← België

Arrest 178017 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.017 Rolnummer: A. 116602/X-10794 Zaak: Arrest 178017 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:44 Fiche Arrest nr 178.017 van 18 december 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 178.017 van 18 december 2007 in de zaak A. 116.602/X-10.

  1. In zake : Jozef BROEKX - HILLEN (overleden), rechtsgeding hervat door:
  2. Maria Catharina HILLEN,
  3. Jan BROEKX en Cécilia CLAES,
  4. Gerda BROEKX en Mathieu DERICKX,
  5. Hendrik BROEKX,
  6. Maria BROEKX,
  7. Rita BROEKX,
  8. Godfried BROEKX,
  9. Hugo BROEKX, die woonplaats kiezen bij Hendrik BROEKX, wonende te 3910 NEERPELT, Oude Ramp 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  10. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jozef BROEKX-HILLEN op 9 februari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 oktober 2001 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw tot hoogdringende onteigening ten algemene nutte van onroerende goederen voor de uitvoering van het pilootlandinrichtingsproject noordoost Limburg en bestemd voor waterbeheersingswerken in de vallei van de Abeek te Bocholt/Bree; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 1 december 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; X-10.794-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de gedinghervattende partijen op 14 december 2006; Gelet op de kennisgeving aan de gedinghervattende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de gedinghervattende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de gedinghervattende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van het toenmalige artikel 14quater, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de gedinghervattende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de gedinghervattende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat door de verzoekende partij op het verzoekschrift tot nietigverklaring zegels ter waarde van 186 euro werden gekleefd; dat op het verzoekschrift slechts zegels ter waarde van 175 euro dienden te worden gekleefd; dat derhalve 11 euro ten onrechte werd betaald; dat er aanleiding toe bestaat dit bedrag terug te betalen, X-10.794-2/3 BESLUIT: Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  12. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de nalatenschap. Het door de verzoekende partij op het verzoekschrift tot nietigverklaring onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 11 euro, dient te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien december 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.794-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.017 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.