← België

Arrest 177756 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 11/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.756 Rolnummer: A. 110555/X-10558 Zaak: Arrest 177756 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 11/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 177.756 van 11 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.756 van 11 december 2007 in de zaak A. 110.555/X-10.

  1. In zake : de b.v.b.a. DE PAJOT, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. DE PAJOT op 21 september 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 juni 2001 van de Vlaamse regering houdende stopzetting van de procedure voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan “De Pajot”, in de gemeente Galmaarden; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2007; X-10.558-1/6 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BOSQUET die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat G. HAVET die loco advocaat P. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak, die relevant zijn voor de oplossing van het geschil, als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  4. Op 20 februari 2001 keurt de provincieraad van Vlaams-Brabant de voorstellen goed tot opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen zonevreemde terreinen openluchtrecreatieve verblijven in Vlaams-Brabant. Blijkens die voorstellen zou camping De Pajot, Sint- Leonardusstraat 7 te 1570 Galmaarden, in aanmerking komen om in het ruimtelijk uitvoeringsplan te worden opgenomen. 1.
  5. Op 23 februari 2001 verzoekt de provincieraad, in uitvoering van artikel 25, § 2, 1/, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 1995 betreffende de exploitatie van de terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven, zoals gewijzigd bij artikel 2 van het besluit van 8 juni 2000, de Vlaamse regering tot het opmaken van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zonevreemde openluchtrecreatieve verblijven, conform artikel 188bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. 1.
  6. Op 29 juni 2001 beslist de Vlaamse regering dat “de procedure voor opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Pajot-Galmaarden’ wordt stopgezet”. X-10.558-2/6 Die beslissing, welke het voorwerp uitmaakt van onderhavig beroep, wordt, bij wege van vermelding, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 juli 2001;
  7. Ontvankelijkheid 2.
  8. Overwegende dat ambtshalve moet worden onderzocht of de verzoekende partij nog een actueel belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit; 2.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie onder meer stelt: “Dat in het Auditoraatsverslag tenslotte wordt opgemerkt dat artikel 188bis DRO slechts een tijdelijke en beperkte overgangsregeling is, in de zin dat de Vlaamse regering slechts vermocht een gewestelijk RUP op te maken voor een provinciale aangelegenheid zolang er geen provinciaal ruimtelijk structuurplan is goedgekeurd voor de betrokken provincie, hetgeen intussen gebeurd zou zijn; bijgevolg zou verzoekende partij niet langer belang hebben bij de vernietiging van het bestreden besluit; Dat in eerste instantie dient opgemerkt te worden dat het betrokken ruimtelijk structuurplan Vlaams-Brabant inmiddels werd aangevochten voor de Raad van State door middel van een annulatieberoep (inzake de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector neergelegd ter griffie van de Raad op 14 januari 2005), zodat voormeld plan nog geen definitief karakter heeft; Verzoekende partij is verder van oordeel dat zij -niettegenstaande de vaststelling van het provinciaal ruimtelijk structuurplan- nog steeds een actueel belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit; dat in het bestreden besluit door de Vlaamse regering immers uitdrukkelijk wordt overwogen dat het gebied in kwestie ‘wellicht zal behoren tot de agrarische structuur op Vlaams niveau’ en dat de inplanting van de camping in agrarisch gebied ‘schade berokkent aan de externe landbouwstructuren en open ruimte’; dat deze beoordeling uiteraard een hypotheek legt op het voortbestaan van de camping in kwestie; dat het niet duidelijk is op welk niveau deze aangelegenheid geregeld zal moeten worden gelet op het subsidiariteitsbeginsel (provincie dan wel het Vlaamse Gewest); dat ingeval het een aangelegenheid betreft van gewestelijk niveau, het evident voorkomt dat verzoekende partij een belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit, aangezien er dan op gewestelijk niveau opnieuw werk gemaakt kan worden van een RUP; dat ook in het andere geval verzoekende partij een belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit aangezien de Bestendige Deputatie de overwegingen uit het besluit van de Vlaamse regering zal betrekken in haar toekomstige beoordeling gelet op de hiërarchie tussen de verschillende planningsniveaus; Het regime van artikel 188bis DRO gaat ervan uit dat een provinciale aangelegenheid in geval van hoogdringendheid geregeld wordt op bestemmings-niveau in een RUP door de Vlaamse regering zolang er geen provinciaal ruimtelijk structuurplan bestaat. Door de weigering van de minister om deze procedure verder te zetten zal normaliter de aangelegenheid geregeld worden op provinciaal niveau. Het lijdt geen twijfel dat de hoger vermelde X-10.558-3/6 overwegingen van het bestreden besluit het besluitvormingsproces op bestemmingsniveau zullen beïnvloeden in een voor verzoekster ongunstige zin. Tenslotte weze benadrukt dat het regime van artikel 188 bis DRO helemaal geen uitdoofscenario inhoudt, gelet op het bepaalde in artikel 188 bis,2de alinea DRO: wanneer er toch een provinciaal structuurplan komt, krijgt de gewestelijke RUP met toepassing van artikel 188 bis, lste alinea DRO totstandgekomen, een provinciaal statuut. Verder gaat de regeling niet; nergens wordt bepaald dat artikel 188 bis DRO buiten werking wordt gesteld”; 2.
