← België

Arrest 177633 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 06/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.633 Rolnummer: A. 179492/VII-36824 Zaak: Arrest 177633 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 06/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-18 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:28 Fiche Arrest nr 177.633 van 6 december 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.633 van 6 december 2007 in de zaak A. 179.492/VII-36.

  1. In zake : André BRAEMS, die woonplaats kiest bij advocaat J. GOETHALS, kantoor houdende te ARDOOIE, Brugstraat 39 tegen : de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat André BRAEMS op 18 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van 16 oktober 2006 waarbij zijn aanvraag tot het bekomen van ontheffing van de burgerlijke sancties slechts wordt toegekend voor wat betreft een gedeeltelijke vermindering van de aangerekende bijdrageopslagen; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. STEVENS, met toepassing van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 24 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. BOULLART die, loco advocaat J. GOETHALS, verschijnt voor verzoeker; VII-36.824-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De rechtspleging De verwerende partij heeft geen administratief dossier neergelegd. Bijgevolg moeten de door verzoeker aangehaalde feiten, krachtens artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, als bewezen worden geacht, tenzij ze kennelijk onjuist zijn.
  3. De feiten Aangezien geen administratief dossier werd neergelegd, worden de relevante feiten weergegeven zoals door verzoeker uiteengezet : 2.
  4. Verzoeker vraagt op 28 februari 2006 een saldobevestiging aan de verwerende partij. Ingevolge dat verzoek stuurt de verwerende partij een afrekening van in totaal 81.373,90 euro, bestaande uit 42.477,28 euro hoofdsom, 11.608,61 euro aan bijdrageopslagen en 27.288,01 euro aan intresten. 2.
  5. Hierop sluit verzoeker op 22 mei 2006 een lening af van 40.000 euro, om alle betalingsachterstallen te dekken. 2.
  6. Verzoeker dient hierop een verzoekschrift in bij de verwerende partij om vrijstelling te bekomen van bijdrageopslagen en intresten. 2.
  7. Op 16 oktober 2006 deelt de verwerende partij de thans bestreden beslissing aan verzoeker mee, waarbij de gevraagde vrijstelling wordt geweigerd.
  8. Ten gronde 3.
  9. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van artikel 55, §§1, 2 en 3, 2/, van het "K.B. van 28 november 1969", van de artikelen 2 en 3 VII-36.824-2/4 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald van het zorgvuldigheids-, gelijkheids-, en materieel motiveringsbeginsel, doordat het verzoeker onduidelijk is waarom hem geen algehele kwijtschelding van de bijdrageopslagen werd toegekend. Bovendien merkt hij op dat de bijdrage- opslagen op "onzorgvuldige wijze" werden berekend. 3.2 Aangezien de verwerende partij geen memorie van antwoord heeft toegestuurd en de bevindingen en het standpunt van de auditeur niet tegenspreekt of betwist, moet worden vastgesteld dat zij in haar stilzwijgen volhardt, temeer nu zij noch een laatste memorie heeft ingediend, noch ter terechtzitting is verschenen of vertegenwoordigd. Bijgevolg is er geen reden om er een andere zienswijze dan de auditeur op na te houden. 3.3 Het enig middel is kennelijk gegrond, BESLUIT: Artikel
  10. Vernietigd wordt de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van 16 oktober 2006 waarbij de aanvraag van André BRAEMS tot het bekomen van ontheffing van de burgerlijke sancties slechts wordt toegekend voor wat betreft een gedeeltelijke vermindering van de aangerekende bijdrageopslagen. Artikel
  11. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-36.824-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS VII-36.824-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.633 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.