id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.832 Rolnummer: A. 184301/VII-37020 Zaak: Arrest 177832 - Milieuvergunningen - 13/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:37 Fiche Arrest nr 177.832 van 13 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst bekendmaking Oplegging dwangsom Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.832 van 13 december 2007 in de zaak A. 184.301/VII-37.020. In zake : 1. H.M.J. SMEETS, 2. Rika ALBRECHTS, die woonplaats kiezen bij advocaten W. MERTENS en A. BEELEN, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de deputatie van de provincie LIMBURG, die woonplaats kiest bij advocaten K. GEELEN en K. WAUTERS, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131. tussenkomende partij : de b.v.b.a. MAXIM PALACE, die woonplaats kiest bij advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te HEERS, Steenweg 161. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat H.M.J. SMEETS en Rika ALBRECHTS op 9 juli 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Limburg d.d. 24.05.2007 (kenmerk 023.03.10/V2006N0 - dossier 750.71/B/06.006) waarbij het beroep van verzoekers tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Maasmechelen d.d. 10.03.2006 houdende het verlenen van een voorwaardelijke milieuvergunning aan de BVBA MAXIM PALACE voor het exploiteren van een feestzaal met dansgelegenheid, niet wordt ingewilligd, terwijl het beroep van de BVBA MAXIM PALACE tegen dezelfde beslissing gedeeltelijk wordt ingewilligd (...)"; VII-37.020-1/12 Gezien het verzoekschrift van dezelfde datum waarin de verzoekende partijen vragen om de hieronder geciteerde voorlopige maatregelen, alsook een dwangsom, op te leggen : "• In hoofdorde : Aan de BVBA MAXIM PALACE en aan de TAVERNE MINI MAX te verbieden om vanaf de betekening van de uitspraak van Uw Raad over de vordering tot schorsing en het bevelen van voorlopige maatregelen, de exploitatie van de feestzaal met dansgelegenheid en taverne, gelegen aan de Ringlaan 412 te Maasmechelen voort te zetten en het gebruik van de gronden als parking zonder stedenbouwkundige vergunning voort te zetten of te laten voortzetten, en dit totdat de verwerende partij opnieuw uitspraak zal hebben gedaan over het beroep van verzoekers tegen de beslissing van het CBS van de gemeente Maasmechelen van 10.03.2006 én zolang als deze uitspraak niet tijdig of zonder succes is aangevochten voor Uw Raad via een vordering tot schorsing. En tezelfdertijd aan de verwerende partij te bevelen de naleving van deze verboden, ev. via bestuurlijk toezicht, te (laten) verzekeren en af te dwingen, desnoods via verzegeling van de lokalen/terreinen en met bijstand van de openbare macht, op straffe van een dwangsom ad 25.000,00 EUR per daad van exploitatie of van gebruik van de gronden als parking die toch nog gesteld zou worden. • In ondergeschikte orde: Aan de verwerende partij te verbieden om de bestreden beslissing van 24.05.2007 in te trekken zonder daarbij tezelfdertijd, bij wijze van voorlopige (dwang-)maatregel of enige andere beslissing, de stopzetting van de exploitatie van de feestzaal met dansgelegenheid en taverne en van het gebruik van de gronden als parking zonder stedenbouwkundige vergunning, gelegen aan de Ringlaan 412 te Maasmechelen te (laten of doen) bevelen. Aan de verwerende partij te bevelen om, ev. via bestuurlijk toezicht, deze stopzettingen te (doen) handhaven totdat zij een nieuwe uitspraak zal hebben gedaan over het beroep van verzoekers tegen de beslissing van het CBS van de gemeente Maasmechelen van 10.03.2006 én zolang als deze uitspraak niet tijdig of zonder succes is aangevochten voor Uw Raad via een vordering tot schorsing. Dit alles op verbeurte van een dwangsom ad 25.000,00 EUR per daad of onthouding die strijdig is met het hogergeschreven verbod en bevel en die toch nog gesteld zou worden (verboden daad) of niet gesteld zou worden (verboden onthouding, niet-uitvoering van het bevel). • In uiterst ondergeschikte orde: Aan de verwerende partij te verbieden om de bestreden beslissing van 24.05.2007 in te trekken zonder daarbij tezelfdertijd, bij wijze van voorlopige (dwang-) maatregel of enige andere beslissing, de exploitant(
