← België

Arrest 177954 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 18/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.954 Rolnummer: A. 70987/IX-1245 Zaak: Arrest 177954 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 18/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 04:41 Fiche Arrest nr 177.954 van 18 december 2007 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 177.954 van 18 december 2007 in de zaak A. 70.987/IX-

  1. In zake : Danny VERBEEREN, wonende te SINT-PAUWELS, Koning Boudewijnlaan
  2. tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij, advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Danny VERBEEREN op 13 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij zijn functionele loopbaan vertraagd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 30 juni 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2007; IX-1245-1/7 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEVERS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  4. De verzoeker was op het ogenblik van de bestreden beslissing bekleed met de graad van technisch beambte, functie kamerbewaarder, bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Zeeschelde. 1.
  5. Tijdens de maand juni 1995 wordt met betrekking tot zijn functie een functieomschrijving opgesteld, die de verzoeker op 16 juni 1995 goedkeurt. Op 24 januari 1996 wordt met de verzoeker een evaluatiegesprek over het jaar 1995 gevoerd waarvan de resultaten in een evaluatieverslag worden vastgelegd, dat op 5 februari 1996 ter kennisneming door de verzoeker wordt ondertekend. Nog op 24 januari 1996 heeft ook een planningsgesprek voor het jaar 1996 plaats, waarvan de resultaten in een planningsdocument worden vastgelegd, dat op 5 februari 1996 voor akkoord door de verzoeker wordt ondertekend. Op 20 mei 1996 doet het college van afdelingshoofden van de administratie Waterwegen en Zeewezen een voorstel om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen. In dit verband wordt de verzoeker op 11 juni 1996 door de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur gehoord. Op 25 juni IX-1245-2/7 1996 beslist de directieraad om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij aangetekende brief van 15 juli 1996 aan de verzoeker ter kennis gebracht. Over de gegrondheid van het beroep 2.
  6. De verzoeker voert in een eerste middel aan dat de beslissing van de directieraad om zijn loopbaan te vertragen niet deugdelijk gemotiveerd is en dat die beslissing feitelijke grondslag mist. Hij laat gelden dat de directieraad geen rekening heeft gehouden met de vrij positieve evaluatie die door beide evaluatoren werd uitgebracht, en integendeel de motivering overneemt van een ongefundeerd en niet-ondertekend advies, dat duidelijk in tegenspraak is met de voormelde beoordeling door zijn evaluatoren. Dit voor de verzoeker zeer negatieve advies is hem ook nooit ter kennis gebracht. 2.
  7. De verwerende partij antwoordt dat de door de verzoeker bedoelde tegenstelling slechts schijn is en dat de motieven van de bestreden beslissing terug te vinden zijn in het beschrijvend evaluatieverslag en in het planningsdocument, waarmee de verzoeker zelf akkoord ging. Het college van afdelingshoofden heeft uit deze informatie de gepaste conclusie getrokken, namelijk een vertraging van de functionele loopbaan van de verzoeker. De verzoeker heeft in zijn verhoor door de directieraad tegenover dit alles geen nieuwe feitelijke gegevens of substantieel verweer aangebracht. De directieraad kon zich, aldus de verwerende partij, dan ook in redelijkheid aansluiten bij het haar verstrekte advies, ook wat de motieven ervan betreft. De verwerende partij merkt nog op dat er statutair geen, of minstens geen rechtstreekse band bestaat tussen het beschrijvend evaluatieverslag en de beslissing van de directieraad. Zij stelt, onder verwijzing naar de toepasselijke bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, dat de directieraad beslist op advies van het college van afdelingshoofden, dat de ambtenaar op zijn vraag door de directieraad wordt gehoord en dat de directieraad, zo hij besluit tot een vertraging, zijn beslissing motiveert. IX-1245-3/7 2.
  8. Uit artikel VIII 77, § 2, van het te dezen toepasselijke besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, blijkt dat de beslissing over de loopbaansnelheid genomen wordt op basis van de functioneringsevaluatie. De beslissing om de functionele loopbaan van de verzoeker te vertragen wordt door de directieraad, in navolging van het advies van het college van afdelingshoofden, gemotiveerd als volgt: “Functiehouder heeft over de ganse lijn zwaar ondermaats gepresteerd. Er is een totale afwezigheid van inzet en zorg voor de hem toebedeelde taken. Hij probeert met alle middelen zijn opdrachten te ontvluchten en af te wentelen; zelfs de meest concrete, eenvoudige en tijdsgebonden werkjes worden niet of op een ‘desastreuze’ manier afgewerkt. Betrokkene beschikt over een grandioos arsenaal van ‘trucjes’. Wordt hij betrapt of terechtgewezen, vertoont hij een onbehouwen gedrag en wordt hij uiterst brutaal.” De functioneringsevaluatie die na het evaluatiegesprek van 24 januari 1996 over de verzoeker werd opgemaakt, vermeldt wat de “resultaatgebie- den” betreft (de nummers verwijzen naar de nummers van de functiebeschrijving): “
  9. Verwerken van inkomende post. Dit resultaatsgebied vervalt. Deze functie wordt volledig door een andere persoon waargenomen.
