← België

Arrest 177696 - Plannen van aanleg - 07/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.696 Rolnummer: A. 113942/X-10707 Zaak: Arrest 177696 - Plannen van aanleg - 07/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 177.696 van 7 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.696 van 7 december 2007 in de zaak A. 113.942/X-10.707. In zake : Jos GEERITS, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. LEMACHE, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg 60. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jos GEERITS op 10 december 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 augustus 2001 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende gedeeltelijke goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg “Zonevreemde bedrijven” genaamd, van de stad Peer; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2007; X-10.707-1/10 Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. SACREAS die loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. GILLARD die loco advocaat C. LEMACHE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.1. De verzoeker is eigenaar en uitbater van een schrijnwerkerij gelegen te Peer, Achterstraat 47, kadastraal bekend sectie B, nr. 500/x. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 22 maart 1978 vastgestelde gewestplan Neerpelt-Bree is die schrijnwerkerij gelegen in agrarisch gebied. Voor de schrijnwerkerij is geen bouwvergunning afgegeven. 1.2. Op 29 april 1998 heeft de gemeenteraad van Peer beslist tot de opmaak van een bijzonder plan van aanleg “Zonevreemde bedrijven”. Bij besluit van 22 januari 2001 heeft de gemeenteraad van Peer het bijzonder plan van aanleg “Zonevreemde bedrijven”, bestaande uit veertien deelplannen van de bestaande toestand (juridische toestand en terreinopname) en veertien bestemmingsplannen en bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften, definitief aangenomen. X-10.707-2/10 Het bestemmingsplan en bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften voor het deelplan “W2: Geerits J.”, voorziet in een bestemmings- wijziging ter bestendiging en gedeeltelijke uitbreiding van het bestaande bedrijf. De regionale commissie van advies voor de ruimtelijke ordening Limburg heeft op 18 december 2000 advies uitgebracht. De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg heeft op 8 maart 2001 advies uitgebracht. De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening heeft bij besluit van 17 augustus 2001 het bijzonder plan van aanleg “Zonevreemde bedrijven” genaamd, van de stad Peer, bestaande uit veertien deelplannen van de bestaande toestand en veertien bestemmingsplannen met bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften, goedgekeurd “met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde plandelen”, waaronder het deel “W2. Geerits J.” Het besluit verantwoordt de onthouding van goedkeuring als volgt: “Overwegende dat het bestemmingsplan en bijbehorende stedenbouw- kundige voorschriften voor het deelplan W2: Geerits J., voorziet in een bestemmingswijziging ter bestendiging en gedeeltelijke uitbreiding van het bestaande bedrijf; dat dit bedrijf volledig gelegen is in agrarisch gebied in aansluiting bij een woonlint; dat desondanks wordt vastgesteld dat het bedrijf volledig onvergund is; dat de opname van een vanuit stedenbouwkundig oogpunt volledig niet-vergund bedrijf volgens de omzendbrief in principe niet in aanmerking komt voor opname in een sectoraal BPA zonevreemde bedrijven; dat derhalve dit bestemmingsplan van goedkeuring moet worden onthouden”. Dit is het bestreden besluit. 1.3. Het bestreden besluit is bij wege van vermelding bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 september 2001. Bij brief van 24 september 2001 is de verzoeker door het stadsbestuur van Peer ervan in kennis gesteld dat zijn bedrijf niet is opgenomen in het bijzonder plan van aanleg; X-10.707-3/10 2. Ontvankelijkheid 2.1.1. Overwegende dat de verzoeker in zijn verzoekschrift als volgt anticipeert op een exceptie van laattijdigheid van zijn beroep: “(...) Bij loutere vermelding werd op 8 september 2001 voornoemde beslissing kenbaar gemaakt in het Belgisch Staatsblad. Bij brief van 24 september 2001 deelt het gemeentebestuur van de Stad Peer verzoeker mee dat het bedrijf helaas niet werd weerhouden door de minister. Kopie van het besluit wordt gevoegd. Nu de uitsluiting nominatim verzoekers rechtspositie fundamenteel aantast, en het bestreden besluit niet zonder