 2.
- Overwegende dat de verzoeker uitbater is van het kampeerterrein “Petit Bruxelles” te Oostende; 2.
- Overwegende dat het toentertijd toepasselijke artikel 40 van de wetten betreffende het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964, aan elke handelaar de verplichting oplegt in elk dagvaardingsexploot dat betrekking heeft op een vordering die haar oorzaak vindt in een daad van koophandel, het nummer te vermelden waaronder hij in het handelsregister is ingeschreven; dat de artikelen 41 en 42 van voornoemde wetten voor de tekortkomingen aan de wettelijke verplichtingen, op het vlak van het procesrecht, de volgende sancties instellen : - artikel 41 : “Bij gebreke van vermelding van het nummer der inschrijving in het handelsregister in het exploot van dagvaarding en behoudens verantwoording van die inschrijving op de datum, waarop de eis werd ingesteld binnen de door de rechtbank gestelde termijn, verklaart deze de eis van ambtswege niet ontvankelijk”; - artikel 42 : “Onontvankelijk is elke hoofdeis, tegeneis of eis tot tussenkomst welke zijn grond vindt in een handelswerkzaamheid waarvoor de verzoeker niet ingeschreven was bij het instellen van de vordering. De niet-ontvankelijkheid is gedekt indien zij niet vóór iedere andere exceptie of verweermiddel wordt voorgesteld”; Overwegende dat de artikelen 41 en 42 van de wetten betreffende het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964, ook van toepassing zijn in procedures bij de Raad van State; dat de verzoeker noch in zijn verzoekschrift, noch X-10.734-3/4 in enig ander procedurestuk melding maakt van het inschrijvingsnummer in het handelsregister; dat hij ook niet betwist niet ingeschreven te zijn; dat hij evenmin betwist dat de uitbating van een kampeerterrein een activiteit is waarvoor een inschrijving in het handelsregister noodzakelijk was; dat hij zijn beroep heeft ingesteld in de hoedanigheid van uitbater van een kampeerterrein; dat het bedoelde voorschrift, dat betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het annulatieberoep, de openbare orde raakt; dat de exceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf december 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.734-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.629 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div