id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.715 Rolnummer: A. 184200/XIV-29578 Zaak: Arrest 177715 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 10/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:33 Fiche Arrest nr 177.715 van 10 december 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.715 van 10 december 2007 in de zaak A. 184.200/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Bengaalse nationaliteit, op 29 juni 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 27 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij zijn beroep tegen de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen tot weigering van de erkenning van de status van vluchteling van 26 juni 2006 wordt verworpen; Gelet op de beschikking nr. 987 van 19 juli 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur R. VERCRUYSSEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 5 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 november 2007; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-29.578-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat S. VAN ROSSEM verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché Fr. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegrondheid van het beroep. 1.
- Overwegende dat verzoeker als enig middel aanvoert: “HET NIET NALEVEN VAN DE MATERIELE MOTIVERINGSVERPLICHTING MET BETREKKING TOT DE AANVRAAG VOOR SUBSIDIAIRE BESCHER- MING Dat men tot een beslissing moet komen op grond van het bestuderen van elk individueel dossier. Dat het niet opgaat in de huidige situatie te stellen dat verzoeker zijn procedure ten einde is en dat hij geweigerd wordt zonder het concrete gevaar verder te onderzoeken voor willekeurig geweld bij een eventuele terugkeer.. Dat hij stelt dat hij de subsidiaire bescherming vraagt omdat hij de kans loopt alleen en uitsluitend omwille van zijn seksuele geaardheid te worden veroordeeld door de huidige autoriteiten minstens de kans loopt door fundamentalistische groeperingen te worden vermoord. Dat tevens blijkt dat de strafwet zelfs dergelijke relaties verbiedt en strafbaar stelt. DAT DE VOORWAARDEN OM TOT SUBSIDIAIRE BESCHERMING TE KOMEN WEL DEGELIJK VERVULD ZIJN GELET OP DE OPENBARE BRONNEN DIE MEN ZELF IN DE BESLISSING VERNIELD. Dat men dit moet toetsen aan de actuele toestand. Dat dit in casu niet gebeurd is dat men zelfs niet verwijst naar de plaatselijke situatie ( die daarenboven zeer ernstig is ) en men verwijst niet naar de persoonlijke feiten die door verzoeker zijn aangegeven. Dat men zegt niet langer dit aan te nemen omdat men niet langer geloof hecht aan zijn asielrelaas. DE VOORWAARDEN VOOR HET TOEKENNEN VAN DE SUBSIDIAIRE BESCHERMING LIGT TOTAAL ANDERS. MEN MOET KUNNEN AANTONEN DAT MEN ERNSTIGE SCHADE KAN LOPEN OMWILLE VAN WILLEKEURIG GEWELD DAT TEGENOVER HEM ZOU GEBRUIKT WORDEN. DAT DIT TOTAAL ANDERE VOORWAARDEN ZIJN OM DIT AL OF NIET TOE TE KENNEN EN DAT HET DAN OOK NIET VOLSTAAT OM ALLEEN MAAR TE VERWIJZEN NAAR HET ASIELRELAAS OM AL OF NIET OVER TE GAAN TOT TOEKENNING ERVAN. Zo kan men telkens iets vinden om tot afwijzing over gaan DAN BLIJFT DIT STATUUT DODE LETTER. Dat van de overige elementen niet verder werd onderzocht. Dat de huidige omstandigheden voor homoseksuelen in BANGLADESH niet aan zijn huidige redenen werden getoetst. Dat op deze wijze de rechten van de asielzoeker niet langer gewaarborgd zijn XIV-29.578-2/5 Dat men minstens ervoor moet zorgen dat indien men een element vindt dat twijfels doet rijzen dat de kandidaat vluchteling hierover gehoord wordt en zijn argumenten hierover kan geven zodanig dat de rechten zijn gewaarborgd. Dat gewoon geen rekening werd gehouden dat hij originele documenten heeft. Dat hij zonder enige toetsing aan de huidige situatie en het concrete gevaar voor zijn leven werd geweigerd.. Dat dit een ernstige schending van zijn rechten uitmaakt. Dat hem immers geen enkele ernstige tegenstrijdigheid wordt verweten en dat hij dan ook een concrete en actuele vrees heeft bij een eventuele terugkeer Dat voor verzoeker de motivering van DE VASTE BEROEPSCOMMISSIE onbegrijpelijk is aangezien zelfs uit publieke bronnen die zij zelf aanhalen duidelijk blijkt dat hij een concreet gevaar loopt. Dat hij zeer teleurgesteld was dat men dit dan op het niveau van de subsidiaire bescherming niet verder wou onderzoeken .. Dat nochtans moet verwacht worden van de overheid indien zij een beslissing neemt tot weigering dat zij zich steunt op argumenten die het voor verzoeker duidelijk maken waarom hij wordt geweigerd en waarop de beschikking is gestoeld. Dat echter in huidige casu moeilijk kan gesteld worden dat de overheid, DE VASTE BEROEPSCOMMISSIE haar beslissing steunt op afdoende argumenten om het voor verzoeker duidelijk te maken waarom hij persoonlijk werd geweigerd. Op welke grond, er is niet de minste fundamentele tegenstrijdigheid en verzoeker bewijst zijn identiteit . . Dat hij de beslissing zelve niet begrijpt Dat hij de beslissing dan ook op geen enkele wijze kan aanvaarden als voldoende draagkrachtig om aan verzoeker duidelijk te maken dat zijn asielaanvraag niet kan aanvaard worden. Hij meent dat men minstens had moeten motiveren waarom zijn opgegeven redenen niet worden aanvaard en waarom deze niet voldoende doorslaggevend zijn DAT MEN ZELFS NIET VERWIJST IN HET BESCHIKKEND GEDEELTE NAAR ARTIKEL