- en)van de feestzaal met dansgelegenheid en taverne gelegen aan de Ringlaan 412 te Maasmechelen, te verplichten de exploitatie slechts voort te zetten onder de bijkomende voorwaarden dat er per feest slechts maximaal 250 bezoekers mogen zijn, dat er slechts maximaal 4 feesten per maand mogen doorgaan en dat ieder geluid geproduceerd op de parking of binnen de inrichting dat de milieukwaliteitsnormen voor geluid in open lucht in woongebied zoals vastgesteld in punt 2.2.1 van de Bijlage bij VLAREM II overstijgt, verboden is. En tezelfdertijd aan de verwerende partij te bevelen om de naleving van deze bijkomende voorwaarden en van de voorwaarden zoals opgenomen in de beslissing van het CBS van de gemeente Maasmechelen van 10.03.2006, ev. via VII-37.020-2/12 bestuurlijk toezicht, te handhaven en te verzekeren totdat zij een nieuwe uitspraak zal hebben gedaan over het beroep van verzoekers tegen de beslissing van het CBS van de gemeente Maasmechelen van 10.03.2006 én zolang als deze uitspraak niet tijdig of zonder succes is aangevochten voor Uw Raad via een vordering tot schorsing. Dit alles op verbeurte van een dwangsom ad 25.000,00 EUR per daad of onthouding die strijdig is met het hogergeschreven verbod en bevel en die toch nog gesteld zou worden (verboden daad) of niet gesteld zou worden (verboden onthouding, niet-uitvoering van het bevel)"; Gezien de nota's van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BEELEN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. WAUTERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De rechtspleging De b.v.b.a. MAXIM PALACE dient op 23 juli 2007 een verzoekschrift tot tussenkomst in het administratief kort geding in, alsook één in het kader van de procedure met betrekking tot het opleggen van voorlopige maatregelen en het opleggen van een dwangsom. Aangezien deze partij de begunstigde is van de bestreden vergunning, kunnen deze verzoeken worden ingewilligd. VII-37.020-3/12 VII-37.020-4/12 2. De feiten 2.1. Eind 2005 dient de tussenkomende partij een milieuvergunnings- aanvraag in voor de exploitatie van een nieuwe inrichting, met name de uitbating van een feestzaal met dansgelegenheid tijdens de feestelijkheden. 2.2. In bijlage bij de aanvraag wordt verduidelijkt dat de inrichting dienst moet doen als feestzaal voor trouwfeesten, communiefeesten, vergaderingen, en dergelijke meer. Tijdens de feestelijkheden wordt er gedurende heel beperkte tijd gedanst. Er zou tot 150 keer per jaar een feestelijkheid met dansgelegenheid plaatsvinden. 2.3. Tijdens het openbaar onderzoek worden er 39 schriftelijke bezwaren ingediend. 2.4. Op 10 maart 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen een vergunning voor "een feestzaal met dansgelegenheid voor de organisatie van trouwfeesten, communiefeesten en andere feesten alsook vergaderingen, met uitzondering van dancing, fuiven, concerten of optredens". De vergunning is afhankelijk van de algemene en de sectorale milieuvoorwaarden, en van meerdere bijzondere exploitatievoorwaarden. In verband met mogelijke parkeerproblemen wordt de volgende bijzondere voorwaarde opgelegd : "(...) Met het oog op het voorkomen van parkeerproblemen en parkeren in omliggende straten, moet de exploitant uiterlijk 10 kalenderdagen vóór de eerste ingebruikname van de exploitatie aan het gemeentebestuur schriftelijk bewijs voorleggen dat hij rechten kan doen gelden op het perceel aan de linkerzijde van het winkelcomplex, hetgeen hij wenst in te richten als uitbreidingsmogelijkheid voor de parking". 