meer, zoals elk ander bodem- bestemmingsplan een rechtsgevolg heeft ten opzichte van een onbepaald aantal rechtsonderhorigen, betreft het bestreden besluit een individuele administratieve akte, die schriftelijk en individueel dient aangezegd te worden aan de individuele betrokkene (...). De enkele omstandigheid dat het gemeentebestuur een kopie heeft meegedeeld van het tekstgedeelte, zonder de grafische onderdelen van het plan, verandert niets aan de ontstentenis van rechtsgeldige terkennisbrenging, waardoor de beslissing niet tegenstelbaar is aan verzoeker en de termijn nog niet is beginnen te lopen. De omstandigheid dat het plan ter inzage dient te liggen in het gemeentehuis verandert aan deze vaststelling evenmin iets, aangezien deze bekendmakings- regeling enkel geldt voor de gewone plannen van aanleg die gelden voor een onbepaald aantal rechtsonderhorigen, en niet zoals in casu voor de in de inventaris opgenomen zonevreemde bedrijven die individueel zijn opgenomen met toepassing van artikel 14, voorlaatste lid DROG”; 2.1.2. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord volgende exceptie van laattijdigheid opwerpt: “2. ONTVANKELIJKHEID- LAATTIJDIGHEID van het ingestelde annulatieberoep Huidig annulatieberoep werd door verzoeker aangetekend verstuurd naar de Raad van State op 10.12.2001. Nochtans werd het bestreden Besluit gepubliceerd op 8.09.2001 en ontving verzoeker individuele kennisgeving van het feit dat zijn bedrijf niet werd opgenomen in het BPA via schrijven dd. 24.09.2001 van de Gemeente PEER. Verzoeker is er zich bewust van dat zijn annulatieberoep werd ingediend NA verstrijken van de wettelijke termijn van 60 dagen na de bekendmaking en kennisgeving, doch beroept zich op het feit dat kennisgeving schriftelijk en individueel dient aangezegd te worden, zowel wat het tekstueel gedeelte betreft als wat het grafische gedeelte, en dit onverminderd het feit dat de plannen ter inzage liggen op het gemeentehuis. Hij verwijst naar een arrest van Uw Raad nr. 20.107 dd. 12 februari 1980. a. Vooreerst is verweerster van oordeel dat de termijn voor het indienen van een annulatievordering aanvang neemt vanaf de bekendmaking van het Besluit in het Belgisch Staatsblad. Overeenkomstig art. 19 DROG, laatste alinea wordt de beslissing houdende definitieve aanvaarding van het plan door de gemeenteraad, bekendgemaakt X-10.707-4/10 zoals bepaald in artikel 112 van de Nieuwe Gemeentewet , treedt de beslissing in werking 15 dagen na publicatie van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad en ligt het plan voor iedereen ter inzage in het gemeentehuis. Het arrest van Uw Raad nr. 41.885 dd. 4 februari 1993 inz. TALKOEN c./ VLAAMS GEWEST en gemeente ASSE beoordeelde de termijn voor indienen van het annulatieberoep tegen het ministerieel besluit tot goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg als ingang nemende vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad. b. Terzake betwist verweerster de wettelijke noodzaak aan individuele kennisgeving van het bestreden besluit aan de rechtsonderhorige die door het bijzonder plan van aanleg getroffen is. Het bijzonder plan van aanleg is en blijft een administratieve akte met verordenende kracht die van toepassing is op een onbepaald en zelfs onbepaalbaar (eigenaars, huurders, gebruikers, passanten) aantal rechtsonderhorigen, waarvoor het initiatief niet uitging van nominatim aangeduide rechtsonderhorige(n), doch wel van de Gemeente. Elk bestemmingsplan, dus ook het bijzonder plan in kwestie aangaande ‘zonevreemde bedrijven’, regelt uit zijn aard de rechtspositie van de eigenaars of gebruikers van de percelen die onder de ruime gelding van het plan ressorteren, hetgeen niet daarstelt dat de regelgeving of het plan individueel dient ter kennis gebracht (

  1. te)worden van betrokkenen of mogelijke betrokkenen, deze zelfs onbepaalbaar of niet-identificeerbaar zijnde. Het BPA heeft immers niet alleen gevolgen voor de eigenaars, huurders, gebruikers, uitbaters, werknemers, leveranciers, aangelanden en zelfs regelmatige passanten van de in het BPA betrokken gebieden. Terzake voorzien wet en decreet in uitdrukkelijke regels van publicatie, inwerkingtreding en inzage. Art. 14, voorlaatste lid DROG, door verzoeker aangehaald, legt geen individuele kennisgevingsplicht op. c. Verzoeker verwijst ten onrechte naar het arrest 20.107 van de Raad van State dd. 12 februari 1980. Voormeld arrest betreft ten eerste geen materie waarin uitdrukkelijke regels voor bekendmaking