id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.789 Rolnummer: A. 185905/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1789 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-21 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 04:59 Fiche Beschikking nr 1.789 van 21 december 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1789 van 21 december 2007 in de zaak A.185.905 In zake : XXXXX, tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Syrische nationaliteit op 16 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2725van 17 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 30 november 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een administratief rechtscollege is, en dat bijgevolg noch artikel 62 van de Vreemdelingenwet, noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, noch de motiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zijn op zijn beslissingen; dat het eerste en het tweede middel derhalve kennelijk niet-ontvankelijk zijn; Overwegende dat, anders dan in het bestreden arrest wordt overwogen, niet valt in te zien waarom de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege “niet de bevoegdheid heeft om artikel 3 E.V.R.M. rechtstreeks te toetsen”, vermits deze verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft; dat in het bestreden arrest echter de concrete door de verzoekende partij aangevoerde elementen worden onderzocht waarna wordt besloten dat er geen reëel risico op ernstige schade bij een terugkeer naar het land van herkomst bestaat; dat de verzoekende partij met de algemene stelling dat het niet veilig is in 185.905-1/2 het land van herkomst, niet aannemelijk maakt dat de toetsing aan artikel 3 van het E.V.R.M. ruimer of anders had moeten zijn dan de beoordeling die in het bestreden arrest is gemaakt; dat de aangevoerde schending van artikel 3 van het E.V.R.M. de strekking van de bestreden beslissing aldus niet kan hebben beïnvloed; dat het derde middel om die reden kennelijk niet- ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op éénentwintig december tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 185.905-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.789 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.