← België

Cassatiebeschikking 1554 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.554 Rolnummer: A. 185655/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1554 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-29 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Beschikking nr 1.554 van 22 november 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1554 van 22 november 2007 in de zaak A. 185.655 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. MICHOLT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 7B tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraakse nationaliteit, op 29 oktober 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2172 van 28 september 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 14 november 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel roept de verzoekende partij de schending in van het recht van verdediging. In dit middel wordt kritiek geleverd op de appreciatie door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van de bewijswaarde van de door de Belgische Ambassade verstrekte informatie. Daarover oordeelt de feitenechter op onaantastbare wijze. In een tweede middel wordt de schending ingeroepen van de artikelen 39/76, 48/4 en 77, §3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen , van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de richtlijn 2004/83/EG van 29 april 2004 inzake 185.655-1/3 minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming. Dit middel komt neer op een kritiek op de feitelijke beoordeling van de gegevens met betrekking tot de subsidiaire bescherming. Ook die feitelijke gegevens worden op onaantastbare wijze door de feitenrechter beoordeeld. In een derde middel wordt de schending ingeroepen van het beginsel van familie-eenheid, van de artikelen 17 en 23 van het Internationaal Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten, goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981, van de artikelen 8 en 12 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 en van de materiële motiveringsplicht. Het middel komt neer op een kritiek op de gevolgen van de bestreden beslissing, die enkel te oordelen had over de aanvraag van de verzoekende partij om het statuut van politiek vluchteling of desgevallend de subsidiaire bescherming te bekomen. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 185.655-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op tweeëntwintig november tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 185.655-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.554 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.