toepasbaar zijn en bewijst vervolgens precies het omgekeerde van wat verzoeker tracht te bekomen : het arrest nr. 20.107 poneert het principe dat een betekening niet aan bijzondere vormvereisten onderworpen is, desgevallend kan gebeuren via gewone brief. Daarenboven wordt in het arrest opgemerkt dat niet om het even welke overheid een administratieve beslissing rechtsgeldig kan betekenen, enkel deze overheid die de beslissing kan kennen en ambtelijk bevoegd is om rechtsgevolgen, die aan de betekening verbonden zijn, te doen ontstaan. Op grond van die overwegingen werd in het arrest trouwens tot de laattijdigheid van het annulatieberoep geoordeeld. In casu ligt niet ter discussie dat de beslissing van de Gemeenteraad op regelmatige wijze werd bekendgemaakt, dat de plannen op het gemeentehuis ter (in)zage lagen van iedereen, dus ook van verzoeker, en dat door aanplakking het van kracht worden van het besluit afhankelijk werd gesteld van het verstrijken van 15 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad van het ministerieel Besluit tot definitieve goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg. De individuele kennisgeving door de gemeente PEER aan verzoeker was dus suppletief. Volledigheidshalve mag benadr(u)kt worden dat de Gemeente PEER de administratieve beslissing houdende uitsluiting van verzoeker uit haar X-10.707-5/10 gemeentelijk BPA rechtsgeldig ter kennis kon brengen van verzoeker, zonder dat daarvoor bijzondere vormvereisten verplicht zijn. Verzoeker betwist niet dat hij daags na verzending kennis kreeg van het schrijven dd. 24.09.2001 van de Gemeente PEER, hetwelk door hem trouwens als stuk 2 werd voorgebracht, en kan niet ernstig voorhouden dat deze kennisgeving enige individuele twijfel of onduidelijkheid kon doen onstaan in zijne hoofde omtrent uitsluiting van zijn bedrijf uit het BPA. Zelfs zonder plan kon verzoeker uit het schrijven vernemen dat zijn bedrijf was uitgesloten uit het BPA. De meegestuurde tekst van het thans bestreden MB bevat op pagina 7, tweede alinea, expliciete verwijzing naar het deelplan W2 met aanduiding van verzoeker en uiteindelijke beslissing dat dit bestemmingsplan van goedkeuring moet worden onthouden. De plannen waren ter inzage van verzoeker op het gemeentehuis, hetgeen door verzoeker niet wordt tegengesproken. Conclusie : De vordering is laattijdig en dus onontvankelijk”; 2.1.3. Overwegende dat de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord daarop repliceert: “1. ONTVANKELIJKHEID Verwerende partij beweert ten onrechte dat het annulatieberoep laattijdig werd ingesteld. Verwerende partij meent hiervoor te kunnen verwijzen naar arrest 41.885 van Uw Raad (...), waaruit zij meent te kunnen afleiden dat Uw Raad zou geoordeeld hebben dat de termijn voor het indienen van een annulatieberoep tegen het ministerieel besluit tot goedkeuring van het BPA ingaat vanaf de publikatie in het Belgisch Staatsblad van het ministerieel goedkeuringsbesluit. Hierbij dient echter vastgesteld te worden dat Uw Raad in voornoemd arrest enkel heeft vastgesteld dat het annulatieberoep in kwestie ingediend werd op de zestigste dag na publikatie van het goedkeuringsbesluit en derhalve alleszins tijdig was ingesteld. Voornoemd arrest handelt daarenboven niet over een BPA ‘Zonevreemde bedrijven’ en is (te dezen) dan ook geenszins dienend. In tegenstelling tot de situatie behandeld in voornoemd arrest, wordt het bedrijf van verzoeker nominatim (‘Geerits J.’) geweerd uit het BPA ‘Zonevreemde bedrijven’ , zodat het hier gaat om een individuele administratieve akte die schriftelijk en individueel dient aangezegd te worden. Verweerster kan toch onmogelijk volhouden dat de betrokkenen van het BPA Zonevreemde bedrijven ‘onbepaalbaar of niet identificeerbaar’ zijn, nu deze door het bestreden besluit bij naam genoemd worden. Verzoekende partij toonde reeds aan dat de uitsluiting nominatim van verzoeker uit het BPA ‘zonevreemde bedrijven’ diens rechtspositie fundamenteel aantast en dat het BPA bijgevolg niet zonder meer, zoals elk ander bodembestemmingsplan, een rechtsgevolg heeft ten opzichte van een onbepaald aantal rechtsonderhorigen. Bijgevolg betreft het bestreden besluit een individuele administratieve akte, die schriftelijk en individueel dient aangezegd te worden aan de individuele betrokkene. Verzoeker toonde ook reeds aan dat de omstandigheid dat het gemeentebestuur een kopie heeft meegedeeld van het tekstgedeelte, zonder de grafische onderdelen van het plan, niets verandert