  10. Overwegende dat de procedure tot opmaak van het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan werd gestart op grond van artikel 188bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, luidend als volgt: “In afwijking van de artikelen 41 en 44 en van de bepalingen van het richtinggevend en bindend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen die betrekking hebben op de taakverdeling tussen gewest, provincies en gemeenten, kan de Vlaamse regering, zolang er geen provinciaal ruimtelijk structuurplan is goedgekeurd voor de betrokken provincie, op gemotiveerd verzoek en op voorstel van de provincieraad een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken voor een aangelegenheid die in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan had moeten geregeld worden. De aanpak van de betrokken aangelegenheid moet een dringend karakter hebben. Het voorstel van de provincieraad moet volledig zijn uitgewerkt. Het moet kaderen in het provinciaal structuurplanningsproces en in voorkomend geval verantwoord worden op basis van de bepalingen van het voorontwerp of ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan. Het moet in overeenstemming zijn met de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Op het ogenblik van de goedkeuring van het eerste provinciaal ruimtelijk structuurplan voor de betrokken provincie verkrijgen de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die zijn opgemaakt met toepassing van het eerste lid, het statuut van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan. De betrokken ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvoor deze bepaling geldt worden opgesomd in het besluit tot definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk structuurplan en het besluit tot goedkeuring daarvan. Binnen 14 dagen na de beslissing tot goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk structuurplan stuurt de bestendige deputatie een afschrift van het goedkeuringsbesluit naar de gemeenten die overeenkomstig artikel 94 de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan hebben opgenomen in hun plannenregister, met de vermelding dat de wijziging van het statuut van het plan in het register moet doorgevoerd worden. Het college van burgemeester en schepenen moet de aanpassing in het plannenregister binnen 14 dagen na ontvangst van het bericht doorvoeren”; 2.
  11. Overwegende dat uit deze bepaling voortvloeit dat de bedoelde maatregel een overgangsregeling is waarvan de mogelijkheid tot toepassing vervalt van zodra het provinciaal ruimtelijk structuurplan is goedgekeurd voor de betrokken provincie; X-10.558-4/6 2.
  12. Overwegende dat het gebied waarvoor initieel tot de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Pajot - Galmaarden’ was beslist, is gelegen in de provincie Vlaams-Brabant; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening bij besluit van 7 oktober 2004 het ruimtelijk structuurplan voor de provincie Vlaams-Brabant, zoals definitief vastgesteld bij besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 11 mei 2004, heeft goedgekeurd; dat dit besluit bij uittreksel werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 november 2004; dat na gebeurlijke vernietiging van het bestreden besluit de verwerende partij de thans geldende regelgeving moet toepassen; dat de verzoekende partij derhalve niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging van het betrokken besluit, aangezien bedoelde overgangsregeling niet meer van toepassing is; dat het feit dat het provinciaal structuurplan bij de Raad van State werd aangevochten hieraan geen afbreuk vermag te doen; dat trouwens het plan nu een definitief karakter heeft gekregen aangezien het arrest nr. 171.265 van 16 mei 2007 in de zaak A. 159.134/X-12.178 (de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector), waarnaar de verzoekende partij in haar laatste memorie verwijst, de afstand van het geding vaststelt en er geen andere annulatieberoepen tegen het betrokken plan zijn ingesteld; dat de andere argumenten uiteengezet in de laatste memorie geen rechtstreeks belang aantonen; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-10.558-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf december 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.558-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.756 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.