id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.705 Rolnummer: Zaak: Arrest 177705 - Varia (economische zaken) - 10/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 177.705 van 10 december 2007 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.705 van 10 december 2007 in de zaak A. I. 65.921/IX-2136 II. 65.954/IX-
- In zake : I.
- Ann VAN DER PERRE
- Pierre SCHOEMANS die woonplaats kiezen bij advocaat D. LINDEMANS kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 II. de bvba ABATROS AIR ACADEMY, laatst met maatschappelijke zetel te 1150 BRUSSEL, Crokaertlaan 167, waarvan het faillissement gesloten is, die het geding hervat dat aanhangig is gemaakt door Meester Joan DUBAERE, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de voornoemde vennootschap, tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ann VAN DER PERRE en Pierre SCHOEMANS op 11 oktober 1995 hebben ingediend om de veroordeling te vorderen van het Vlaamse Gewest, op grond van artikel 11 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tot betaling van 17.500.000 frank (433.813,67 euro) per verzoeker, te vermeerderen met de gerechtelijke rente vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift; Gezien het verzoekschrift dat Meester Joan DUBAERE, curator over het faillissement van de bvba ABATROS AIR ACADEMY, op 13 oktober 1995 heeft ingediend om de veroordeling te vorderen van het Vlaamse Gewest, op grond van artikel 11 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tot betaling van 35.000.000 frank (867.627, 34 euro), te vermeerderen met de gerechtelijke rente vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift; IX-2135-1/10 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de beschikking van 11 januari 2000 tot samenvoeging van de zaken; Gelet op de beschikking van 11 januari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. LINDEMANS, die verschijnt voor de verzoekende partijen in de zaak A. 65.921/IX-2136, en van advocaat R. DENYS, die loco advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Over de gegevens van de zaak.
- Bij akte verleden op 24 juli 1980 richten Ann VAN DER PERRE en Pierre SCHOEMANS de bvba ABATROS AIR ACADEMY op, met als doel “alle handelingen welke rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de luchtvaart alsook de aankoop, de verwezenlijking en de uitbating van elke vestiging IX-2135-2/10 met betrekking tot dit doel”. Er wordt gepreciseerd dat de vennootschap onder meer “scholing (zal) kunnen verlenen, het luchttransport van personen en goederen uitvoeren, overgaan tot het aankopen, verkopen, huren of verhuren van alle zaken welke rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de luchtvaart, onder meer van vliegtuigen”. De bvba ABATROS AIR ACADEMY heeft op het vliegveld te Grimbergen opleidingen gegeven aan privé- en beroepspiloten. Zij beschikte daarvoor onder meer over twee concessies verleend door de Regie der Luchtwegen, de ene voor het gebruik van een verharde oppervlakte van 280 m2 voor het stationeren van vliegtuigen (concessieakte nr. AD/CO/02/4106/2079), de andere voor het gebruik van een onoverdekte oppervlakte van ca. 350 m2 voor het oprichten van een chalet (concessieakte nr. AD/CO/02/4106/2054ter).
- In het kader van een nieuw beheer van de luchthavens die onder de bevoegdheid vielen van het Vlaamse Gewest, maakte de Vlaamse Minister van Openbare Werken op 19 september 1991 zijn beslissing bekend om de uitbating van het vliegveld Grimbergen vanaf 1 januari 1992 te beëindigen. Bij schrijven van dezelfde dag verzocht hij de Regie der Luchtwegen onverwijld over te gaan tot het opzeggen van alle concessiecontracten met betrekking tot het vliegveld. De Regie gaf hieraan gevolg, wat de twee genoemde concessieovereenkomsten met de bvba ABATROS AIR ACADEMY betreft, met brieven van 26 september 1991, waarbij de concessies tegen 1 januari 1992 beëindigd werden. Tegen de genoemde beslissing van de minister tot het sluiten van het vliegveld te Grimbergen en tegen de opzeggingen door de Regie der Luchtwegen van een aantal andere concessies werden door twee andere concessiehouders vorderingen tot schorsing en beroepen tot nietigverklaring bij de Raad van State ingesteld. De vorderingen tot schorsing zijn verworpen bij arresten nr. 38.381, nv Rodo, en nr. 38.382, Belgian Flight School, van 20 december 1991; de beroepen tot nietigverklaring zijn verworpen bij arresten nrs. 40.228 en 40.229, Belgian Flight School, van 8 september 1992, en nr. 48.925, nv Rodo, van 6 september
- De verzoekende partijen in de thans voorliggende zaak hebben geen beroep ingesteld. IX-2135-3/10 Ten gevolge van het opwerpen van een belangenconflict door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering was de uitvoering van de beslissing tot sluiting van de luchthaven ondertussen geschorst, met name tot 17 april
- In die periode kon de bvba ABATROS AIR ACADEMY haar activiteiten verder uitoefenen.
