← België

Arrest 178078 - Overheidsopdrachten - 20/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.078 Rolnummer: A. 179224/XII-4948 Zaak: Arrest 178078 - Overheidsopdrachten - 20/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:46 Fiche Arrest nr 178.078 van 20 december 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.078 van 20 december 2007 in de zaak A. 179.224/XII-

  1. In zake :
  2. de NV SOGIAF,
  3. de NV ALGEMENE BOUWONDERNEMINGEN FERNAND GILLION & ZONEN, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap TV SOGIAF- GILLION, die woonplaats kiezen bij advocaten Chr. Lenders en S. Vernaillen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 27 tegen : het INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VOOR RUIMTELIJKE ORDENING EN SOCIO- ECONOMISCHE EXPANSIE “SOLVA”, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Flamey, kantoor houdende te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan
  4. tussenkomende partij (in de schorsingsprocedure) : de NV ONDERNEMINGEN ARTHUR MOENS, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Sogiaf, de NV Algemene Bouwondernemingen Fernand Gillion & Zonen, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap TV Sogiaf-Gillion op 23 januari 2007 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “C De beslissing van 21 november 2006 van het Directiecomité van het Intergemeentelijk samenwerkingsverband voor ruimtelijke ordening en socio-economische expansie Solva om het perceel ruwbouw en afwerking van het ‘project Herzele-l’Ouate’ op basis van het aanbestedingsverslag dd. 16 januari 2006 waarvan de inhoud en motieven volledig worden XII-4948-1/4 overgenomen en onderschreven, toe te wijzen aan de nv Moens uit Meise voor de prijs van i 3.417.240,92 excl. BTW aan de voorwaarden van het bestek, op voorwaarde dat tijdens de stand still periode door geen van de andere aanbieders bezwaren worden ingediend, en met toepassing van de voorziene procedure in het artikel 118 van het KB van 8 januari 1996 en C de daaruit volgende impliciete beslissing van 21 november 2006 van het Directiecomité van het Intergemeentelijk samenwerkingsverband voor ruimtelijke ordening en socio-economische expansie Solva om het perceel ruwbouw en afwerking van het ‘project Herzele-l’Ouate’ niet aan de NV Sogiaf en de NV Gillion, samen vormend de tijdelijke vennootschap TV Sogiaf-Gillion te gunnen”; Gelet op het arrest nr. 169.271 van 22 maart 2007 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de NV Ondernemingen Arthur Moens in het administratief kort geding wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 2 april 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State is aan de verzoekende partijen ervan kennis gegeven, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord; XII-4948-2/4 Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Het arrest nr. 169.271 van 22 maart 2007 heeft de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Te hunnen aanzien geldt een vermoeden van afstand van het geding, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Het door de tussenkomende partij teveel gekweten recht van 125 euro, dient haar te worden terugbetaald. XII-4948-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig december 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4948-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.078 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.317 ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.271 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.