id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.766 Rolnummer: Zaak: Arrest 177766 - Monumenten en Landschappen - 11/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 177.766 van 11 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.766 van 11 december 2007 in de zaken A. 65.600/X-10.
- (I) A. 71.787/X-10.
- (II) In zake : I. de v.z.w. RUSTOORD TOEVLUCHT VAN MARIA, die woonplaats kiest bij advocaat P. LEROY, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5 II.
- de v.z.w. TOEVLUCHT VAN MARIA,
- de v.z.w. RUSTOORD TOEVLUCHT VAN MARIA, die woonplaats kiezen bij advocaat P. LEROY, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5 tegen : I.+II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. TOEVLUCHT VAN MARIA op 15 september 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 juni 1995 van de Vlaamse Minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming waarbij de kapel van de “Refuge” of “Toevlucht van Maria”, gelegen te Gent, Coupure 273-275, kadastraal gekend sectie F, nr. 588/m, op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten wordt opgenomen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1995 (A. 65.600); Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. TOEVLUCHT VAN MARIA en de v.z.w. RUSTOORD TOEVLUCHT VAN MARIA op 25 oktober 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 juli 1996 van de Vlaamse Minister van Cultuur, Gezin en Welzijn houdende de bescherming als monument van de kapel van de “Refuge” of “Toevlucht van X-10.208-10.209-1/9 Maria”, gelegen te Gent, Coupure 273-275, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 november 1996 (A. 71.787); Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord in beide zaken; Gezien de verslagen opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikkingen van 21 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van de verslagen en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikkingen van 20 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 27 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. AERTS, die loco advocaat P. LEROY verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK in beide zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Rechtspleging Overwegende, wat de rechtspleging betreft, dat de beide beroepen verknocht zijn; dat zij om deze reden worden gevoegd; X-10.208-10.209-2/9
- De feiten Overwegende dat de v.z.w. TOEVLUCHT VAN MARIA en de v.z.w. RUSTOORD TOEVLUCHT VAN MARIA respectievelijk eigenaar en erfpachter zijn van de kapel van de “Refuge” of “Toevlucht van Maria” gelegen te Gent, Coupure 273-275, kadastraal bekend sectie F, deel van perceel 588/m; dat voormelde kapel binnen het bij koninklijk besluit van 30 juli 1981 beschermde stadsgezicht gevormd door de Coupure Links en Rechts is gelegen; dat op 6 februari 1990 aan de v.z.w. TOEVLUCHT VAN MARIA een stedenbouwkundige vergunning werd verleend strekkende tot “het oprichten van een rustoord met 108 kamers en 30 flats na het slopen van 6 bestaande gebouwen”; dat voormelde werken in drie fasen werden uitgevoerd en volledig zijn afgewerkt; dat de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (hierna AROHM) op 6 juli 1995 een ongunstig advies heeft verleend met betrekking tot de uitbreidingsplannen van het rusthuis, gelet op de ligging binnen het beschermde stadsgezicht van de Coupure; dat naar aanleiding van de uitbreidingsplannen van het rusthuis de brandweer van de stad Gent op 16 december 1994 o.m. stelt dat “de kapel (...) een zeer ernstige hinderpaal (vormt) voor hulpverleners bij tussenkomst in dit gebouwencomplex” en concludeert dat dit gebouw zo snel mogelijk moet worden gesloopt; dat het Bestuur van Monumenten en Landschappen in een gemotiveerd advies van 24 januari 1995 voorstelt om de kapel van de “Refuge” te beschermen als monument; dat bij het in de eerste zaak bestreden besluit de voormelde kapel op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten werd opgenomen; dat bij het in de tweede zaak bestreden besluit de kapel van de “Refuge” definitief wordt beschermd als monument; 3.