- Nadat de Vlaamse minister beslist had om de uitbating van het vliegveld vanaf 17 april 1992 stop te zetten, en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een nieuw belangenconflict had opgeworpen, dagvaardde de nv Rodo, een van de andere concessiehouders, het Vlaamse Gewest op 22 april 1992 in kort geding, ten einde de heropening van het vliegveld te Grimbergen te horen opleggen. De bvba ABATROS AIR ACADEMY is in dat geding vrijwillig tussengekomen. Bij beschikking van 30 april 1992 legde de Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel verbod op aan het Vlaamse Gewest om de beslissing tot sluiting van het vliegveld ten uitvoering te brengen zolang het tweede belangenconflict nog aanhangig was. Tegen die beschikking stelde het Vlaamse Gewest hoger beroep in. Bij arrest van 27 mei 1992 besliste het Hof van Beroep te Brussel, na vastgesteld te hebben dat het Overlegcomité Regering-Executieven op 5 mei 1992 had geoordeeld dat een beslissing slechts eenmaal het voorwerp van een belangenconflict kon uitmaken, dat het hoger beroep ontvankelijk en gegrond was. De oorspronkelijke vordering werd dienvolgens ongegrond verklaard. Het vliegveld is vervolgens op 29 mei 1992 effectief gesloten.
- Met twee afzonderlijke brieven van 21 juni 1995, de ene namens de verzoekers VAN DER PERRE en SCHOEMANS, de andere namens de bvba ABATROS AIR ACADEMY, dienen de verzoekers bij de Vlaamse regering een verzoek in tot vergoeding van buitengewone schade, geleden ten gevolge van de sluiting van het vliegveld te Grimbergen. De schade wordt voor elk van de verzoekers VAN DER PERRE en SCHOEMANS geraamd op 17,5 miljoen frank (433.813,67 euro), en voor de bvba ABATROS AIR ACADEMY op 35 miljoen frank (867.627, 34 euro). Op 16 augustus 1995 antwoordt de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening "niet te kunnen ingaan op (het) verzoek", op grond dat "de schade die (de verzoekers) beweren te hebben geleden, ... niet (werd) veroorzaakt door de administratieve overheid". IX-2135-4/10 Met een op 11 oktober 1995 ingediend verzoekschrift vorderen de verzoekers VAN DER PERRE en SCHOEMANS dat de Raad van State de verwerende partij zou veroordelen tot betaling aan elk van hen van een bedrag van 17,5 miljoen frank (433.813,67 euro), te vermeerderen met de intresten. Met een op 13 oktober 1995 ingediend verzoekschrift vordert Meester DUBAERE, optredend in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de bvba ABATROS AIR ACADEMY, dat de Raad van State de verwerende partij zou veroordelen tot betaling van een bedrag van 35 miljoen frank (867.627, 34 euro), te vermeerderen met de intresten. Over de verzoekende partij in de zaak 65.954/IX-
- Bij schrijven van 30 juli 1996 deelt de toenmalige raadsman van de curator mee dat het faillissement van de bvba ABATROS AIR ACADEMY bij vonnis van de Rechtbank van koophandel te Brussel van 14 mei 1996 gesloten is, waardoor de vroegere bestuurders opnieuw aan het hoofd van hun vennootschap zijn gesteld. Hij deelt tevens mee dat de vennootschap het geding dat door de curator is ingesteld, wenst voort te zetten. Ter zitting verklaart de toenmalige raadsman van de curator, die tevens de raadsman is van de verzoekers in de zaak 65.921/IX-2136, dat hij niet meer optreedt voor de bvba ABATROS AIR ACADEMY. Onder de toepassing van de Faillissementswet van 18 april 1851, die boek III van het Wetboek van Koophandel vormde, had de sluiting van het faillissement niet het verdwijnen van de rechtspersoon tot gevolg, maar bleef deze integendeel bestaan tot aan haar vereffening. Te dezen is echter niet duidelijk of de vennootschap nog bestaat, dan wel of ze ondertussen vereffend is. Evenmin is duidelijk of er een geldige hervatting van het geding is geweest. Er bestaat aanleiding om de debatten te heropenen, opdat de vennootschap, na kennisgeving van het voorliggende arrest aan haar laatst gekende maatschappelijke zetel, in voorkomend geval de nodige opheldering terzake kan verlenen. IX-2135-5/10 Over de bevoegdheid van de Raad van State 6.