2.5. Tegen deze beslissing wordt door meerdere omwonenden administratief beroep aangetekend. Ook de tussenkomende partij tekent hoger beroep aan tegen de opgelegde exploitatievoorwaarden. Op 13 juli 2006 bevestigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. VII-37.020-5/12 2.6. De tenuitvoerlegging van die beslissing wordt op 18 januari 2007 door de Raad van State bij arrest nr. 166.912 geschorst. De Raad stelt in essentie vast dat het geschorste besluit niet afdoende was gemotiveerd op het punt van de verenigbaarheid van de inrichting met de onmiddellijke omgeving, en dit in het licht van artikel 5.1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen. 2.7. Met een besluit van 1 februari 2007 beslist de deputatie over te gaan tot de intrekking van het besluit van 13 juli 2006. Tevens wordt beslist de beroepsprocedure volledig te hernemen vanaf het ogenblik van het indienen van de beroepschriften. 2.8. Op 13 februari 2007 stelt de afdeling Milieuvergunningen van AMINAL voor om het beroep van de omwonenden in te willigen en de verleende vergunning op te heffen. Met betrekking tot de parkeerproblematiek wordt het volgende gesteld : "Overwegende dat met betrekking tot het parkeren de exploitant in zijn aanvraagdossier aangeeft over voldoende parkeergelegenheid (71 parkeer- plaatsen) te beschikken; dat bedoelde parkeergelegenheid is gesitueerd rond het gebouwencomplex; dat het merendeel van deze parkeerplaatsen zich echter situeert op percelen vreemd aan de exploitatie; dat zich op het terrein van de inrichting zelf (perceel nr. 931A24) ca 25 parkeerplaatsen bevinden; Overwegende dat bij normale exploitatie van de inrichting de parkeergele- genheid op het terrein van de exploitatie onvoldoende groot kan zijn; dat het, ingevolge het parkeren in de omgeving buiten het terrein van de exploitatie, niet uitgesloten is dat hinder en overlast in de omgeving wordt veroorzaakt; dat parkeerwachters noch de parkeerproblemen en het parkeren in omliggende straten noch de eventuele hinder in de omgeving buiten het terrein van de exploitatie kunnen garanderen; Overwegende de in de vergunning opgelegde bijzondere voorwaarde dat de exploitant uiterlijk 10 kalenderdagen vóór de eerste ingebruikname van de exploitatie aan het gemeentebestuur schriftelijk bewijs dient voor te leggen dat hij rechten kan doen gelden op het perceel aan de linkerzijde van het winkel- complex; dat de exploitatie derhalve afhankelijk wordt gesteld van een door de exploitant niet afdwingbare voorwaarde; Overwegende dat overeenkomstig de aanvraag het niet duidelijk is hoeveel personen zich in de inrichting maximaal zullen bevinden; dat volgens het advies van de brandweer maximaal 999 personen mogen worden toegelaten door de uitbater; dat de exploitant stelt dat slechts 'een sterk verminderd aantal personen' aanwezig kan zijn in de zaal omwille van de uitrusting ervan als feestzaal". 2.9. Op 26 februari 2007 wordt een gunstig advies verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar. VII-37.020-6/12 2.10. Op 2 mei 2007 adviseert de Provinciale Milieuvergunningscom- missie unaniem ongunstig voor de inwilliging van het beroep van de omwonenden (d.w.z. gunstig voor de exploitatie), mits het opleggen van een bijzondere voorwaarde inzake het sluiten van de deuren gedurende de exploitatie en het gelijktijdig sluitingsuur aan de b.v.b.a. MAXIM PALACE en het cafetaria MINI MAX. 2.11. Op 24 mei 2007 wordt het thans bestreden besluit genomen. Het beroep van de omwonenden wordt verworpen. De vergunning wordt toegekend, mits bijkomende bijzondere voorwaarden. Met betrekking tot de parkeerproblematiek wordt in het bestreden besluit het volgende gesteld : "Overwegende dat met betrekking tot het parkeren de exploitant in zijn aanvraagdossier aangeeft over voldoende parkeergelegenheid (71 parkeer- plaatsen) te beschikken; dat bedoelde parkeergelegenheid is gesitueerd rond het gebouwencomplex; dat het merendeel van deze parkeerplaatsen zich echter situeert op percelen vreemd aan de exploitatie; dat zich op het terrein van de inrichting zelf (perceel nr. 931A24) ca 25 parkeerplaatsen bevinden; Overwegende dat bij normale exploitatie van de inrichting de parkeergele- genheid op het