id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.080 Rolnummer: A. 146946/IX-4039 Zaak: Arrest 178080 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 20/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-14 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:46 Fiche Arrest nr 178.080 van 20 december 2007 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.080 van 20 december 2007 in de zaak A. 146.946/IX-
- In zake : Alfons SAENEN, wonende te BONHEIDEN, Rijmenamseweg 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alfons SAENEN op 5 januari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 3 juni 2003 van de minister van Landsverdediging waarbij hem het statuut van inlichtings- en actieagent geweigerd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 5 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 11 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4039-1/6 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van kolonel militair- administrateur R. GERITS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- De besluitwet van 16 februari 1946 ter aanvulling en vervanging van de besluitwet van 1 september 1944 betreffende de inlichtings- en actieagenten voorziet in een statuut van inlichtings- en actieagent voor burgers of militairen die door de minister van Justitie of door de minister van Landsverdediging rechtstreeks of onrechtstreeks belast werden met bijzondere opdrachten in vreemd gebied of in door de vijand bezet of ontruimd gebied. De wet van 1 december 1969 houdende vaststelling van de uiterste datum van ontvankelijkheid van kandidaturen tot de voordelen van het statuut der inlichtings- en actieagenten bepaalt dat de kandidaturen tot de hoedanigheid van inlichtings- en actieagent op straffe van verval ten laatste zes maanden na de bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad bij de minister van Justitie moesten toekomen. De wet van 26 januari 1999 houdende nieuwe maatregelen ten voordele van de oorlogsslachtoffers, in werking getreden op 8 maart 1999, heropent de termijn voor het indienen van aanvragen tot het bekomen van een aantal statuten van nationale erkentelijkheid, waaronder het statuut van inlichtings- en actieagent. Die wet richt ook een Commissie van nationale erkentelijkheid op die over een afzonderlijke kamer beschikt om krachtens artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot regeling van de werkzaamheden van de Commissie van nationale erkentelijkheid na te gaan of de voorwaarden opgelegd door de wetten en besluiten voor het toekennen van het statuut van inlichtings- en actieagent vervuld zijn. IX-4039-2/6 1.
- Verzoeker dient op 28 december 1999 een aanvraag in om het statuut van inlichtings- en actieagent te verkrijgen. 1.
- De Commissie van nationale erkentelijkheid bevoegd voor het eershalve toekennen van het statuut van inlichtings- en actieagent, stelt in haar zitting van 19 maart 2003 voor om verzoeker het statuut van inlichtings- en actieagent niet toe te kennen, “gezien het statuut (...) aan betrokkene in het verleden reeds werd geweigerd en daar zijn activiteiten reeds werden gehonoreerd door het statuut van gewapend weerstander”. 1.
- In het vak “Beslissing MLV” onderaan het advies van de commissie plaatst de minister van Landsverdediging op 3 juni 2003 naast de vermelding “refus” zijn handtekening. Dit is de bestreden beslissing, die ter kennis gebracht wordt van verzoeker met een brief van 3 november
- De ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij voert in haar memorie van antwoord aan dat het beroep niet ontvankelijk is wegens miskenning van artikel 2, § 1, 2/, van het algemene procedurereglement van de Raad van State -thans artikel 2 § 1, 3/-, doordat het verzoekschrift geen ontvankelijk rechtsmiddel bevat. Uit het verzoek- schrift zou niet blijken op welke wijze de bestreden beslissing een wettelijke of reglementaire bepaling miskent.
- Volgens zijn memorie van wederantwoord meent verzoeker voldaan te hebben aan de vereiste van artikel 2, § 1, 2/, van het procedurereglement, aangezien hij aangevoerd heeft dat het “een blanco-beslissing” betreft, aangezien het advies van de commissie te oppervlakkig is en elke grondslag mist en aangezien het dossier met de nauwgezette rapporten inzake de SRA-activiteiten bij de beslissing gevoegd had moeten zijn.
- Als annulatierechter komt het de Raad van State niet toe de zaak opnieuw ten gronde te onderzoeken. Hij mag enkel nagaan of de bestreden beslissing overeenkomstig de wet genomen is. IX-4039-3/6 Een annulatieberoep is slechts ontvankelijk wanneer minstens één ontvankelijk rechtsmiddel aangevoerd wordt. Dat betekent dat de verzoeker, weze het summier maar toch voldoende duidelijk, minstens één onwettigheid moet aanwijzen die de bestreden beslissing vitieert.
