id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.357 Rolnummer: A. 185254/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1357 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 09/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-12 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Beschikking nr 1.357 van 9 oktober 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1357 van 9 oktober 2007 in de zaak A. 185.254 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Ethiopische nationaliteit, op 24 september 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 19 juli 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 23 augustus 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 4 oktober 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De verzoekende partij beweert in een enig middel dat zij niet behoorlijk werd opgeroepen voor de zitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan blijkt dat de oproeping werd verzonden naar de door de verzoekende partij gekozen woonplaats. De verzoekende partij toont niet aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op regelmatige wijze vóór de bewuste terechtzitting op de hoogte was gesteld van enige wijziging van de gekozen woonplaats. 1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op negen oktober tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.357 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.