id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.161 Rolnummer: A. 185115/XII-5206 Zaak: Arrest 178161 - Wapens - 20/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:48 Fiche Arrest nr 178.161 van 20 december 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.161 van 20 december 2007 in de zaak A. 185.115/XII-
- In zake : Khaled CHABCHOUB, die woonplaats kiest bij advocaat S. Verhoye, kantoor houdende te Kortrijk, Minister Lefevrelaan 9 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Khaled Chabchoub op 12 september 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 13 juli 2007 van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen om zijn aanvraag voor vergunningen tot het voorhanden hebben van elf vuurwapens onontvankelijk te verklaren en om hem het recht te ontzeggen nog langer over de betrokken vuurwapens te beschikken; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten over het beroep tot nietigverklaring opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing; XII-5206-1/8 Gelet op de beschikking van 23 november 2007, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 december 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van attaché A. Vandenbroucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
- Op 13 maart 2007 wordt door de lokale politie zone M.I.D.O.W. aan de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen ter kennis gebracht dat verzoeker zich in het kader van de nieuwe wapenwet had gemeld teneinde voor elf geregistreerde jacht- en sportwapens vergunningen te verkrijgen. In het bericht aan de gouverneur wordt meegedeeld : “Er zijn ons gerechtelijke antecedenten gekend”. Blijkens een bijgevoegd uittreksel uit het strafregister is verzoeker bij arrest van 13 januari 1997 door het hof van beroep te Gent veroordeeld wegens opzettelijke slagen en verwondingen. XII-5206-2/8 Op 14 maart 2007 wordt door het provinciebestuur aan de procureur des Konings te Kortrijk advies gevraagd betreffende de eventuele schrapping van de registratie van verzoekers vuurwapens. De procureur des Konings te Kortrijk verleent op 18 april 2007 het volgende advies : “In antwoord op uw schrijven van 14.03.2007 onder hoger geciteerde referte, inzake de eventuele schrapping van de registratie van vuurwapens op naam van Chabchoub Khaled meent mijn ambt dat een schrapping aangewezen is. Hij werd op 13.01.1997 door het Hof van Beroep te Gent veroordeeld voor opzettelijke slagen en verwondingen. Hij blijkt ook deel uit te maken van een bende oplichters waartegen nu nog steeds een onderzoek loopt. Betrokkene is een agressief en onbetrouwbaar individu en het voorhanden hebben van een vuurwapen is een gevaar voor de openbare orde en veiligheid”. Op 13 juli 2007 beslist de gouverneur van de provincie West- Vlaanderen de aanvraag van verzoeker voor elf vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens onontvankelijk te verklaren. Tevens wordt verzoeker het recht ontzegd nog langer over die vuurwapens te beschikken. De beslissing steunt op de volgende overwegingen : “Overwegende dat een vergunning pas wordt afgeleverd aan personen die voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel 11 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens; Overwegende dat artikel 11, § 3, 1/ tot 9/ van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens onder meer de voorwaarden waaraan de verzoeker dient te voldoen omschrijft; Overwegende dat het niet voldoen aan deze voorwaarden na een objectief onderzoek van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen kan leiden tot een beslissing van onontvankelijkheid van het verzoek van de aanvrager; Overwegende dat de aanvrager is veroordeeld als dader of medeplichtige wegens één van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4, 1/ tot 4/ van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van de economische en individuele activiteiten met wapens; Overwegende dat het verzoek van de heer Chabchoub Khaled niet voldoet aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 11 van de wet van juni 2006 houdende regeling van de economische en individuele activiteiten, meer bepaald doordat hij veroordeeld is geweest wegens één van de misdrijven vermeld in artikel 5, § 4, 1/ tot 4/ van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van de economische en individuele activiteiten met wapens; Overwegende dat gelet op het voorgaande het bijgevolg niet mogelijk is de aanvraag aan een verder onderzoek te onderwerpen omdat betrokkene aan één van de primaire ontvankelijkheidsvoorwaarden niet kan voldoen, wegens de XII-5206-3/8 veroordeling van betrokkene voor het Hof van Beroep te Gent wegens opzettelijke slagen en verwondingen op 13 januari 1997”. Het annulatieberoep Stelling van de verzoeker
- In het verzoekschrift betwist verzoeker de motivering van het bestreden besluit, omdat de verwijzing naar een veroordeling van 1997 betreffende feiten van 1995 niet zou beantwoorden aan “de ratio legis en de finaliteit van de wetgever”. Hij licht onder meer toe dat de feiten waarvoor hij veroordeeld werd een vechtpartij zonder wapens betreffen, dat hij de gevolgen van de straf heeft ondergaan en de burgerlijke partijen heeft vergoed, en dat het om feiten van meer dan twaalf jaar geleden gaat. Voorts doet hij gelden dat de gelijkheid tussen de burgers en derhalve de artikelen 10 en 11 van de Grondwet worden geschonden, doordat personen die voor dezelfde feiten een veroordeling hebben opgelopen, maar eerherstel hebben aangevraagd, wel een vergunning krijgen. Verzoeker voert vervolgens aan dat hij na zijn veroordeling nooit meer om redenen van agressie of bedreigingen in contact is gekomen met het gerecht, dat hij de wapens nooit gebruikt heeft en het grotendeels om familiebezit gaat, dat zijn echtgenote geen bezwaar heeft tegen het bezit van de wapens, dat hij zich in het maatschappelijk leven geïntegreerd heeft, en dat hij noch agressief, noch onbetrouwbaar is. Ten slotte stelt verzoeker dat hij nooit werd gehoord en dat derhalve niet werd voldaan aan een substantiële geldigheidsvereiste. XII-5206-4/8 Beoordeling
- Artikel 11, § 3, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (hierna: de wet van 8 juni 2006) schrijft aangaande vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens het volgende voor : “De vergunning wordt slechts verleend aan personen die voldoen aan de volgende voorwaarden : [...] 2/ niet zijn veroordeeld als dader of medeplichtige wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4, 1/ tot 4/; [...]”. Artikel 5, § 4, van dezelfde wet bepaalt : “Niettemin zijn de aanvragen van de volgende personen onontvankelijk : [...] 2/ personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bepaald in : [...] b) de artikelen 101 tot 135quinquies, 193 tot 214, é tot 236, 269 tot 274, 313, 322 tot 331, 336, 337, 344, 345, 347bis, 392 tot 415, 423 tot 442, 461 tot 488, 510 tot 518 en 520 tot 525 van het Strafwetboek; [...]”.
