← België

Cassatiebeschikking 1649 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 03/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 03 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.649 Rolnummer: A. 185787/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1649 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 03/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-12-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Beschikking nr 1.649 van 3 december 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1649 van 3 december 2007 in de zaak A. 185.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat St. LAUWERS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Waversesteenweg 214 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Pakistaanse nationaliteit, op 10 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2431 van 8 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst, op 23 november 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 48/3 en 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet) en van artikel 1, 2 van de Vluchtelingenconventie; dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet en van de schending van artikel 10, 1, d, van de richtlijn 2004/83/EG van de Europese Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft; 185.787-1/2 Overwegende dat in het bestreden arrest uitspraak wordt gedaan over een beslissing tot weigering van in overwegingname van een (tweede) asielaanvraag; dat in het bestreden arrest de middelen die verzoeker aanvoert tegen de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken worden beantwoord en het beroep dienvolgens wordt verworpen; dat in beide middelen, zoals door verzoeker geadstrueerd, wordt beoogd dat de Raad van State van de feiten kennis zou nemen en de zaak opnieuw zou onderzoeken; dat de middelen derhalve niet ontvankelijk zijn in graad van administratieve cassatie; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op drie december tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 185.787-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.649 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.