id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.016 Rolnummer: A. 184326/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1016 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-03 Raadplegingen: 44 - laatst gezien 2026-06-30 04:50 Fiche Beschikking nr 1.016 van 27 juli 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1016 van 27 juli 2007 in de zaak A. 184.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. WOUTERS, kantoor houdende te 3530 HOUTHALEN-HELCHTEREN, Grote baan 92 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraakse nationaliteit, op 11 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nummer 496 van 2 juli 2007; Gelet op de ontvangst, op 24 juli 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel de schending aanvoert van “de regels van behoorlijk bestuur”; dat hij in een tweede middel de schending aanvoert van de artikelen 52 en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen (Vreemdelingenwet) en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat de verzoekende partij in een derde middel “humanitaire gronden” aanvoert; Overwegende dat “de regels van behoorlijk bestuur”, zoals uit de benaming alleen reeds blijkt, niet van toepassing zijn op de beslissingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, dat een administratief rechtscollege is en jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat hetzelfde moet worden vastgesteld in de mate dat de verzoekende 184.326-1/2 partij de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van artikel 62 van de Vreemdelingenwet; dat het middel geput uit “humanitaire gronden” niet van aard is dat het tot cassatie van de bestreden beslissing kan leiden, vermits geen schending van de wet of van een substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste wordt aangevoerd; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zevenentwintig juli tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. A. BEIRLAEN. 184.326-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.016 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.