id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.953 Rolnummer: A. 70955/IX-1254 Zaak: Arrest 177953 - Milieu bescherming - Reglementen - 18/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 177.953 van 18 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.953 van 18 december 2007 in de zaak A. 70.955/IX-
- In zake : Simon IELEGEMS, wonende te SINT-AMANDS, Dam 78 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Simon IELEGEMS op 12 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij zijn functionele loopbaan vertraagd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 29 juli 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2007; IX-1254-1/6 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEVERS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- Op het ogenblik van de bestreden beslissing was de verzoeker bekleed met de graad van technicus, functie graficus, bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Zeeschelde. 1.
- Tijdens de maand juni 1995 wordt met betrekking tot zijn functie een functieomschrijving opgesteld, die de verzoeker op 22 juni 1995 goedkeurt. Op 25 januari 1996 wordt met de verzoeker een evaluatiegesprek over het jaar 1995 gevoerd waarvan de resultaten in een evaluatieverslag worden vastgelegd, dat op 7 februari 1996 ter kennisneming door de verzoeker wordt ondertekend. Nog op 25 januari 1996 heeft ook een planningsgesprek voor het jaar 1996 plaats, waarvan de resultaten in een planningsdocument worden vastgelegd, dat, op 7 februari 1996 voor akkoord door de verzoeker wordt ondertekend. Op 20 mei 1996 doet het college van afdelingshoofden van de administratie Waterwegen en Zeewezen een voorstel om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen. In dit verband wordt de verzoeker op 11 juni 1996 door de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur gehoord. Op 25 juni IX-1254-2/6 1996 beslist de directieraad om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij aangetekende brief van 15 juli 1996 aan de verzoeker ter kennis gebracht. Over de gegrondheid van het beroep 2.
- De verzoeker voert in een eerste middel aan dat de beslissing van de directieraad om zijn loopbaan te vertragen niet deugdelijk gemotiveerd is en dat die beslissing feitelijke grondslag mist. Hij laat gelden dat de directieraad geen rekening heeft gehouden met de veeleer positieve evaluatie die door beide evaluatoren werd uitgebracht, en integendeel de motivering overneemt van een ongefundeerd en niet-ondertekend advies, dat duidelijk in tegenspraak is met de voormelde beoordeling door zijn evaluatoren. Dit voor de verzoeker zeer negatieve advies is hem ook nooit ter kennis gebracht. 2.
- De verwerende partij antwoordt dat de door de verzoeker bedoelde tegenstelling slechts schijn is en dat de motieven van de bestreden beslissing soms letterlijk terug te vinden zijn in het beschrijvend evaluatieverslag en in het planningsdocument, waarmee de verzoeker zelf akkoord ging. Het college van afdelingshoofden heeft uit deze informatie de gepaste conclusie getrokken, namelijk een vertraging van de functionele loopbaan van de verzoeker. De verzoeker heeft in zijn verhoor door de directieraad tegenover dit alles geen nieuwe feitelijke gegevens of substantieel verweer aangebracht. De directieraad kon zich, aldus de verwerende partij, dan ook in redelijkheid aansluiten bij het haar verstrekte advies, ook wat de motieven ervan betreft. 2.
- Uit artikel VIII 77, § 2, van het te dezen toepasselijke besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel blijkt dat de beslissing over de loopbaansnelheid genomen wordt op basis van de functioneringsevaluatie. De beslissing om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen wordt door de directieraad, in navolging van het advies van het college van afdelingshoofden, gemotiveerd als volgt: IX-1254-3/6 “Functiehouder vult zijn functiebeschrijving in op een zeer minimalistische wijze. In plaats van zorg te besteden aan de kwaliteit van het te leveren product, wil betrokkene enkel de schijn wekken ‘bezig te zijn’. Hij heeft een totale desinteresse en is volledig gedemotiveerd. Hij heeft een slechte mentaliteit, neemt geen enkel initiatief en roept te pas en te onpas de hulp van collega’s in, zelfs voor het berekenen van elementaire gegevens. Zijn technische kennis is voldoende groot maar wordt geenszins gebruikt ten voordele van zijn werk. Bij opmerkingen van hogergeschikten reageert hij brutaal.” Het beschrijvend evaluatieverslag van februari 1996 bevat zowel positieve als negatieve vermeldingen en geeft aldus een genuanceerd beeld van de wijze waarop de verzoeker zijn functie uitoefent. Zo vermeldt het evaluatieverslag onder het opschrift “functioneringscriteria”: “Sterkste functioneringscriterium Terecht vermeldt de geëvalueerde ‘kunnen samenwerken’ als zijn sterkste kant. Hij is niet alleen verdraagzaam t.o.v. zijn collega’s, maar is bovendien steeds bereid in te springen. De grote hoeveelheid kleurwerk voor het Mer- rapport van de Potpolder in Kruibeke is hiervan een voorbeeld. Hij bewees toen dat hij, indien het echt nodig is, tot het uiterste kan gaan. Zwakste functioneringscriterium Motivatie en beschikbaarheid vallen bij de geëvalueerde soms uit de boot. Alhoewel hij kan aanvaarden dat een werk moet herbegonnen worden of dat bepaalde bewerkingen repetitief zijn, toont hij af en toe een gebrek aan interesse en aan ‘het bezig zijn’. Hij is echter van goede wil en belooft hieraan iets te doen.” De door de directieraad aan de verzoeker verweten tekortkomingen kunnen, in tegenstelling tot wat de verwerende partij voorhoudt, geenszins uit verzoekers evaluatieverslag worden afgeleid. Zo is de forse vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker een totale desinteresse heeft en volledig gedemotiveerd is, in strijd met de voorzichtige vaststellingen in het evaluatieverslag dat de motivatie en de beschikbaarheid “soms uit de boot (vallen)”, en dat de verzoeker “af en toe een gebrek aan interesse en aan ‘het bezig zijn’ (toont)”. De vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker een slechte mentaliteit heeft, dat hij geen enkel initiatief neemt, en dat hij zijn technische kennis geenszins gebruikt ten voordele van zijn werk is strijdig met de vaststellingen in het evaluatieverslag dat “kunnen samenwerken” de “sterkste kant” van de verzoeker is, dat hij “steeds bereid (is) in te springen”, en dat hij, “indien het echt nodig is, tot het uiterste kan gaan”. Ook de vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker “bij opmerkingen van hogergeschikten ... brutaal (reageert)”, vindt geen enkele steun in het evaluatiedossier. Enkel de vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker te pas en te onpas de hulp van collega’s inroept, vindt enige steun in het IX-1254-4/6 evaluatieverslag, waarin gesteld wordt dat de verzoeker “te vaak ... de hulp van anderen (inroept)”. Volledigheidshalve merkt de Raad van State op dat de motieven vervat in de bestreden beslissing ook geen steun blijken te vinden in het planningsdocument. De verzoeker houdt derhalve terecht voor dat er een duidelijke tegenspraak bestaat tussen, enerzijds, zijn veeleer positieve functioneringevaluatie, en anderzijds, de motivering van de bestreden beslissing. Laatstgenoemde motivering blijkt niet te berusten op verzoekers beschrijvend evaluatieverslag, maar wel op een niet-ondertekend “preadvies” vanuit de afdeling Zeeschelde, waarvan de motivering letterlijk wordt overgenomen in de bestreden beslissing. Een dergelijk stuk kan echter niet in de plaats van het statutair voorziene beschrijvend evaluatieverslag in aanmerking worden genomen als grondslag voor de beslissing tot loopbaanvertraging. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij de functionele loopbaan van Simon IELEGEMS wordt vertraagd. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1254-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1254-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.953 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div