id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.109 Rolnummer: A. 179585/XIV-27782 Zaak: Cassatiebeschikking 109 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-26 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:00 Fiche Beschikking nr 109 van 22 januari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 109 van 22 januari 2007 in de zaak A. 179.585/XIV-27.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. DE WISPELAERE, kantoor houdende te 9920 LOVENDEGEM, Korfbalstraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, staatloze, op 19 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscom- missie voor vluchtelingen van 9 november 2006 waarbij wordt geweigerd de verzoekende partij als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 22 januari 2007 waarbij aan de verzoeken- de partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de ontvangst, op 8 januari 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij de schending aanvoert van de artikelen 52 en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, van de artikelen 1 en 33 van het Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, van artikel 3 van het E.V.R.M., van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke XIV-27.782-1/3 motivering van de bestuurshandelingen, van het motiveringsbeginsel, het redelijkheidsbegin- sel en van het zorgvuldigheidsbeginsel; Overwegende dat artikel 52 van de Vreemdelingenwet betrekking heeft op de ontvankelijkheidsfase van de asielprocedure, en als dusdanig niet van toepassing is op de beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een administratief rechtscollege is, op wiens beslissingen noch artikel 62 van de wet van 15 december 1980, noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, noch de door haar vermelde beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zijn; dat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens een beginselverklaring is die geen rechtstreekse werking heeft, zodat de schending van artikel 14 van voormelde Verklaring niet dienstig kan worden aangevoerd; dat artikel 1 (A) van de Vluchtelingenconventie geen rechtstreekse werking heeft; dat, wat betreft artikel 3 van het E.V.R.M. en artikel 33 van de Vluchtelingen- conventie, in het middel nergens wordt toegelicht op welke wijze de bestreden beslissing deze bepalingen schendt; dat het enig middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig januari tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, XIV-27.782-2/3 C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-27.782-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.109 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.