id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.636 Rolnummer: A. 185786/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1636 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-10 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Beschikking nr 1.636 van 30 november 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1636 van 30 november 2007 in de zaak A. 185.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat L. VERHEYEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 12, bus 6 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Bhutanese nationaliteit, op 9 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 3086 van 25 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst, op 23 november 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivering van de bestuurshandelingen, van de artikelen 57/6 en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een administratief rechtscollege is; dat bijgevolg de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, niet van toepassing zijn op zijn beslissingen; dat 185.786-1/2 artikel 57/6 van de Vreemdelingenwet enkel betrekking heeft op de bevoegdheden van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; dat het eerste middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat, wat het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde middel betreft, artikel 3, § 2, 9/, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State voorschrijft dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de cassatiemiddelen dient te bevatten; dat onder “middel” wordt begrepen een voldoende duidelijke omschrijving van de door de bestreden beslissing overtreden rechtsregel of rechtsprincipe en van de wijze waarop die rechtsregel of rechtsprincipe door de bestreden beslissing wordt geschonden; dat de aangevoerde middelen enkel een opsomming van verdragsbepalingen, wetsbepalingen of rechtsbeginselen bevatten, al dan niet aangevuld met een theoretische uiteenzetting; dat verzoekster nergens concreet uiteenzet waar en hoe de aangevoerde rechtsnormen de bestreden beslissing schenden; dat het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde middel derhalve onontvankelijk zijn; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertig november tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 185.786-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.636 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.