  10. Dhr. Verbeeren D. zorgt tweemaal daags voor het frankeren en het tijdig wegbrengen van de post naar het postkantoor. Hij vult hierbij de nodige documenten in voor de aangetekende zendingen.
  11. Bij afwezigheid van de telefonist of zijn vervanger neemt de betrokkene ook de telefonische oproepen aan.
  12. Dit resultaatsgebied is slechts sporadisch van toepassing op betrokkene. Wanneer zich echter een bezoeker aanmeldt neemt dhr. Verbeeren deze taak op een behoorlijke wijze waar.
  13. Dhr. Verbeeren zorgt voor het kopieerwerk, wanneer hem dit wordt gevraagd. Wat het buitengaand faxwerk betreft, dit wordt door elk(e) individue- le agent afzonderlijk waargenomen. Handelingen met betrekking tot het inkomend faxwerk werden tot nog toe door diverse personen uitgevoerd voor zover betrokkene hiervoor niet werd aangesproken.
  14. Wanneer nodig, levert dhr. Verbeeren materiële en logistieke ondersteuning teneinde een vlotte werking van de dienst te bewerkstelligen.” Het evaluatieverslag vermeldt voorts als sterkste en zwakste functioneringscriteria: IX-1245-4/7 “Sterkste functioneringscriterium: Dhr. Verbeeren is uitermate soepel en wordt steeds bereid gevonden om de meest verschillende taken, die hem door ‘jan en alleman’ worden opgelegd, uit te voeren. Zwakste functioneringscriterium: Orde en zorgvuldigheid blijken niet tot de sterkste kanten van dhr. Verbeeren te behoren. Niettemin dient hier te worden gewezen op het feit dat het lokaal dat door dhr. Verbeeren wordt betrokken, tevens de kopieer- en frankeermachine bevat en ook de plaats is, waar iedereen de voor hem binnengekomen post in rekken kan vinden. Dit heeft tot gevolg dat dit lokaal door iedereen wordt benut en dat, in feite, eenieder in zekere mate medeoorzaak is van de waargenomen wanorde.” Uit het bovenstaande kan worden vastgesteld dat de functioneringsevaluatie van de verzoeker overwegend positief is, en met uitzondering van de opmerking over het gebrek aan “orde en zorgvuldigheid” geen enkele negatieve vermelding bevat. De door de directieraad aan de verzoeker verweten tekortkomingen kunnen dan ook, in tegenstelling tot wat de verwerende partij voorhoudt, geenszins uit verzoekers evaluatieverslag worden afgeleid. De vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker over de ganse lijn ondermaats presteert en er een totale afwezigheid van inzet en zorg is voor de hem toebedeelde taken, is strijdig met de vaststellingen in het evaluatieverslag dat de verzoeker “de nodige documenten (invult) voor de aangetekende zendingen”, dat hij “de telefonische oproepen (aanneemt)”, dat hij het onthaal van bezoekers “op een behoorlijke wijze (waarneemt)” en dat hij “materiële en logistieke ondersteuning (levert)”. De vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker met alle middelen zijn opdrachten probeert te ontvluchten en af te wentelen, en dat hij over een grandioos arsenaal van “trucjes” beschikt, is volkomen in strijd met de vaststelling in het evaluatieverslag dat “dhr. Verbeeren zorgt voor het kopieerwerk, wanneer hem dit wordt gevraagd” en dat hij “steeds bereid gevonden (wordt) om de meest verschillende taken, die hem door ‘jan en alleman’ worden opgelegd, uit te voeren”. De vaststelling in de bestreden beslissing dat de verzoeker zelfs de meest concrete, eenvoudige en tijdsgebonden werkjes niet of op een “desastreuze” manier afwerkt, is eveneens in strijd met het evaluatieverslag waarin vermeld is dat de verzoeker “zorgt ... voor ... het tijdig wegbrengen van de post naar het postkantoor”, dat hij “bij afwezigheid van de telefonist of zijn vervanger ... ook de telefonische oproepen (aanneemt)” en dat hij het onthaal van bezoekers “op een behoorlijke wijze (waarneemt)”. De vaststelling ten slotte dat de verzoeker, wanneer hij “betrapt of terechtgewezen (wordt), ... hij een onbehouwen gedrag (vertoont) en ... hij uiterst brutaal (wordt)”, vindt geen enkele steun in het evaluatiedossier. IX-1245-5/7 Volledigheidshalve merkt de Raad van State op dat de motieven vervat in de bestreden beslissing ook geen steun blijken te vinden in het planningsdocument. De verzoeker houdt derhalve terecht voor dat er een duidelijke tegenspraak bestaat tussen, enerzijds, zijn veeleer positieve functioneringevaluatie, en anderzijds, de motivering van de bestreden beslissing. Laatstgenoemde motivering blijkt niet te berusten op verzoekers beschrijvend evaluatieverslag, maar wel op een niet-ondertekend “preadvies” vanuit de afdeling Zeeschelde, waarvan de motivering letterlijk wordt overgenomen in de bestreden beslissing. Een dergelijk stuk kan echter niet in de plaats van het statutair voorziene beschrijvend evaluatieverslag in aanmerking worden genomen als grondslag voor de beslissing tot loopbaanvertraging. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Vernietigd wordt de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij de functionele loopbaan van Danny VERBEEREN vertraagd wordt. Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1245-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1245-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.954 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.