terrein van de exploitatie onvoldoende groot kan zijn; dat het, ingevolge het parkeren in de omgeving buiten het terrein van de exploitatie, niet uitgesloten is dat hinder en overlast in de omgeving wordt veroorzaakt; dat parkeerwachters noch de parkeerproblemen en het parkeren in omliggende straten noch de eventuele hinder in de omgeving buiten het terrein van de exploitatie kunnen garanderen; Overwegende de in de vergunning opgelegde bijzondere voorwaarde dat de exploitant uiterlijk 10 kalenderdagen vóór de eerste ingebruikname van de exploitatie aan het gemeentebestuur schriftelijk bewijs dient voor te leggen dat hij rechten kan doen gelden op het perceel aan de linkerzijde van het winkel- complex; dat de exploitatie derhalve afhankelijk wordt gesteld van een door de exploitant niet afdwingbare voorwaarde; Overwegende dat overeenkomstig de aanvraag het niet duidelijk is hoeveel personen zich in de inrichting maximaal zullen bevinden; dat volgens het advies van de brandweer maximaal 999 personen mogen worden toegelaten door de uitbater; dat de exploitant stelt dat slechts 'een sterk verminderd aantal personen' aanwezig kan zijn in de zaal omwille van de uitrusting ervan als feestzaal". 3. De beoordeling 3.1. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat VII-37.020-7/12 de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.2. Het ernstig middel 3.2.1. In een eerste onderdeel van het vierde middel voeren de verzoekende partijen zeer kort samengevat aan dat uit de veroorzaakte hinder blijkt dat de inrichting onbestaanbaar is met het woongebied en dat de motivering terzake onvoldoende is. Zij wijzen in dat verband op de hoge bezoekersaantallen, het aantal evenementen en de lawaaihinder, vooral op de parking. Zij stellen dat de verwerende partij geen voorwaarden oplegde inzake bezoekersaantallen of aantal activiteiten, en dat de geluidsproblematiek op de parking ten onrechte wordt doorgeschoven naar de gemeente, die via politionele maatregelen moet optreden. Volgens de verzoekende partijen is het overigens onmogelijk om via een politiereglement lawaaihinder op de parking te vermijden, want dan zou de inrichting eenvoudig niet meer kunnen worden geëxploiteerd. Zij beweren dat de praktijk uitwijst dat zij van de gemeente weinig steun te verwachten hebben. De parkeerproblematiek wordt volgens hen niet zorgvuldig onderzocht: de verwerende partij geeft niet eens duidelijk aan hoeveel bezoekers de inrichting volgens haar kan herbergen. Zelfs al zou de exploitant een stedenbouwkundige vergunning krijgen voor 111 parkeerplaatsen, dan nog zal dit volgens de verzoekende partijen niet volstaan als 700 bezoekers naar de feestzaal komen. De parkeerwachters zullen volgens hen dit probleem niet kunnen oplossen. Zij besluiten dat, bij gebrek aan stedenbouwkundige vergunning, de verwerende partij geen rekening had mogen houden met de bijkomende parkeermogelijkheid. 3.2.2. In de nota betoogt de verwerende partij daarover in essentie dat de bestaanbaarheid met de bestemming woongebied moet worden beoordeeld rekening houdend met de aard en de omvang van het bedrijf en dat zij dit discretionair kan toetsen. Uit de overwegingen van het bestreden besluit blijkt volgens haar dat zij rekening hield met de aard en de omvang van het bedrijf. Er worden immers voorwaarden opgelegd inzake geluid. Zij stelt dat de beperking van de geluidshinder op de parking niet tot haar bevoegdheden behoort, want een parking is geen ingedeelde inrichting. 3.2.3. In het verzoekschrift tot tussenkomst wordt in essentie aangevoerd dat tal van milieuvoorwaarden worden opgelegd, en dat deze worden vermeld en VII-37.020-8/12 toegelicht in het bestreden besluit. De tussenkomende partij stelt dat zij beschikt over voldoende parkeermogelijkheid en dat parkeerwachters er zullen voor zorgen dat wildparkeren wordt vermeden. Preventie en controle van geluidsoverlast op de parking moet, volgens de tussenkomende partij, gebeuren door de gemeente. Zij wijst er op dat de politie nog nooit overtredingen heeft kunnen vaststellen op het vlak van parkeerhinder en nachtlawaai, hoewel zij hiertoe reeds vaak werd opgeroepen. 