← België

Cassatiebeschikking 145 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 25/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 25 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.145 Rolnummer: A. 180275/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 145 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 25/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-05 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 05:00 Fiche Beschikking nr 145 van 25 januari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 145 van 25 januari 2007 in de zaak A. 180.275 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat X. VANHAELEMEESCH, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Franklin Rooseveltlaan 172-174 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Liberiaanse nationaliteit, op 15 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 28 november 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 23 januari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel roept de verzoekende partij de schending in van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 149 van de Grondwet. De formele motiveringsplicht heeft tot doel de procespartij in kennis te stellen van de redenen waarom het administratief rechtscollege de beslissing heeft genomen, zodat kan worden beoordeeld of er aanleiding toe bestaat de beroepen in te stellen waarover hij beschikt. De bestreden beslissing is formeel met redenen omkleed. De 1/2 toetsing van de formele motivering houdt in beginsel niet de beoordeling in van de inhoud van de motieven. Uit de lezing van het middel blijkt dat de verzoekende partij de materiële motiveringsplicht geschonden acht. Wanneer de Raad van State als cassatierechter een jurisdictionele beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Het feit dat de verzoekende partij het niet eens is met de beoordeling van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen maakt op zich geen middel tot vernietiging van de bestreden beslissing uit. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op vijfentwintig januari tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.145 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.