id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.174 Rolnummer: A. 180349/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 174 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 30/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-06 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 05:01 Fiche Beschikking nr 174 van 30 januari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 174 van 30 januari 2007 in de zaak A. 180.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. VERSTREPEN, kantoor houdende te 2060 ANTWERPEN, Rotterdamstraat 53 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 17 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 11 december 2006 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 26 januari 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van “de motiveringsplicht, in het bijzonder de schending van artikel 57/22 van de Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen van 15 december 1980”, en stelt dat geen argumentatie is terug te vinden waarom zij geen bescherming kon krijgen onder het subsidiaire beschermingsstatuut; dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van “artikel 48/4 van de Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen van 15 december 1980”, stellende dat “de vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen (...) een uitspraak diende te doen over de aanvraag op grond van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet, wat niet gebeurd is”; 180.349-1/2 Overwegende dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen de asielaanvraag van verzoeker vanuit het oogpunt van de subsidiaire bescherming heeft onderzocht, en dat zij haar beslissing op dit punt heeft gemotiveerd; dat verzoeker geen schending van de artikelen 48/4 en 57/22 van de Vreemdelingenwet aannemelijk maakt; dat de middelen kennelijk ongegrond zijn, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op dertig januari tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 180.349-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.