- Ontvankelijkheid van het beroep in de eerste zaak (A. 65.600) Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partij in het verzoekschrift tot nietigverklaring omtrent de “ontvankelijkheid” blijkt dat zij de vernietiging van het bestreden besluit nastreeft omdat zij wenst over te gaan tot de sloping van de kapel om redenen van brandveiligheid en met het oog op de verdere uitbating en uitbreiding van het bestaande rustoord, en het bestreden besluit zulks verhindert; X-10.208-10.209-3/9 Overwegende dat, eens een verzoeker zijn belang heeft omschreven in het verzoekschrift, hij de grenzen van het gerechtelijk debat hieromtrent heeft vastgelegd; dat de verzoekende partij in haar laatste memorie voor het eerst stelt dat zij als eigenaar en erfpachter van de betreffende gebouwen, waaronder de kapel, reeds een voldoende en afdoende belang heeft; dat zij zich hiermede op een ander belang beroept dan hetgeen zij in haar verzoekschrift heeft uiteengezet; dat zij aldus een nieuw gerechtelijk debat uitlokt, hetgeen slechts met een nieuw en tijdig verzoekschrift mogelijk is; dat met de in de laatste memorie uiteengezette nieuwe argumenten met betrekking tot het belang geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat het in deze zaak bestreden besluit waarbij de kapel van de “Refuge” of “Toevlucht van Maria” op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten werd geplaatst sedert het definitieve beschermingsbesluit van 9 juli 1996 geen rechtsgevolgen meer sorteert; dat, zelfs indien het definitieve beschermingsbesluit zou worden nietigverklaard, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is, het voorlopig beschermingsbesluit krachtens artikel 5, §7 van het decreet van 3 maart 1976 geen “uitwerkselen” meer kan hebben; dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij de nietigverklaring van het voorlopig beschermingsbesluit; dat het beroep tot nietigverklaring ervan niet ontvankelijk is; 3.
- Ontvankelijkheid van het beroep in de tweede zaak (A. 71.787) 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in de tweede zaak een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld tegen het besluit van 9 juli 1996 van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn houdende de bescherming als monument van de kapel van de Refuge of Toevlucht van Maria gelegen te Gent, Coupure 273-275; 3.2.
- Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt wegens het ontbreken van het vereiste belang en hieromtrent stelt wat volgt : “II.1 De kapel van de ‘Refuge’ is gelegen binnen het beschermde stadsgezicht rond de Coupure Links en Rechts. Door deze bescherming rusten er op de kapel reeds bepaalde erfdienstbaarheden. X-10.208-10.209-4/9 Er vloeien geen bijkomende eigendomsbeperkingen voort uit de bescherming van de kapel als monument. De nietigverklaring van het bestreden besluit doet de eigendomsbeperkingen niet verdwijnen. Het ongunstig advies nopens de uitbreidingsplannen van het rustoord van de Minister berust trouwens op de bescherming als stadsgezicht van de Coupure Links en Rechts. II.2 Verzoekende partij bekwam geen bouwvergunning tot uitbreiding van het rustoord. De weigering van bouwvergunning steunt op een reeds vroegere bescherming als stadsgezicht. Slechts bij een reeds verkregen bouwvergunning tot uitbreiding van het rustoord zou huidige bescherming een rol kunnen spelen. Gezien de vroeger bestaande bescherming, verandert de opname van de kapel op een ontwerp van lijst als een voor bescherming vatbaar monument, niets aan het statuut van de kapel. Bij de uitvoering van de vergunde werken volgens de bouwtoelating van 6 februari 1990 werd een verbinding gerealiseerd tussen de nieuwbouw en de kapel. De bouwtoelating voorzag in het behoud van de kapel. De bijkomende bescherming van de kapel als monument kan aldus eveneens geen enkel nadelig gevolg hebben voor de reeds vergunde werken. II.3 Verzoekende partij heeft geen belang bij de gevorderde nietigverklaring”; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord repliceren wat volgt : “Volgens verzoekende partij (lees: de verwerende partij) (...) steunt de weigering van de bouwvergunning tot uitbreiding van het rustoord op de bescherming als stadsgezicht rond de Coupure Links en Rechts, waaronder de kapel is begrepen. Er vloeien derhalve volgens verzoekende partij (lees: de verwerende partij) (...) geen bijkomende eigendomsbeperkingen voort uit de bescherming van de kapel als monument, zodat de nietigverklaring van het bestreden besluit de eigendomsbeperkingen betreffende het kapel niet zouden doen verdwijnen. In tegenstelling met hetgeen verwerende partij laat uitschijnen, is er noch in het B.P.A. nr. 11.6 - binnenstad deel Coupure - daterend van 1987, noch in het beschermingsbesluit van de Coupure Links en Rechts als stads- en dorpsgezicht, uitdrukkelijk sprake van de kapel. Bij besluit van 6 februari 1990 werd door de Stad Gent aan verzoekende partijen de bouwvergunning verleend met betrekking tot de percelen