aan de ontstentenis van de rechtsgeldige terkennisbrenging, waardoor de beslissing niet tegenstelbaar is aan verzoeker en de termijn nog niet is beginnen te lopen. De omstandigheid dat het plan ter inzage dient te liggen in het gemeentehuis verandert aan laatste X-10.707-6/10 vaststelling evenmin iets, aangezien deze bekendmakingsregeling enkel geldt voor de gewone plannen van aanleg die gelden voor een onbepaald aantal rechtsonderhorigen, en niet zoals in casu voor de in de inventaris opgenomen zonevreemde bedrijven die individueel zijn opgenomen met toepassing van artikel 14, voorlaatste lid DROG. Het weren uit een limitatieve en nominatieve lijst van bedrijven heeft vanzelfsprekend een onmiddellijk gevolg voor de rechtstoestand van verzoeker: hij kan zijn vergunningstoestand in de huidige stand van wetgeving en zonder wettigheidscontrole door de Raad niet regulariseren. Bijgevolg raakt het bestreden besluit de individuele situatie van verzoeker en diende de bestreden beslissing individueel in zijn volledigheid ter kennis gebracht te worden. Anders dan bij een gewoon BPA, dat een toekomstordening beoogt voor een onbepaald aantal subjecten, beoogt een zonevreemd sectoraal BPA de vergunbaarheid van individueel aangemerkte zonevreemde bedrijven mogelijk te maken, waardoor de uitsluiting uit deze individuele lijst de vergunbaarheid opnieuw hypothekeert. Er is terzake geen fundamenteel verschil tussen bijvoorbeeld zo een sectoraal BPA en een rangschikkingsbesluit. Beide besluiten hebben individuele rechtsgevolgen en dienen individueel ter kennis gebracht te worden. Er dient overigens vastgesteld te worden dat zelfs het administratief dossier tot op heden niet het volledig plan bevat, grafische onderdelen incluis. Zelfs wanneer de zonevreemde BPA’s desalniettemin onderworpen zouden zijn aan de gewone bekendmakingsregeling die geldt voor gewone BPA’s, is niet door het administratief dossier bewezen dat de plannen in casu in hun totaliteit ter inzage lagen van de gemeente, in strijd met wat verwerende partij dienaangaande zonder meer affirmeert zonder enige vorm van bewijs. De termijn kan in dat geval slechts beginnen te lopen van deze volledige terinzagelegging (...). Het annulatieberoep is tijdig. De exceptie van onontvankelijkheid dient te worden verworpen”; 2.1.4. Overwegende dat de verzoeker in zijn laatste memorie nog het volgende stelt inzake de tijdigheid van zijn beroep: “In deze laatste memorie zullen verzoekende partijen enkel antwoorden op de argumenten, die in het ontvangen Auditoraatsverslag worden weergegeven betreffende de beweerde onontvankelijkheid van het beroep. Voor het overige volhardt verzoekende partij in haar enig middel, zoals uiteengezet in het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord. Wat betreft de ontvankelijkheid, wordt in het Auditoraatsverslag gesteld dat ‘het dan ook niet valt in te zien welke voor verzoeker relevante elementen de grafische onderdelen van het plan nog kunnen bijbrengen opdat kan worden aangenomen dat zonder de betekening ervan de beroepstermijn niet is beginnen lopen’. In casu wordt niet betwist dat de grafische onderdelen van het plan noch op 21 september 2001, noch op 8 oktober 2001 aan verzoekende partij werden betekend. Het was bijgevolg toen voor verzoekende partij volstrekt onmogelijk om na te gaan of deze plannen al dan niet behept waren met een gebrek. Het gebeurt immers vaker dat in grafische plannen de bestaande toestand verkeerd wordt weergegeven en bijgevolg de vergunningverlenende overheid werd misleid. Er is ook op heden zelfs geen enkel bewijs dat die plannen ter inzage werden gelegd op het gemeentehuis. Verzoekende partij heeft zich ingevolge de onvolledige betekening van het bestreden besluit, niet kunnen verweren tegen mogelijke onvolkomenheden in de grafische plannen, zodat de termijn X-10.707-7/10 van zestig kalenderdagen voor het instellen van een annulatieberoep noch op 24 september 2001, noch op 8 oktober 2001 is beginnen lopen”; 2.1.5. