← België

Cassatiebeschikking 1790 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.790 Rolnummer: A. 185536/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 1790 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/12/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-15 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-30 04:59 Fiche Beschikking nr 1.790 van 21 december 2007 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 1790 van 21 december 2007 in de zaak A. 185.536 In zake : XXXXX die woonplaats kiest bij advocaat K. DE HAES, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 349/20 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Chinese nationaliteit, op 19 oktober 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 1776 van 18 september 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 5 november 2007; Gelet op beschikking nr. 1531 van 22 november 2007 van de Raad van State; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het cassatieberoep van de verzoekende partij met ‘s Raads beschikking nr. 1531 van 22 november 2007 niet toelaatbaar werd verklaard omdat het verzoekschrift tot cassatie in het Frans was opgesteld; dat het echter geen asielzaak betreft, zodat de taalvereiste van artikel 66, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet geldt; dat het daarom past de voornoemde beschikking in te trekken en de toelaatbaarheid opnieuw te beoordelen; 185.536-1/3 Overwegende dat noch het bestreden arrest noch de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 10 mei 2007 door het college van burgemeester en schepenen van de stad Oostende zijn genomen; dat de stad Oostende dan ook geen verwerende partij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen of thans voor de Raad van State is; dat het niet aan de partijen maar aan de Raad toekomt om de verwerende partij aan te duiden; dat het eerste en het tweede middel kennelijk ongegrond zijn; Overwegende dat in het bestreden arrest onder de punten 3.1.

  1. en 3.2.
  2. uitdrukkelijk wordt ingegaan op de door de verzoekende partij aangevoerde zwangerschap van haar echtgenote; dat daarmee aan de motiveringsplicht als vormvereiste voor jurisdictionele beslissingen is voldaan; dat artikel 8 van het E.V.R.M. er niet aan in de weg staat dat de vreemdeling de noodzakelijke formaliteiten moet vervullen om aan de geldende wettelijke bepalingen inzake de binnenkomst en het verblijf in het Rijk te voldoen; dat een tijdelijke terugkeer naar het land van herkomst om aan die voorwaarden te voldoen als dusdanig geen schending van artikel 8 van het E.V.R.M. inhoudt; dat het derde middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende, voor zover de verzoekende partij in de uiteenzetting van het middel een nieuwe beoordeling vraagt van de zwangerschap van haar echtgenote als buitengewone omstandigheid, dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden; dat het derde middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat de formele vereisten voor de vreemdeling om het Rijk binnen te komen en er te verblijven duidelijk zijn bepaald; dat in het bestreden arrest terecht wordt gesteld dat de door de verzoekende partij aangehaalde Richtlijn 2003/86 geen directe werking had; dat de verzoekende partij met de algemene verwijzing naar een gebrek aan “législation prévisible et accessible” niet aannemelijk maakt dat de Belgische wetgeving in strijd met de voornoemde richtlijn zou zijn; dat het derde middel in die mate kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  3. Beschikking nr. 1531 van 22 november 2007 van de Raad van State wordt ingetrokken. 185.536-2/3 Artikel
  4. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op éénentwintig december tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 185.536-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.1.790 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.