gelegen te 9000 Gent, Coupure 265 - Bijlokevest sectie F, nrs. 582/a8, d12, e12 en strekkende tot het oprichten van een rustoord met 108 kamers en 30 flats na het slopen van 6 bestaande gebouwen. In de bouwvergunning is er geen sprake van de kapel. Aangezien evenwel geen slopingsvergunning werd gegeven voor afbraak van de kapel, dient men hieruit noodzakelijkerwijze af te leiden dat op dat ogenblik de kapel bleef behouden. Na de realisatie van het voorwerp van bedoelde bouwvergunning, wensen verzoekende partijen het rustoord uit te breiden langs de Coupure Links. Verzoekende partijen, die daartoe nog geen bouwaanvraag hebben ingediend - er kan van een weigering zoals verwerende partij het verkeerdelijk suggereert derhalve nog geen sprake zijn ! -, dient voor deze uitbreiding rekening te houden met de bescherming van de Coupure Links als stadsgezicht. Wel beschikken verzoekende partijen - en dit ook weer in tegenstelling met hetgeen verwerende partij in haar memorie van antwoord tracht voor te houden - over X-10.208-10.209-5/9 de voorafgaande vergunning, verleend bij Ministerieel Besluit van 12 juni 1995, voor de capaciteitsuitbreiding van het bestaande rusthuis. De huidige inplanting van de kapel vormt, volgens de duidelijke vaststellingen van de brandweer een probleem voor de brandveiligheid. En de brandveiligheid heeft te maken met het gehele project van het rustoord, en niet alleen met de bestaande vleugel, noch met de beoogde uitbreiding. Het klasseren van de kapel en de daaraan verbonden gevolgen, brengen de verdere uitbating van het rustoord, niet alleen de beoogde uitbreiding, doch ook de uitbating van het reeds bestaande gedeelte, in het gedrang. Zoals de brandweer aangeeft ‘vormt de kapel een zeer ernstige hinderpaal voor hulpverleners bij tussenkomst in dit gebouwencomplex’. De beoogde uitbreiding heeft niet rechtstreeks te maken met de kapel, ook al werd het probleem van de brandveiligheid gesteld of ter sprake gebracht naar aanleiding van de plannen tot uitbreiding. Zelfs indien de uitbreiding, om stede(n)bouwkundige en/of andere redenen, onmogelijk zou zijn, blijft het probleem van brandveiligheid acuut. De vaststelling dat, bij het verlenen van een bouwvergunning van 6 februari 1990, de afbraak van de kapel niet werd voorzien, doch zelfs een verbinding tussen de nieuwbouw en de kapel werd gerealiseerd, doet aan deze vaststelling geen afbreuk. Verzoekende partijen hebben dan ook wel degelijk een belang bij het indienen van het annulatieberoep”; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie stellen dat zij als eigenaar en erfpachter van de betreffende gebouwen, waaronder de kapel, een voldoende en afdoende belang hebben om het definitief klasseringsbesluit aan te vechten, dat bovendien bij brief van 16 december 1994 de brandweer van de stad Gent liet weten dat de bestaande kapel voor veiligheidsproblemen zorgt en, dat de bescherming van de kapel derhalve de sloping als oplossing voor het veiligheidsprobleem onmogelijk maakt; dat zij vervolgen dat het eventueel voorhanden zijn van mogelijke alternatieve oplossingen voor het veiligheidsprobleem, in zoverre deze zouden bestaan, aan hun belang bij de nietigverklaring van de thans bestreden beslissing geen enkele afbreuk doet, omdat zij niet kunnen verplicht worden om andere delen van het rustoord en van de gebouwen af te breken om het veiligheidsprobleem op te lossen, terwijl een sloping van de kapel afdoende en voldoende zou zijn om aan de opmerkingen van de brandweer tegemoet te komen; 3.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie niets toevoegt aan hetgeen zij reeds heeft uiteengezet; 3.3.
- Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partijen in het verzoekschrift tot nietigverklaring omtrent de “ontvankelijkheid” blijkt dat zij de vernietiging van het bestreden besluit nastreven omdat zij wensen over te gaan tot de sloping van de kapel om redenen van brandveiligheid en met het oog op de X-10.208-10.209-6/9 verdere uitbating en uitbreiding van het bestaande rustoord, en het bestreden besluit zulks verhindert. Overwegende dat, eens een verzoeker zijn belang heeft omschreven in het verzoekschrift, hij de grenzen van het gerechtelijk debat hieromtrent heeft vastgelegd; dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie voor het eerst stellen dat zij als eigenaar en erfpachter van de betreffende gebouwen, waaronder de kapel, reeds een voldoende en afdoende belang hebben; dat zij zich hiermede op een ander belang beroepen dan hetgeen zij in hun verzoekschrift hebben uiteengezet; dat zij aldus een nieuw gerechtelijk debat uitlokken, hetgeen slechts met een nieuw en tijdig verzoekschrift mogelijk is; dat met de in de laatste memorie uiteengezette nieuwe argumenten met betrekking tot het belang geen rekening kan worden gehouden; 3.3.
- Overwegende dat het bestreden besluit de kapel van de “Refuge” gelegen te Gent, Coupure 273-275, beschermt als monument; dat artikel 2 van dit besluit bepaalt wat volgt : “Art.