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie daarop repliceert: “Verwerende partij sluit zich aan bij de standpunten van de heer Auditeur bij de Raad van State, weergegeven in zijn verslag dd. 12.04.2005. De heer Auditeur besluit tot de onontvankelijkheid van het ingestelde beroep nu alle relevante elementen van de beslissing van de minister reeds op 24.09.2001 ter kennis werden gebracht van verzoekende partij. Verzoekende partij werpt in haar laatste memorie op dat de grafische onderdelen van het BPA ‘Zonevreemde bedrijven’ hem nooit werden betekend zodat het hem volstrekt onmogelijk was om na te gaan of deze plannen al dan niet behept waren met een gebrek. Verzoekende partij werpt tevens op dat geen enkel bewijs voorhanden is dat die plannen ter inzage werden gelegd op het gemeentehuis. De heer Auditeur is, overigens zeer terecht, echter van oordeel dat het ‘niet valt in te zien welke voor verzoeker relevante elementen de grafische onderdelen van het plan nog kunnen bijbrengen opdat kan worden aangenomen dat zonder de betekening ervan de beroepstermijn niet is beginnen te lopen’. In zijn laatste memorie laat verzoekende partij na enig concreet element aan te duiden dat hem, bij gebreke aan betekening van de grafische onderdelen, mogelijks werd onthouden. Verwerende partij voegt hier bovendien aan toe dat in casu nooit ter discussie heeft gestaan dat de beslissing van de Gemeenteraad op regelmatige wijze werd bekendgemaakt, dat de plannen op het gemeentehuis ter zage lagen van iedereen, dus ook van verzoeker, en dat door aanplakking het van kracht worden van het besluit afhankelijk werd gesteld van het verstrijken van 15 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad van het minsterieel Besluit tot definitieve goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg. De individuele kennisgeving door de gemeente PEER aan verzoeker was derhalve suppletief. Slechts in de huidige fase van de procedure oppert verzoekende partij, voor het eerst, het bezwaar als zouden de plannen mogelijks niet ter inzage zijn gelegd op het gemeentehuis. Verzoekende partij toont echter geenszins de waarachtigheid van haar beweringen aan. Verzoeker betwist echter niet dat hij daags na verzending kennis kreeg van het schrijven dd. 24.09.2001 van de Gemeente PEER, hetwelk door hem trouwens als stuk 2 werd voorgebracht, en kan niet ernstig voorhouden dat deze kennisgeving enige individuele twijfel of onduidelijkheid kon doen ontstaan in zijne hoofde omtrent uitsluiting van zijn bedrijf uit het BPA. Zelfs zonder plan kon verzoeker uit het schrijven vernemen dat zijn bedrijf was uitgesloten uit het BPA. De meegestuurde tekst van het thans bestreden MB bevat op pagina 7, tweede alinea, expliciete verwijzing naar het deelplan W2 met aanduiding van verzoeker en uiteindelijke beslissing dat dit bestemmingsplan van goedkeuring moet worden onthouden. Dat het bestemmingsplan van goedkeuring moet worden onthouden is te wijten aan de omstandigheid dat het bedrijf volledig onvergund is, doch gelegen in agrarisch gebied. Zulk(
  2. s)kan niet worden betwist. Geen grafisch plan kan aan deze omstandigheid enige wijziging brengen. Geen enkel gebrek in enig grafisch plan kan deze omstandigheid ongedaan maken. Het besluit van de heer Auditeur dat ‘niet valt in te zien welke voor verzoeker relevante elementen de X-10.707-8/10 grafisch(
  3. e)onderdelen van het plan nog kunnen bijbrengen’, is derhalve zeer terecht. Conclusie: De vordering is laattijdig en dus onontvankelijk”; 2.2.1. Overwegende dat volgens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de beroepen verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen zijn bekendgemaakt of betekend en, indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, de termijn ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad; 2.2.2. Overwegende dat het bestreden besluit een goedkeuringsbesluit betreft van een bijzonder plan van aanleg; dat krachtens artikel 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 plannen van aanleg verordenende kracht hebben; dat de verzoeker er derhalve ten onrechte van uitgaat dat het bestreden besluit een individuele administratieve akte is, die om die reden schriftelijk en individueel dient te worden aangezegd; dat het feit dat het bestreden besluit de rechtstoestand van bepaalde gronden al dan niet wijzigt aan het reglementair karakter ervan geen afbreuk doet; 2.2.3. Overwegende dat het bestreden besluit overeenkomstig artikel 19, laatste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in het Belgisch Staatsblad van 8 september 2001 is bekend- gemaakt; dat bijgevolg in casu de beroepstermijn inging op 9 september 2001; dat de exceptie bijgevolg gegrond is en het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-10.707-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven december 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.707-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.696 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.