id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.784 Rolnummer: A. 185878/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1784 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-10 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 04:59 Fiche Beschikking nr 1.784 van 21 december 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1784 van 21 december 2007 in de zaak A. 185.878 In zake : XXXXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 16 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2538 van 12 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 30 november 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat het zorgvuldigheids- beginsel en de materiële motiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur derhalve niet van toepassing zijn op zijn arresten; dat de verzoekende partij in het middel slechts stelt dat de minister van Binnenlandse Zaken bij het nemen van de bestreden beslissing op 23 mei 2007 kennis had van “de door verzoeker op 06.04.2007 aangehaalde overwegingen” en daar, anders dan in het bestreden arrest wordt gesteld, dus op had moeten antwoorden; dat de verzoekende partij echter voorbijgaat aan het motief dat de bedoelde aanvulling van 6 april 2007 “door het betrokken stadsbestuur op 15 juni 2007 aan de gemachtigde van de Minister werd overgemaakt” en dit motief niet aanvecht, dat het enige middel kennelijk niet-ontvankelijk is, 185.878-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op éénentwintig december tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 185.878-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.784 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.