- Met het oog op de bescherming zijn van toepassing: De beschikkingen van het Besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten (B.S. 10/03/1994)”; 3.3.
- Overwegende dat niet wordt betwist dat de betrokken kapel eveneens is gelegen binnen de perimeter van het bij koninklijk besluit van 30 juli 1981 beschermde stadsgezicht gevormd door de Coupure Links en Rechts; dat artikel 3 van dit besluit bepaalt wat volgt : “Artikel 3 : Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 6 december 1976 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten, stads- en dorpsgezichten, worden voor de behartiging van het algemeen belang de volgende beperkingen aan de rechten van de eigenaars gesteld : behoudens geldig verleende machtiging, overeen- komstig de bepalingen van het artikel 5 van het decreet van 3 maart 1976, is het verboden:
- op de hogervermelde percelen de werken uit te voeren vermeld in artikel 44 van de wet van 29 maart 1962, houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedebouw;
- de ordonnantie en het uitzicht van de percelen en van de zich erop bevindende onroerende goederen te wijzigen”; X-10.208-10.209-7/9 Overwegende dat het koninklijk besluit van 6 december 1976 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten, stads- en dorpsgezichten, is vervangen door het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten; dat de bepalingen van artikel 5 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten om af te wijken van de genoemde verbodsbepalingen zijn opgeheven en thans zijn opgenomen in artikel 111, § 5, 2/ van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening; dat de bepalingen ervan op elke vergunningsaanvraag van toepassing zijn; dat derhalve ingevolge het bestreden besluit tot bescherming als monument van de kapel van de “Refuge” dezelfde beschermingsmaatregelen gelden als deze die reeds van toepassing waren ingevolge de bescherming als stadsgezicht van de Coupure Links en Rechts, waarin deze kapel is gelegen; dat laatstgenoemd beschermingsbesluit niet werd aangevochten en derhalve definitief is geworden; dat de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning tot sloping van de betrokken kapel van de “Refuge” ingevolge de bescherming als monument aan dezelfde machtiging is onderworpen als deze waaraan zodanige vergunningsaanvraag is onderworpen ingevolge de bescherming als stadsgezicht; dat de bespreking van het door de tweede verzoekende partij tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschrift onder meer vermeldt wat volgt : “De kapel is volledig gelegen binnen het beschermde stadsgezicht van de Coupure van 30.07.
- Hierdoor rusten er op deze onroerende goederen bepaalde erfdienstbaarheden (o.m. bindend advies voor alle vergunnings- plichtige werken inzake de wet op de stedenbouw en de Ruimtelijke Ordening). De opname van de kapel als monument op de ontwerplijst verandert dus niets aan het statuut van de kapel waarvan altijd gesteld werd dat ze binnen het stadsgezicht moest behouden blijven en die in het uitgevoerde complex volledig geïntegreerd werd. Het bezwaarschrift van de v.z.w. wordt gemotiveerd door een brief van de brandweer van 16.12.1994 (in bijlage) als antwoord op een vraagstelling in verband met een “geplande afdeling demente bejaarden” in te planten in de smalle wig van het gebouwencomplex. Hiervoor dienen nog drie burgerhuizen aan de Coupure gesloopt te worden. In verband hiermee bracht het Bestuur Monumenten en Landschappen op 6.07.1995 een ongunstig advies uit betreffende het stedenbouwkundig attest nr. 2, oprichting van een bejaarden- tehuis, waarin het Bestuur stelt dat : ‘gelet op de ligging binnen het beschermde stadsgezicht van de Coupure, ze wenst de bestaande woningen te behouden daar deze een belangrijk element uitmaken van deze bescherming’. De brief van de brandweer heeft dus enkel betrekking op de laatste, nog niet vergunde en door het Bestuur ongunstig (ge)adviseerde fase van het bejaardentehuis en niet op de reeds gerealiseerde kamers en flats waarbij de kapel volledig geïntegreerd werd in het nieuwe complex en waarbij duidelijk nieuwe verbindingen gerealiseerd werden tussen kapel en nieuwe bouw. De verdere bouwplannen binnen het X-10.208-10.209-8/9 beschermde stadsgezicht van 1981 dienen met de opgelegde erfdienstbaarheden rekening te houden”; dat hieruit volgt dat een eventuele vernietiging van het bestreden beschermingsbesluit vanuit het oogpunt van het belang zoals dat door de verzoekende partijen is omschreven, zonder nut is; dat de exceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- De zaken A. 65.600/X-10.208 en A. 71.787/X-10.209 worden gevoegd. Artikel
- De beroepen worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep in de zaak A. 65.600/X-10.208, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het beroep in de zaak A. 71.787/X-10.209, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf december 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.208-10.209-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.766 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div