- Verzoeker is bij arrest van 13 januari 1997 door het hof van beroep te Gent veroordeeld geworden voor feiten van opzettelijke slagen en verwondingen. Het wordt niet betwist dat hij derhalve een veroordeling heeft opgelopen als bedoeld in artikel 5, § 4, 1/ tot 4/, van de wet van 8 juni 2006 en dus niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor het verkrijgen van een wapenvergunning. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 8 juni 2006 blijkt dat met de wet, in het kader van een veiligheidsbeleid inzake wapens, “een beperking van de verspreiding van de persoonlijke bewapening” werd beoogd, onder meer door “een versterkt toezicht op het individueel wapenbezit” (Gedr. St. Kamer 2005-06, stuk 2263/001, 17). De wet maakt wat de veroordelingen voor misdrijven betreft die een vergunning in de weg staan, geen onderscheid naargelang bij het XII-5206-5/8 misdrijf al dan niet gebruik is gemaakt van wapens, of naar gelang van het tijdstip waarop die misdrijven werden gepleegd.
- Waar verzoeker in zijn verzoekschrift meedeelt geen herstel in eer en rechten te hebben aangevraagd, liet hij naderhand weten, overigens zonder het te bewijzen, wél een verzoek daartoe te hebben ingediend. Wat er ook van zij, het is zonder belang. Het louter indienen van een aanvraag tot herstel in eer en rechten is in voorkomend geval hoe dan ook onvoldoende opdat verzoeker de toepassing van de vergunningsvoorwaarde van artikel 11, § 3, 2/, juncto 5, § 4, 1/ tot 4/, van de wet van 8 juni 2006 kan ontlopen en zou kunnen vermijden dat zijn vergunningsaanvraag op grond van die artikelen wordt afgewezen. Een herstel in eer en rechten wordt slechts toegekend na een onderzoek door de procureur des Konings, bij een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling. De betrokkene moet daartoe aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo vergt artikel 624 van het Wetboek van strafvordering dat hij tijdens een proeftijd blijk heeft gegeven van verbetering en van goed gedrag is geweest. De toestand van verzoeker aan wie geen eerherstel is verleend, is geenszins vergelijkbaar met de toestand van iemand die eerherstel heeft gekregen.
- De gouverneur is verplicht de aanvraag af te wijzen wanneer de betrokkene niet aan de voorwaarden bepaald in 11, § 3, 2/, juncto 5, § 4, 1/ tot 4/, van de wet van 8 juni 2006 voldoet. Hij beschikt terzake niet over enige discretionaire bevoegdheid. De argumenten die verzoeker aanvoert om zijn aanvraag toch ingewilligd te zien -het feit dat hij met de wapens niemand bedreigd heeft, dat de wapens familiebezit zijn, dat zijn echtgenote geen bezwaar heeft, en dat hij zich in het maatschappelijk leven geïntegreerd heeft- zijn derhalve niet relevant. In die omstandigheden, en aangezien het feit of verzoeker al dan niet veroordeeld is als dader of medeplichtige wegens een van de misdrijven bedoeld XII-5206-6/8 in artikel 5, § 4, 1/ tot 4/, van de wet van 8 juni 2006, vatbaar is voor directe, eenvoudige vaststelling door het bestuur, zodat er door de betrokkene niets tegen ingebracht kan worden, was verwerende partij niet verplicht verzoeker te horen. Na de constatering van het feit van de veroordeling kon en mocht de verwerende partij niets anders doen dan de aanvraag van verzoeker afwijzen omdat hij de gestelde voorwaarden niet vervult.
- Het enige middel is niet gegrond. De vordering tot schorsing
- De hierna uit te spreken verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt noodzakelijk de verwerping mee van de vordering tot schorsing. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5206-7/8 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig december 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5206-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.178.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div