← België

Arrest 177638 - Milieuvergunningen - 06/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.638 Rolnummer: A. 139407/VII-30387 Zaak: Arrest 177638 - Milieuvergunningen - 06/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-13 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 04:28 Fiche Arrest nr 177.638 van 6 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.638 van 6 december 2007 in de zaak A. 139.407/VII-30.

  1. In zake :
  2. Ivan BOUSSON,
  3. Anna VLEESCHOUWERS, wonende te OPGLABBEEK, Weg naar Meeuwen 1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ivan BOUSSON en Anna VLEESCHOUWERS op 18 juli 2003 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 16 mei 2003 waarbij hun beroep ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 14 november 2002, houdende, enerzijds, akteneming van de melding van overname door tweede verzoekster van de milieuvergunning op naam van eerste verzoeker voor het exploiteren van een inrichting, gelegen op de Weg naar Meeuwen 1 te Opglabbeek, en anderzijds, weigering van de milieuvergunning aan tweede verzoekster voor het verder exploiteren en veranderen van bovenvermelde inrichting, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven, er akte wordt genomen van de melding van overname door tweede verzoekster en de gevraagde vergunning op proef wordt verleend; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; VII-30.387-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 17 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de verzoekende partijen op 25 april 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Gelet op het aangetekend schrijven van de verzoekende partijen van 25 juli 2007, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 24 augustus 2007 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partijen, die in persoon verschijnen, en van advocaat B. STAELENS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van VII-30.387-2/3 artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de verzoekende partijen ter terechtzitting opwerpen problemen te hebben met hun advocaat; dat zij niet aantonen dat zij zich door deze problemen bevonden in een geval van overmacht waardoor zij geen verzoek tot voortzetting konden indienen; dat er aldus geen redenen zijn die de toepassing van de voormelde bepalingen in de weg staan, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-30.387-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.638 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.