id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.925 Rolnummer: A. 154587/IX-4602 Zaak: Arrest 177925 - Personeel van de rechterlijke orde - 17/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-07 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:39 Fiche Arrest nr 177.925 van 17 december 2007 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.925 van 17 december 2007 in de zaak A. 154.587/IX-
- In zake : Francis DESTERBECK, die woonplaats kiest bij advocaat J. VANDE MOORTEL, kantoor houdende te GENT, Groot-Brittanniëlaan 12-18 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106 tussenkomende partij : Dirk THIJS, die woonplaats kiest bij advocaat J. DUMON, kantoor houdende te BRUSSEL, Verenigingsstraat 57-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Francis DESTERBECK op 9 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 5 juni 2004 waarbij Dirk THIJS wordt benoemd tot advocaat- generaal bij het Hof van Cassatie; Gelet op het arrest nr. 152.520 van 12 december 2005 waarbij de debatten worden heropend en waarbij de procedure wordt voortgezet overeenkom- stig de artikelen 12 en volgende van het algemeen procedurereglement. Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 4 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-4602-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANDE MOORTEL, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat P. LOUAGE, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. DUMON die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2004 wordt de vacature voor het ambt van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie bekendgemaakt. Drie personen, onder wie de verzoeker en de tussenkomende partij, stellen zich kandidaat. Nadat over de kandidaten de door de wet vereiste adviezen zijn uitgebracht, beslist de Nederlandstalige benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie op 4 mei 2004 om de tussenkomende partij voor de benoeming aan de minister van Justitie voor te dragen. Bij een koninklijk besluit van 5 juni 2004 wordt de tussenkomen- de partij tot advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie benoemd. Dit besluit vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. IX-4602-2/5
- In het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2005 wordt een nieuwe vacature voor het ambt van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie bekendge- maakt. De verzoeker stelt zich andermaal kandidaat, maar wordt niet benoemd. In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2006 wordt nogmaals een vacature voor het ambt van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie bekendge- maakt. Deze keer stelt de verzoeker zich niet meer kandidaat. Bij koninklijk besluit van 3 oktober 2006 wordt de verzoeker voor een termijn van vijf jaar aangesteld tot directeur van het Centraal Bureau voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Ontvankelijkheid van het beroep
- In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opgeworpen, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang. De met het onderzoek belaste auditeur wijst er met name op dat de verzoeker zich geen kandidaat gesteld heeft voor de vacature voor het ambt van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie die in het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2006 is bekendgemaakt. Door zich voor die latere vacature voor hetzelfde ambt niet meer kandidaat te stellen, verliest de verzoeker zijn belang bij het beroep tot nietigverklaring van de benoeming van de tussenkomende partij in dat ambt.
- In zijn laatste memorie antwoordt de verzoeker dat hij wel degelijk nog een belang heeft, ook al heeft hij zich niet kandidaat gesteld voor de vacature die in het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2006 is bekendgemaakt. De verzoeker wijst erop dat hij zijn kandidatuur gesteld heeft voor de vacature die in het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2005 is bekendgemaakt, en dat hij heeft moeten vaststellen dat de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie daarover weliswaar een “gunstig” advies gaf, maar daaraan “volledigheidshalve” heeft toegevoegd dat de verzoeker bij de Raad van State het voorliggende beroep heeft ingesteld, en dat deze procedure toen nog hangende was. De verzoeker heeft hieruit afgeleid dat hij, in het licht van de hangende procedure voor de Raad van State, “geen ‘eerlijke en objectieve’ kans zou maken op de benoeming tot advocaat-generaal (bij het Hof van Cassatie)”. Om die reden heeft hij besloten de uitspraak van de Raad van State af te wachten, en ondertussen geen zinloze kandidaturen in te dienen. In het licht van die IX-4602-3/5 omstandigheden kan hem niet verweten worden zijn kandidatuur niet meer gesteld te hebben voor de vacature die op 2 juni 2006 is bekendgemaakt. De verzoeker benadrukt ook dat zijn huidige aanstelling als directeur van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en Verbeurdverklaring slechts voor vijf jaren geldt, en dus geen zekerheid naar de toekomst biedt.
- Het voorliggende beroep is gericht tegen een koninklijk besluit waarbij de tussenkomende partij wordt benoemd tot advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie. In geval van vernietiging van dat besluit komt de verzoeker opnieuw in aanmerking om in het bedoelde ambt benoemd te worden. Uit het enkele feit dat hij zich niet kandidaat gesteld heeft voor een latere vacature in een zelfde ambt, waarvoor noodzakelijk andere kandidaten in aanmerking zouden komen, elk met hun eigen titels en verdiensten, kan niet afgeleid worden dat de verzoeker geen belangstelling meer heeft voor het ambt dat de tussenkomende partij bekleedt. Dit is des te minder het geval nu de verzoeker te dezen een verklaring kan geven voor het feit dat hij zich niet kandidaat gesteld heeft voor de vacature die op 2 juni 2006 is bekendgemaakt. Ter zitting heeft de verzoeker overigens verklaard dat hij wel degelijk nog steeds belang stelt in het ambt van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie. De exceptie kan dan ook niet aangenomen worden.
- Het auditoraatsverslag is beperkt tot een onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep. Er is grond om een aanvullend onderzoek te bevelen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. IX-4602-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4602-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.925 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.421 ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.520 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.