id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.550 Rolnummer: A. 185643/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1550 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-29 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Beschikking nr 1.550 van 22 november 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1550 van 22 november 2007 in de zaak A. 185.643 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. HELLIN, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus 1 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 29 oktober 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2237 van 1 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 14 november 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel roept de verzoekende partij de schending in van artikel 149 van de Grondwet, van de algemene zorgvuldigheidsplicht en van de artikelen 39/65, 48/3 en 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Zij verwijt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de feitelijke gegevens van de zaak verkeerd te hebben weergegeven, meer bepaald wat betreft de datum waarop de verzoekende partij in België is binnengekomen. De verzoekende partij toont echter niet aan dat deze beweerde onvolkomenheid de strekking van de bestreden beslissing heeft beïnvloed. 185.643-1/2 In een tweede middel worden dezelfde rechtsregels geschonden geacht. Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat de verzoekende partij opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op tweeëntwintig november tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 185.643-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.550 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.