id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.006 Rolnummer: A. 181913/IX-5609 Zaak: Arrest 178006 - Politie - 18/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:43 Fiche Arrest nr 178.006 van 18 december 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.006 van 18 december 2007 in de zaak A. 181.913/IX-
- In zake : Bruno BERBEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. LAHOUSSE, kantoor houdende te MECHELEN, Leopoldstraat 64 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale politie DGS/DSJ, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bruno BERBEN op 22 maart 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 januari 2007 van de Algemene Directie personeel van de Federale Politie waarbij hij in het belang van de dienst wordt herplaatst met ingang van 1 februari 2007; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. COLIN , op grond van artikel 94 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 16 oktober 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 november 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5609-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. LAHOUSSE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van adviseur R. GOOSENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoeker is inspecteur van politie bij de federale politie. Vóór de bestreden beslissing maakte hij deel uit van het interventiekorps Hasselt en was hij ter beschikking gesteld van de politiezone Tongeren/Herstappe. 1.
- Met een nota van 10 januari 2007 deelt de directeur-generaal van de Algemene Directie Personeel (DGP), hoofdcommissaris Duchatelet, aan verzoeker mee dat hij, omwille van een aantal incidenten die zich hebben voorgedaan, van zins is de commissaris-generaal voor te stellen hem in het belang van de dienst te herplaatsen naar DAR/Steundienst, en dat hij zijn argumenten met betrekking tot dat voorstel bekend kan maken binnen de vijf werkdagen vanaf de kennisname ervan. 1.
- Op 17 januari 2007 dient verzoeker een verweerschrift in. 1.
- Met een 25 januari 2007 gedateerde nota, die verzoeker op 29 januari 2007 voor ontvangst ondertekent, wordt hem de beslissing meegedeeld om hem in het belang van de dienst te herplaatsen naar CSD Leuven - Interventie- korps - CSD vanaf 1 februari
- De nota is “in naam van de commissaris- generaal” ondertekend door de directeur-generaal van de Algemene Directie Personeel van de Federale Politie. Deze beslissing vormt het voorwerp van het onderhavig beroep. IX-5609-2/5 De grond van de zaak
- Verzoeker voert in het eerste middel aan dat krachtens artikel VI.II.86 van het koninklijk besluit van 31 maart 2001 tot regeling van de rechtsposi- tie van het personeel van de politiediensten (het RPPol), een beslissing tot herplaatsing van een lid van de federale politie genomen moet worden door de commissaris-generaal op advies van de directeur-generaal, maar dat in dit geval de beslissing waarbij hij herplaatst wordt ondertekend is door de directeur-generaal van het Personeel Duchatelet, die eerder ook advies over de aangelegenheid had uitgebracht. De directeur-generaal heeft derhalve een beslissing genomen “in een dubbele ontoelaatbare hoedanigheid”. De enkele verwijzing in het bestreden besluit dat de beslissing “in naam van de commissaris-generaal” genomen is wettigt niet dat de directeur-generaal dat besluit mocht ondertekenen.
- De verwerende partij antwoordt daarop dat de directeur-generaal de herplaatsing van verzoeker ondertekend heeft “in naam van de commissaris- generaal”, zodat die beslissing uitgaat van de bevoegde overheid.
- In zijn memorie van wederantwoord herhaalt verzoeker dat het bestreden besluit een identieke weergave is van het advies van de directeur-generaal HCP Duchatelet en dat het ook door hem ondertekend is met dien verstande dat voor de handtekening de vermelding “in naam van de commissaris-generaal” opgenomen is. Aangezien het RPPol niet voorziet in de mogelijkheid om de bevoegdheid om een beslissing over een herplaatsing te delegeren, kan niet geduld worden dat dergelijke beslissing genomen wordt door het adviserend orgaan.
- Artikel VI.II.86 RPPol luidt: “De herplaatsing wordt bevolen door de korpschef of door de commissaris- generaal, op advies van de directeur-generaal die de algemene directie leidt binnen dewelke het personeelslid wordt herplaatst.” De beslissing tot herplaatsing van een lid van de federale politie wordt genomen door de commissaris-generaal. Het gaat om een toegewezen bevoegdheid, die gekoppeld is aan een advies, dat verleend moet worden door de bevoegde directeur-generaal. IX-5609-3/5
- Uit niets blijkt dat het bestreden besluit, dat ondertekend is door directeur-generaal Duchatelet, in werkelijkheid door de commissaris-generaal van de federale politie genomen is en dat de ondertekening steunt op een delegatie van de handtekeningsbevoegdheid vanwege de commissaris-generaal.
- Daargelaten de vraag of de commissaris-generaal zijn toegewezen beslissingsbevoegdheid kan delegeren en welke vormvereisten vervuld moeten worden om dergelijke delegatie tegenstelbaar te maken, moet te dezen vastgesteld worden dat de bestreden beslissing ondertekend is door de directeur-generaal die voordien het reglementair vereiste advies uitgebracht had. Aldus wordt, via een delegatie, de adviserende en de beslissende functie, die door artikel VI.II.86 RPPol aan onderscheiden organen opgedragen is, vermengd en holt de verwerende partij de draagwijdte van die bepaling uit. Nu de verwerende partij voorts niet aantoont dat de commissaris-generaal onmogelijk een ander orgaan dan directeur-generaal Duchatelet kon aanwijzen om in zijn naam een beslissing te nemen over de herplaatsing van verzoeker waarover deze directeur-generaal een advies had uitgebracht, kan ook daarin geen rechtvaardiging worden gevonden om van taakverdeling, vastgelegd in artikel VI.II.86 RPPol, af te wijken.
- Het eerste middel is gegrond. De betwisting kan beslecht worden met toepassing van artikel 94 van het algemeen procedurereglement. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 25 januari 2007 van de Algemene Directie personeel van de Federale Politie waarbij Bruno BERBEN in het belang van de dienst wordt herplaatst met ingang van 1 februari
- Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5609-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 december 2007, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5609-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div