← België

Cassatiebeschikking 1012 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.012 Rolnummer: A. 184295/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1012 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-02 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-30 04:49 Fiche Beschikking nr 1.012 van 27 juli 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1012 van 27 juli 2007 in de zaak A. 184.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat T. VAN CANNEYT, kantoor houdende te 1200 BRUSSEL, Brand Whitlocklaan 30 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 6 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nummer 56 van 15 juni 2007; Gelet op de ontvangst, op 24 juli 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van de motiveringplicht omdat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in de motieven van zijn arrest geen rekening houdt met de door haar in de loop van de procedure neergelegde identiteitskaarten van haar en haar vader, en evenmin motiveert waarom met deze stukken geen rekening werd gehouden; Overwegende dat de verzoekende partij op 3 augustus 2006 bijkomende stukken indiende bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; dat artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen bepaalde dat de documenten waarvan de vreemdeling of zijn advocaat willen gebruik maken, in originele vorm of onder vorm van een kopie aan de Commissie worden voorgelegd en, indien zij in een andere taal dan deze van 184.295-1/2 de rechtspleging opgesteld werden, dienen vergezeld te zijn van een voor eensluidend verklaarde vertaling, en dat bij gebreke aan een dergelijke vertaling, de Commissie niet verplicht is deze documenten in overweging te nemen; dat artikel 8 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelin- genbetwistingen een gelijkaardige bepaling bevat; dat uit de stukken van het dossier blijkt dat geen vertaling was bijgevoegd, zodat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in zijn arrest deze stukken niet in overweging diende te nemen; dat het middel kennelijk niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zevenentwintig juli tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. A. BEIRLAEN. 184.295-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.