- DAT MEN DUS HIEROVER ZELFS GEEN BESLISSING NEEMT ALHOEWEL OFFI(CI)EEL GEVRAAGD IN HET VERZOEKSCHRIFT IN BEROEP EN DE VERPLICHTING SINDS DE WET VAN 10 OKTOBER
- Dat geen enkel individueel element verder werd ontleed in de beslissing. Dus dat er geen enkele persoonlijke reden aanwezig is om hem te weigeren. Dat een dergelijke motivering zijn rechten als asielzoeker schendt. Dat deze beslissing dan ook dient verbroken te worden. Dat dit verder onderzocht had moeten worden en dat hij hierover had dienen gehoord Te Worden om zijn rechten te waarborgen. Dat dit echter niet is gebeurd en dat dit een schending uitmaakt bij de motiveringsver- plichting, dat men hem immers moet duidelijk maken waarom men meent dat hij vandaag de dag zonder gevaar terug kan, dit is zelfs niet onderzocht uiteraard vindt men hiervan dan ook niets terug in de motivering.. REDENEN WAAROM DE MOTIVERING GEBREKKIG IS”; 1.
- Overwegende dat blijkens de motivering van de bestreden beslissing, het beroep van verzoeker wordt verworpen omdat hij ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd waardoor zijn asielaanvraag, gebaseerd op zijn seksuele geaardheid en de problemen die hij hiermee heeft gekend in zijn land van herkomst, wordt verworpen; dat tevens de subsidiaire bescherming niet wordt toegekend omdat uit de informatie waarop de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zich baseert niet blijkt dat verzoeker een dergelijke bescherming nodig heeft; dat wel wordt erkend dat religieuze fanatici een gevaar XIV-29.578-3/5 kunnen vormen voor homoseksuelen in Bangladesh, doch dat wegens het door verzoeker naar voren gebrachte niet-eensluidende en niet-coherente relaas niet kan worden aangenomen dat hij een reëel risico op ernstige schade zou lopen in de zin van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet dat als volgt luidt: “Art. 48/
- §
- De subsidiaire beschermingsstatus wordt toegekend aan de vreemdeling, die niet voor de vluchtelingenstatus in aanmerking komt en die geen beroep kan doen op artikel 9ter, en ten aanzien van wie er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat, wanneer hij naar zijn land van herkomst, of in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger gewoonlijk verbleef, terugkeert, een reëel risico zou lopen op ernstige schade zoals bepaald in paragraaf 2 en die zich niet onder de bescherming van dat land kan of, wegens dat risico, wil stellen en niet onder de uitsluitingsgronden zoals bepaald in artikel 55/4, valt. §
- Ernstige schade bestaat uit : a) doodstraf of executie; of, b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of, c) ernstige bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.”; dat blijkt dat verzoeker zich zowel bij zijn asielaanvraag als bij zijn aanvraag om subsidiaire bescherming beroept op zijn seksuele geaardheid; dat zijn asielaanvraag ongeloofwaardig wordt bevonden door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen omwille van het feit dat “de bovengenoemde tegenstrijdige, ongerijmde en incoherente verklaringen concreet en wezenlijk zijn, en over de kern van het asielrelaas meer precies de omstandigheden waarin verzoeker zijn seksuele geaardheid beleefde, gaan”; dat uit de motivering van de bestreden beslissing duidelijk blijkt dat geen geloof wordt gehecht aan verzoekers geaardheid, minstens dat hij deze niet onweerlegbaar aantoont; dat verzoeker ook de noodzaak niet aantoont op subsidiaire bescherming, voor zover deze al noodzakelijk is, gelet op de overige in de bestreden beslissing gemaakte vaststellingen aangaande het vervolgingsbeleid van homoseksuele personen in Bangladesh; dat de bestreden beslissing op afdoende wijze heeft gemotiveerd waarom de subsidiaire bescherming niet kan worden verleend aan verzoeker; dat het enig middel niet gegrond is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. XIV-29.578-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien december tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.578-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.715 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.