3.2.4. Ter terechtzitting wordt niet betwist dat de inrichting, die een oppervlakte heeft van 800 m², 700 tot 999 bezoekers kan ontvangen. Evenmin blijkt dat de tussenkomende partij ondertussen een stedenbouwkundige vergunning heeft bekomen voor de aan te leggen parking. Zowel de omwonenden als de afdeling Milieuvergunningen hadden reeds uitvoerig gewezen op de parkeerproblematiek. Zelfs als de tussenkomende partij over een vergunning zal beschikken om de parking aan te leggen zal de inrichting beschikken over 111 parkeerplaatsen. In het licht van die gegevens lijkt dit aantal aan de lage kant om de voertuigen op te vangen van de bezoekers. Zelfs als men zou aannemen dat vier personen zich naar de gelegenheid zouden verplaatsen in één voertuig, dan is de geplande parkeermogelijkheid uitgeput als er een activiteit plaatsvindt met 444 bezoekers. Men kan dan ook redelijkerwijze aannemen dat de uitbating van de inrichting- die meestal in de avonduren zal plaatsvinden- parkeeroverlast en de daarbij horende hinder met zich zal brengen. Dit aspect wordt in het bestreden besluit niet op afdoende wijze onderzocht en gemotiveerd. Dit middelonderdeel is ernstig. 3.3. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel De verzoekende partijen stellen in essentie dat het bestreden besluit tot gevolg heeft dat hun groen en rustig leefklimaat wordt aangetast en dat zij vooral geluidshinder vrezen. In het arrest nr. 166.912 van 18 januari 2007, waarbij de tenuitvoerlegging van een eerdere vergunning in deze zaak wordt geschorst, wordt het volgende overwogen : "Het wordt niet betwist dat de verzoekende partijen in de zeer nabije omgeving van de inrichting wonen, de ene op het perceel naast het gebouwencomplex waar de feestzaal zal worden ondergebracht, de andere schuin er tegenover. Dat blijkt ook uit een plan en een luchtfoto die de VII-37.020-9/12 verzoekende partijen hebben bijgebracht. Het blijkt ook uit het voorgelegde fotodossier. De onmiddellijke omgeving van de inrichting lijkt op het eerste gezicht een woonpark met een betrekkelijk groen karakter te zijn. Uit een verklaring van de gemeentelijke milieuambtenaar ter zitting van de Provinciale Milieuvergunningscommissie blijkt het te gaan om een 'mooie woonwijk- villawijk' (zie aanhef bestreden besluit). In het advies van de afdeling Milieuvergunningen (zie eveneens aanhef bestreden besluit) wordt onder meer gewezen op een aangrenzend woonpark, de nabijheid van een natuurgebied (op 200 m), een vogelrichtlijngebied (50
- m)en een Habitatrichtlijngebied. Weliswaar wordt gesteld dat de natuurwaarden niet in het gedrang komen, doch een en ander lijkt wel te wijzen op het veeleer groen en rustig karakter van de omgeving. In haar beslissing van 25 november 2004 waarmede de stedenbouwkundige vergunning voor een feestzaal werd geweigerd overweegt de verwerende partij 'dat de woningen in de onmiddellijke omgeving langs de Jozef Smeetslaan gelegen zijn binnen een woonpark; dat de woonparken gebieden zijn waarin de gemiddelde woningdichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte beslaan'. Aangenomen kan worden dat de uitbating van een feestzaal in een dergelijke rustige en groene omgeving een grote negatieve impact heeft voor de omwonenden. Het argument in verband met de aantasting van het woonklimaat is dan ook ernstig. De verwerende partij wijst er weliswaar op dat in de omgeving ook andere handelszaken, een fitnesscentrum en een garage gevestigd zijn, doch de impact van dergelijke inrichtingen is volstrekt niet te vergelijken met deze van een feestzaal waar volgens het advies van de brandweer 999 mensen kunnen worden toegelaten. Het blijkt niet dat er middels de bijzondere exploitatievoorwaarden een beperking van het aantal bezoekers werd opgelegd. Uit een folder van de exploitant blijkt dat er ruimte