- In haar memories van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State. Volgens de verwerende partij volgt uit artikel 11 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, naar luid waarvan de Raad van State uitspraak doet over de eisen tot herstelvergoeding voor buitengewone schade “als geen ander rechtscollege bevoegd is”, dat de Raad van State “niet bevoegd (is) om op een verzoek tot herstelvergoeding te beschikken wanneer de verzoeker zich daarbij beroept op een fout van de administratie, omdat deze in dat geval een recht op schadevergoeding inroept, gesteund op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, en, krachtens... artikel 144 van de Grondwet, uitsluitend de hoven en rechtbanken bevoegd zijn om daarover te oordelen”. De verwerende partij voert aan dat de verzoekers in het verzoekschriften melding maken “van de eventuele fouten van de overheid die in aanmerking dienen te komen bij de beoordeling van de vordering van verzoekende partijen en van de begroting in billijkheid van de herstelvergoeding”. Aldus blijkt dat er te dezen geen sprake kan zijn van een foutloos overheidsoptreden, met als gevolg dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, en enkel en alleen de gewone rechtbanken bevoegd zijn. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij, met verwijzing naar het auditoraatsverslag, dat uit de vroegere acties van de verzoekende partijen, met name de vordering van de bvba ABATROS AIR COMPANY tot tussenkomst in het kort geding, blijkt dat zij gesteund hebben op de schending van een subjectief recht. Bovendien hebben zij een fout aangevoerd, met name het niet waarmaken van gedane beloftes en het niet aanbieden van een alternatief voor het gesloten vliegveld. 6.
- In hun memories van wederantwoord repliceren de verzoekers dat er in hun verzoekschriften niets te lezen is in verband met eventuele fouten vanwege de overheid. Zij voeren ook aan dat het gebrek aan nauwkeurigheid in het verweer van de verwerende partij elke tegenspraak onmogelijk maakt. In hun laatste memorie herhalen zij dat zij noch in hun verzoekschrift, noch in hun vordering voor de Raad van State, enige fout aan de overheid hebben verweten. De door hen geleden schade is het gevolg van het sluiten IX-2135-6/10 van het vliegveld, niet van het feit dat beloftes voor een alternatief of een wederopening van het vliegveld nadien niet zijn ingelost. Uitdrukkelijk stellen de verzoekers dat aan het Vlaamse Gewest noch een contractuele, noch een quasi- delictuele fout ten laste kan worden gelegd. Ten slotte wijzen de verzoekers erop dat de bvba ABATROS AIR ACADEMY zich in het kort geding niet beroepen heeft op een subjectief recht, maar op de vrijheid van handel en nijverheid, zodat daaruit geen gevolgen afgeleid kunnen worden voor de huidige vordering bij de Raad van State. 6.3.
