id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.147 Rolnummer: A. 184563/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1147 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-20 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Beschikking nr 1.147 van 14 augustus 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1147 van 14 augustus 2007 in de zaak A. 184.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE RAAD VAN STATE, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 26 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nummer 412 van 25 juni 2007; Gelet op de ontvangst, op 8 augustus 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van de motiveringsverplichting opwerpt, omdat in het bestreden arrest niet wordt gemotiveerd waarom aan de verzoekende partij de status van vluchteling en de subsidiaire beschermingsstatus worden geweigerd; dat de verzoekende partij voor het overige aanvoert dat zij slechts met een schrijven van 5 juni 2007 werd opgeroepen voor de zitting op 20 juni 2007, zodat de termijn van vijftien dagen niet werd gerespecteerd, en dat zij niet op de hoogte was van de zitting; Overwegende dat uit de stukken van het dossier blijkt dat de oproeping voor de zitting van 20 juni 2007 per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs op 5 juni 2007 werd verstuurd naar het adres waar de verzoekende partij keuze van woonplaats had gedaan, namelijk Blijde Inkomststraat 57 te 3000 Leuven; dat deze brief met de mededeling “niet afgehaald” werd teruggestuurd naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat 184.563-1/2 vooreerst wordt opgemerkt dat artikel 39/75, tweede lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) voor de beroepen met volle rechtsmacht zoals in casu, bepaalt dat de partijen ten minste acht dagen op voorhand van de datum van de terechtzitting in kennis worden gesteld, zodat de oproeping tijdig werd verstuurd en de verzoekende partij regelmatig werd opgeroepen; dat vervolgens wordt opgemerkt dat de verzoekende partij de zending niet heeft afgehaald; dat zich in het administratief dossier geen adreswijziging van de verzoekende partij bevindt, zodat de oproeping naar het correcte adres werd verstuurd; dat de verzoekende partij geen reden van overmacht opgeeft voor het niet afhalen van de aangetekende zending; dat bijgevolg vaststaat dat de verzoekende partij regelmatig werd opgeroepen voor de zitting van 20 juni 2007; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, na te hebben vastgesteld dat de verzoekende partij niet aanwezig was, noch vertegenwoor- digd, derhalve geen uitspraak over de asielaanvraag en de subsidiaire beschermingsstatus kon doen; dat het enig middel kennelijk niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op veertien augustus tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. M.-R. BRACKE. 184.563-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.147 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.