- De uiteenzetting van de middelen in het verzoekschrift is summier. Toch kan met voldoende zekerheid vastgesteld worden dat verzoeker de vernietiging van de bestreden beslissing vordert omdat zij aangetast is door twee vormgebreken, met name enerzijds het ontbreken van enige motivering of verwijzing naar het advies van de commissie en anderzijds het niet-specifiëren van de vroegere weigeringsbeslissing. De exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen. De grond van de zaak
- In een enig middel voert verzoeker als eerste vormgebrek aan dat, waar de commissie stelt dat het statuut van inlichtings- en actieagent hem in het verleden reeds geweigerd werd, zij terzake niets specifieert. Hij heeft wel vernomen dat de staatsveiligheid hem zelf erkend had als inlichtings- en actieagent en twee van zijn medewerkers als hulpagent, maar hij heeft nooit een schriftelijke weigering ontvangen. Als tweede vormgebrek voert hij aan dat de bestreden beslissing een blanco-beslissing is zonder enige motivering en zonder verwijzing naar het advies van de commissie en naar de aard en de datum van de -volgens hem onbestaande- weigering. Hij merkt op dat in de ruimte voorzien voor de beslissing van de minister, naast de handtekening van de minister enkel het woord “refus” vermeld staat, terwijl dit woord nergens terug te vinden is in het groene boekje der Nederlandse taal noch in enig ander verklarend woordenboek. Aangezien aldus in het vak “Beslissing” enkel een datum terug te vinden is, moet aangenomen worden dat er eigenlijk niets beslist is. Voorts betoogt hij dat zijn erkenning als gewapend weerstander, waar de commissie gewag van maakt, gebaseerd is op een ander dossier dat een andere periode betreft en dat hij zijn dossier inzake de erkenning als inlichtings- en IX-4039-4/6 actieagent niet heeft kunnen raadplegen, omdat het onvindbaar was, hetgeen bewijst dat de bestreden beslissing genomen is zonder dossier.
- De twee vormgebreken die verzoeker aanvoert, situeren zich binnen het kader van de formele motiveringsplicht. Overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten beslissingen uitdrukkelijk gemotiveerd worden. De bestaansreden van die verplichting is erin gelegen dat de rechtzoekende zou weten waarom een in zijnen hoofde ongunstige beslissing genomen werd en dit, onder meer, teneinde hem in staat te stellen eventueel op nuttige wijze daartegen in rechte op te komen.
- Door onderaan het advies van de Commissie voor het eershalve toekennen van het statuut van Inlichtings- en actieagent te vermelden dat de aanvraag geweigerd werd en daarbij zijn handtekening te plaatsen, heeft de minister van Landsverdediging duidelijk te kennen gegeven zich aan te sluiten bij de volledige inhoud van het advies. Dat advies zelf berust op het motief dat “het statuut van Inlichtings- en Actieagent aan betrokkene in het verleden reeds werd geweigerd en (dat) zijn activiteiten reeds werden gehonoreerd door het statuut van gewapend weerstander”. De minister heeft zich onmiskenbaar deze motieven eigen gemaakt zodat ze integraal deel uitmaken van zijn beslissing. Het advies werd aan verzoeker medegedeeld. Hij heeft aldus een volledig beeld gekregen van de redenen van de ministeriële weigering.
- Met een brief van 16 juli 1963, die verzoeker blijkens de memorie van wederantwoord wel degelijk ontvangen heeft, heeft de administrateur van de staatsveiligheid aan verzoeker meegedeeld dat het statuut van inlichtings- en actieagent hem niet verleend kon worden, aangezien zijn clandestiene activiteit tijdens de oorlog gebeurde buiten de inlichtings- en actiediensten. Aangezien de weigeringsbeslissing waarnaar de Commissie verwijst terdege door verzoeker gekend was, kan hij zich niet beroepen op onduidelijkheden bij het aanhalen van die beslissing in het kader van de motivering van het hier bestreden besluit.
- Het advies van de Commissie verwijst ook naar het feit dat de activiteiten van verzoeker reeds werden gehonoreerd doordat hem het statuut van gewapend weerstander werd toegekend. Verzoeker toont niet aan dat dit motief in feite onjuist of in rechte niet dienstig kan zijn om het bestreden besluit te onder- bouwen. IX-4039-5/6
- De door verzoeker aangevoerde argumenten tonen niet aan dat het bestreden besluit de formele motiveringswet miskent. Het enig middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 20 december 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-4039-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.080 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.