← België

Arrêt / Arrest 177769 - Médias / Media - 11/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.769 Rolnummer: A. 58529/V-1387 Zaak: Arrêt / Arrest 177769 - Médias / Media - 11/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-14 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-30 04:38 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 177.769 van 11 december 2007 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.769 van 11 december 2007 in de zaak A. 58.529/V-

  1. In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Gerard Davidstraat 14, bus 1 tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaten M. UYTTENDAELE en E. MARON, kantoor houdende te BRUSSEL, Bronstraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Vlaamse Gemeenschap op 20 juni 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen door de Franse gemeenschapsregering op 29 december 1993, tot wijziging van het besluit genomen op 24 december 1991 door de Executieve van de Franse Gemeenschap, betreffende de erkenning van private radio’s, alsmede van alle erkenningsbesluiten of besluiten tot verlenging van de erkenning van de private radio’s die op basis van de besluiten van 29 december 1993 en van 24 december 1991 werden genomen; Gelet op het arrest nr. 82.705 van 5 oktober 1999 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast de zaak verder te behandelen en een aanvullend verslag op te stellen; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 23 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; V-1387-1\4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. VAN HAEGENDOREN; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat E. MARON, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het behalve wat de kosten betreft eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. In het voormelde arrest van 5 oktober 1999, waarbij de debatten in deze zaak werden heropend, overwoog de Raad van State onder meer "dat het eerste bestreden besluit reeds door de Raad van State is nietig verklaard bij arrest nr. 64.246, S.I.S., van 29 januari 1997; dat wat dat betreft het beroep dan ook geen voorwerp meer heeft" en, voor het overige, "dat de gegevens van het dossier niet toelaten vast te stellen welke van de 186 bij het besluit van 7 maart 1994 toegekende en niet reeds vernietigde erkenningen, niet voorkwamen in het frequentieplan van 1992, of sindsdien een hoger zendvermogen of antennehoogte kregen toegewezen dan het oorspronkelijk reglementair besluit van 24 december 1991 toeliet; dat het onderzoek op dat punt moet worden vervolledigd". Verzoekster heeft geen antwoord gegeven op de verschillende vragen die de auditeur-verslaggever haar heeft gesteld bij brieven van 4 juli 2001, 11 oktober 2001 en 3 maart 2006 en die er op gericht waren om, ten behoeve van het verdere onderzoek door de auditeur, die nadere precisering te verkrijgen omtrent de aangevochten handelingen. V-1387-2\4 In de laatstgenoemde brief heeft de auditeur niet enkel de gestelde vragen hernomen, maar verzoekster er ook expliciet op gewezen dat bij het uitblijven van enig antwoord, het vereiste actueel belang zijn inziens geacht moet worden verloren te zijn gegaan.
  4. In de laatste memorie betoogt verzoekster dat het na jaren procederen niet steeds eenvoudig is om vragen nog “meteen” te beantwoorden. Zij doet vervolgens een poging om de gevraagde precisering alsnog te geven.
  5. Een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, moet een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces vertonen. Haar houding mag voorts het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook zij moet bijdragen, niet verstoren. Om die redenen is zij verplicht haar medewerking aan de rechter te verlenen wanneer zij daartoe wordt verzocht. Wanneer bovendien haar belang uitdrukkelijk in vraag wordt gesteld, moet zij daarover dadelijk een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Wanneer een verzoekende partij bij de instructie van de zaak door het aangewezen lid van het auditoraat om aanvullende informatie wordt verzocht, moet zij daarover dan ook uitsluitsel geven. Indien zij van oordeel is dat de vraagstelling complex is en een antwoord niet “meteen” te vinden is of zelfs dat de verwerende partij beter geplaatst is om het antwoord te geven, mag van haar ten minste worden verwacht dat zij de ontvangst van de gestelde vragen bevestigt en uitlegt waarom zij niet of niet onmiddellijk een antwoord kan geven. Verzoekster had evenwel op geen enkele brief ook maar enige reactie, ofschoon zij uitdrukkelijk is gewezen op de mogelijke weerslag van dit stilzitten op de beoordeling van haar gebleven belangstelling bij het beroep, en dus haar actueel belang. Het hiervóór beschreven gemis aan belangstelling voor de behandeling van haar beroep wijst uit dat verzoekster zelf van oordeel is dat zij geen belang meer heeft bij de vernietiging van de aangevochten beslissingen. Zij kan dit niet meer goedmaken in een laatste memorie. Een laatste memorie strekt er immers toe de Raad in te lichten hoe tegen de bevindingen van het auditoraatsverslag wordt aangekeken. Dit vereist wel dat aan het auditoraat ten behoeve van zijn onderzoek te nuttigen tijde de gevraagde inlichtingen zijn voorgelegd. Met deze in de laatste memorie aangebrachte informatie alsnog rekening houden zou geheel strijden met de door de wetgever ingebouwde stappen van de schriftelijke procedure en met de essentiële rol van het auditoraat bij de instructie van de zaak. V-1387-3\4 Aangenomen moet worden dat verzoekster, door de voormelde brieven onbeantwoord te laten en zo doende de rechter haar tijdige medewerking te onthouden, niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang. Ambtshal- ve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf december 2007, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de H. P. LEMMENS kamervoorzitter, Mevr. St. GEHLEN staatsraad, de HH. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS P. LEMMENS V-1387-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.769 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.705 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.