is voor 200 tot 700 personen. In de hierboven genoemde beslissing van de verwerende partij van 25 november 2004 staat vermeld dat de zaal een maximale capaciteit heeft voor 550 tot 600 personen, doch als de tafels worden verwijderd kan dit volgens haar veel hoger liggen. Er werd geen beperking opgelegd van het aantal evenementen dat mag worden georganiseerd. De exploitant stelt in de milieuvergunningsaanvraag dat het zou gaan om 150 evenementen, doch zelfs indien hij zich tot dit aantal beperkt is dit toch nog een behoorlijk aantal. Het betekent dat de verzoekende partijen bijna om de andere dag met een evenement geconfronteerd kunnen worden. De argumentatie in verband met de geluidshinder lijkt op het eerste gezicht te kunnen worden bijgetreden. Weliswaar werden voorwaarden opgelegd om de geluidshinder te beperken, doch zoals de verzoekende partijen terecht opmerken kunnen deze maatregelen, die vooral betrekking hebben op de hinder die binnen in de inrichting wordt geproduceerd, wellicht niet verijdelen dat er lawaai op de parking zal zijn. Het lijkt inderdaad onvermijdelijk dat er met dergelijke bezoekersaantallen lawaaihinder op de parking zal zijn, omdat niet gemakkelijk te vermijden valt dat mensen praten, lachen en roepen, autodeuren dichtslaan, en in bepaalde gevallen met enig lawaai de wagen doen optrekken. Of parkeerwachters dit zullen kunnen beletten wanneer grote aantallen mensen op- en afgaan, is zeer de vraag. Minstens bestaat er een risico op lawaaihinder. Er werden maatregelen opgelegd om de geluidshinder voortgebracht door de inrichting te beperken, doch als voorwaarde werd niet opgelegd dat met gesloten deuren dient geëxploiteerd, hetgeen de opgelegde exploitatievoorwaarden ten dele hun effect ontneemt. De verzoekende partijen brengen foto's bij waaruit blijkt dat reeds met open deuren werd geëxploiteerd". VII-37.020-10/12 Er zijn thans geen gegevens voorhanden die toelaten die vaststellingen te ontkrachten. 4. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. 5. De verzoekende partijen vorderen eveneens dat voorlopige maatregelen zouden worden bevolen en dat een dwangsom zou worden opgelegd. In essentie komen deze eisen er op neer dat aan de tussenkomende partij verbod zou worden opgelegd om te exploiteren zolang niet definitief over de milieuvergunningsaanvraag zal zijn beslist. Deze maatregelen komen er op neer dat zou worden afgeweken van de regel van artikel 24, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. De Raad van State kan van dit voorschrift niet afwijken. De vordering tot voorlopige maatregelen en deze tot toekenning van een dwangsom worden verworpen, BESLUIT: Artikel 1. De verzoeken tot tussenkomst van de b.v.b.a. MAXIM PALACE in het administratief kort geding, alsook in het kader van de procedure met betrekking tot het opleggen van voorlopige maatregelen en het opleggen van een dwangsom worden ingewilligd. Artikel 2. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Limburg d.d. 24.05.2007 (kenmerk 023.03.10/V2006N0 - dossier 750.71/B/06.006) waarbij het beroep van (H.M.J. SMEETS en Rika ALBRECHTS) tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Maasmechelen d.d. 10.03.2006 houdende het verlenen van een voorwaardelijke milieuvergunning aan de BVBA MAXIM PALACE voor het exploiteren van een feestzaal met dansgelegenheid, niet wordt ingewilligd, terwijl het beroep van de BVBA MAXIM PALACE tegen dezelfde beslissing gedeeltelijk wordt ingewilligd". VII-37.020-11/12 Artikel 3. De vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen en deze tot toekenning van een dwangsom worden verworpen. Artikel 4. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit. Artikel 5. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien december tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-37.020-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.832 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.237 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div