id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.710 Rolnummer: A. 182627/XII-6145 Zaak: Arrest 177710 - Tucht (openbaar ambt) - 10/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 177.710 van 10 december 2007 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.710 van 10 december 2007 in de zaak A. 182.627/IX-
- In zake : Lisette DE MAERSSCHALCK, wonende te DENDERMONDE, Bleienpark 30 tegen : de cvba INTER-REGIES. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lisette DE MAERSSCHALCK op 20 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van onbekende datum van Inter-Regies om verzoekster de tuchtsanctie blaam op te leggen zoals voorzien in artikel 9.09 van de personeelsstatuten van Inter-Regies”; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 22 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 november 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. MARTENS, die verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat K. GEELEN, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5629-1/4 Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoekster is een statutair personeelslid van de verwerende partij. Naar aanleiding van de beëindiging van een groepsverzekering die door de verwerende partij is gesloten, is een discussie ontstaan tussen de verzoekster en de verwerende partij met betrekking tot de bedragen die deze laatste aan de verzoekster diende uit te keren. Die discussie heeft geleid tot een dading tussen de partijen, gesloten op 18 december
- Kort daarna wordt een tuchtprocedure tegen de verzoekster geopend. Aan de verzoekster worden een poging tot misleiding van de voorzitter van de verwerende partij en een poging tot oplichting van de verwerende partij ten laste gelegd. Blijkens een “nota personeelsdossier”, op 18 februari 2007 door de verzoekster ondertekend en van opmerkingen voorzien, wordt haar een blaam opgelegd. Uit die nota blijkt niet welke instantie de tuchtstraf heeft opgelegd, noch op welke datum dat gebeurd is. De bedoelde beslissing vormt het voorwerp van het voorliggende beroep.
- De auditeur-verslaggever is van oordeel dat de Raad van State onbevoegd is, en heeft met toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verslag uitgebracht. Het voorliggende beroep is ingesteld bij een op 20 april 2007 ter post aangetekend verzoekschrift. Op dat beroep zijn bijgevolg de bepalingen van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 van toepassing, zoals die luidden vóór de vervanging van dat artikel bij artikel 55 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Artikel 101 IX-5629-2/4 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 bepaalt immers dat onder meer artikel 55 van dat besluit slechts van toepassing is op de beroepen ingediend vanaf de inwerkingtreding van dat besluit, dit wil zeggen op de beroepen ingediend vanaf 1 juni
- Op grond van de terzake toepasselijke bepalingen van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 kan de voorzitter de zaak definitief beslechten indien hij van oordeel is dat de Raad van State “kennelijk onbevoegd” is; indien de voorzitter van oordeel is dat de Raad van State niet “kennelijk onbevoegd” is, wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de gewone procedure. 3.
- Te dezen werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve op dat de Raad van State onbevoegd is, op grond dat de verwerende partij een private rechtspersoon is, met name een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Volgens de auditeur kan een dergelijke rechtspersoon slechts als een administratieve overheid worden aangemerkt voor de rechtshandelingen waarbij zij een bevoegdheid uitoefent die derden eenzijdig kan verbinden. Beslissingen met betrekking tot de eigen personeelsleden vallen niet onder die kwalificatie, aangezien het personeelsbeleid als zodanig met de bevoegdheid tot eenzijdig binden of met de uitoefening van het openbaar gezag niets te maken heeft. Ter terechtzitting sluit de verwerende partij zich bij die exceptie aan. 3.
- De verzoekster repliceert dat de verwerende partij een intercommunale vereniging van openbare besturen is, georganiseerd in de vorm van een coöperatieve vennootschap, overeenkomstig de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales. De verwerende partij moet volgens haar dan ook beschouwd worden als een functionele openbare dienst; minstens gedraagt zij zich als zodanig. 3.
- De door de auditeur-verslaggever opgeworpen exceptie doet vragen rijzen omtrent de precieze aard van de verwerende partij en omtrent de precieze aard van de bestreden handeling. Uit de debatten ter terechtzitting is gebleken dat het in de huidige stand van de rechtspleging niet mogelijk is te concluderen dat de Raad van State “kennelijk onbevoegd” is. IX-5629-3/4 Dit geldt te dezen des te minder nu de verwerende partij geen memorie van antwoord en geen administratief dossier heeft neergelegd.
- Er is derhalve aanleiding om de behandeling van de zaak volgens de gewone procedure voort te zetten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt verder behandeld volgens de gewone procedure. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 december 2007, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS P. LEMMENS IX-5629-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.710 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.319 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.