- Artikel 11 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt als volgt: “Als geen ander rechtscollege bevoegd is, doet de afdeling administratie (thans de afdeling bestuursrechtspraak) naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en particulier belang, bij wege van arrest uitspraak over de eisen tot herstelvergoeding voor buitengewone, morele of materiële schade, veroorzaakt door een administratieve overheid. De eis tot herstelvergoeding is niet ontvankelijk dan nadat de administratieve overheid een verzoekschrift om vergoeding geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen of gedurende zestig dagen verzuimd heeft daarop te beschikken.” Zoals de verwerende partij terecht opmerkt, volgt uit het feit dat de Raad van State enkel bevoegd is “als geen ander rechtscollege bevoegd is”, dat de bevoegdheid van de Raad van residuaire aard is, en dat hij met name niet bevoegd is wanneer de verzoeker zich beroept op een fout van het bestuur. In een dergelijk geval steunt de vordering immers noodzakelijkerwijze op de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, zodat op grond van artikel 144 van de Grondwet uitsluitend de hoven en rechtbanken bevoegd zijn om daarover te oordelen. Het staat aan de Raad van State om, in geval van betwisting, na te gaan of een verzoeker zich beroept op een recht op schadevergoeding wegens een fout begaan door het bestuur, dan wel of hij enkel een belang doet gelden waarvan de schending uitsluitend om redenen van billijkheid grond biedt tot herstel van de geleden schade. Daarbij mag de Raad van State rekening houden met de bewoordingen van het bij hem ingediende verzoekschrift en van de memories, alsmede met het door de verzoeker aan het bestuur gerichte verzoekschrift en eventueel door hem tegen het bestuur ondernomen acties. 6.3.
- Te dezen blijken de verzoekers noch in hun verzoekschriften gericht tot de Vlaamse regering, noch in hun verzoekschriften voor de Raad van State, zich te beroepen op een fout van de verwerende partij. In hun laatste memorie IX-2135-7/10 verklaren zij trouwens uitdrukkelijk dat zij aan het bestuur geen onwettig optreden verwijten. Weliswaar maken zij in hun verzoekschriften melding van het feit dat de betrokken ministers beloftes gedaan zouden hebben om het vliegveld te heropenen of dat de activiteiten op een alternatieve locatie uitgeoefend zouden kunnen worden, en dat aan die beloftes geen concrete uitvoering is gegeven. Zoals de verzoekers terecht opmerken, ligt het niet inwilligen van die beloftes echter niet aan de basis van de schade waarvoor zij vergoeding vorderen. Het inlossen van de beloftes had de geleden schade eventueel kunnen beperken, maar had het feit dat de aanleiding was voor het ontstaan zelf van de schade niet kunnen wegnemen. Wat betreft de tussenkomst van de bvba ABATROS AIR ACADEMY in het kort geding voor de burgerlijke rechter, kan uit de meegedeelde stukken niet afgeleid worden dat die partij zich beroepen heeft op een onwettige aantasting van haar rechten ten gevolge van de sluiting van het vliegveld. Die partij blijkt haar vordering enkel gesteund te hebben op de miskenning, door de Vlaamse regering, van de schorsende werking verbonden met het opwerpen van een belangenconflict door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Deze kwestie is vreemd aan de wettigheid van de betwiste beslissing zelf. Ten slotte heeft geen van de verzoekers, in tegenstelling tot andere concessiehouders, de wettigheid van de sluitingsbeslissing betwist door daartegen een beroep tot nietigverklaring in te stellen. Noch uit het verzoekschrift gericht tot de verwerende partij, noch uit het verzoekschrift en de memories bij de Raad van State, noch uit de houding van de verzoekers kan worden afgeleid dat zij zich beroepen op een fout van het bestuur. Door de verwerende partij worden geen andere omstandigheden ingeroepen waaruit afgeleid zou kunnen worden dat het voorliggende geschil behoort tot de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. De exceptie is derhalve ongegrond.
- Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van de hiervóór onderzochte exceptie van onbevoegdheid. Voor de oplossing van het geschil is het noodzakelijk dat ook de overige excepties en de vordering zelf door een lid van het auditoraat worden onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. IX-2135-8/10 IX-2135-9/10 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de auditeur-generaal aan te wijzen lid van het auditoraat wordt ermee belast de zaak verder te onderzoeken. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-2135-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.705 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.