← België

Cassatiebeschikking 1108 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/08/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 09 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.108 Rolnummer: A. 184467/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1108 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-14 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-30 04:51 Fiche Beschikking nr 1.108 van 9 augustus 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1108 van 9 augustus 2007 in de zaak A. 184.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. BUYSSE, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 597 tegen de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE RAAD VAN STATE, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 20 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nummer 106 van 15 juni 2007; Gelet op de ontvangst, op 1 augustus 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending opwerpt van artikel 235 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), doordat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn wettelijke bevoegdheid zou overschrijden, nu hij geen enkele onderzoeksbevoegdheid meer zou hebben en zich uitsluitend op de elementen uit het administratief dossier zou mogen beroepen; dat de verzoekende partij niet concreet aangeeft welke elementen de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in casu niet in zijn beoordeling had mogen betrekken; dat het middel in die mate kennelijk niet ontvankelijk is; 184.467-1/2 Overwegende dat artikel 57/22 van de Vreemdelingenwet werd opgeheven bij artikel 194 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, met ingang van 1 december 2006; dat het middel in die mate kennelijk niet ontvankelijk is; Overwegende dat het middel, wat betreft de beweerde schending van de motiveringsplicht, van het recht van verdediging en van de zorgvuldigheidsverplichting, zoals door de verzoekende partij geadstrueerd, neerkomt op een verzoek om de asielaanvraag opnieuw te onderzoeken; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter enkel de wettigheid van de hem voorgelegde beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen mag nagaan; dat luidens artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de afdeling administratie in geval van cassatieberoep “niet in de beoordeling van de zaak zelf” treedt; dat bovendien de verzoekende partij zelf in het middel de onderzoeksbevoegd- heid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betwist; dat het middel ook in die mate kennelijk niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op negen augustus tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. M.-R. BRACKE. 184.467-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.108 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.