← België

Cassatiebeschikking 1227 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/08/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.227 Rolnummer: A. 184619/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1227 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-06 Raadplegingen: 46 - laatst gezien 2026-06-30 04:53 Fiche Beschikking nr 1.227 van 30 augustus 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1227 van 30 augustus 2007 in de zaak A. 184.619. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. ENGELEN, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Catharinaplein 15 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Armeense nationaliteit, op 31 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nr. 489 van 28 juni 2007; Gelet op de ontvangst, op 20 augustus 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in het eerste middel stelt dat de bestreden beslissing hem fout betekend werd; Overwegende, wat het eerste middel betreft, dat een fout in de betekening geen invloed heeft op de wettigheid van de akte zelf; dat het middel niet tot cassatie kan leiden; Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 39/60 en 39/76 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen, doordat de op de terechtzitting neergelegde stukken niet in overweging werden genomen; 184.619-1/2 Overwegende dat uit het bestreden arrest blijkt dat ter terechtzitting drie krantenartikels werden neergelegd; dat deze stukken niet in overweging werden genomen omwille van het feit dat er geen vertaling bijgevoegd was; dat de bewering dat de stukken aan verzoeker pas uit Armenië zijn toegekomen daags voor de zitting op zich niet volstaat om aan te tonen dat verzoeker deze gegevens niet vroeger had kunnen inroepen; dat verzoeker niet aantoont dat de beslissing in strijd is met de voormelde artikelen 39/60 en 39/76; dat het tweede middel kennelijk niet gegrond is; Overwegende, wat het derde middel betreft, dat artikel 1, A,

(2)van de Vluchtelingenconventie geen rechtstreekse werking heeft; dat het derde middel niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertig augustus tweeduizend en zeven, door : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. R. STEVENS. 184.619-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.227 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.