id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.470 Rolnummer: A. 185528/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1470 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 30/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-07 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 04:55 Fiche Beschikking nr 1.470 van 30 oktober 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1470 van 30 oktober 2007 in de zaak A. 185.528 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. M. MANESSE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Galerij Naamse Poort 23/2 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Pakistaanse nationaliteit, op 17 oktober 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 17 september 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 19 september 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 26 oktober 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel roept de verzoekende partij de schending in van artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek, van artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van artikel 149 van de Grondwet en van het recht van verdediging. De verzoekende partij stelt eveneens dat er sprake is van een “duidelijke beoordelingsfout”. Zij betoogt in wezen dat zij niet behoorlijk werd opgeroepen voor de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 1/2 Uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan blijkt dat de oproeping voor de zitting, overeenkomstig de geldende voorschriften, werd verzonden naar de door de verzoekende partij gekozen woonplaats. De verzoekende partij beweert, maar bewijst niet, dat zij ingevolge een geval van overmacht die kennisgeving niet heeft ontvangen. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op dertig oktober tweeduizend en zeven, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.470 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.