← België

Cassatiebeschikking 197 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 01/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 01 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.197 Rolnummer: A. 179905/XIV-27932 Zaak: Cassatiebeschikking 197 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 01/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-15 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-30 05:02 Fiche Beschikking nr 197 van 1 februari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 197 van 1 februari 2007 in de zaak A. 179.905/XIV-27.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. HENDRIX, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 114/
  2. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 14 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 31 oktober 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor de vluchtelingen, waarbij het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard; Gelet op de beschikking van één februari 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij op 30 januari 2006 hoger beroep heeft ingesteld bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 10 januari 2006 houdende weigering van de hoedanigheid van vluchteling; dat dit beroep als volgt luidt: “Als raadsman van de Heer XXXXX (...), stel ik bij deze beroep in tegen de beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dd. 10/01/06 (...) De redenen zullen worden toegelicht bij afzonderlijk schrijven”; XIV-27.932-1/2 dat zulks geen “uiteenzetting van feiten en middelen” in de zin van artikel 4, eerste lid, 5/, van het koninklijk besluit van 9 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtsple- ging voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen inhoudt; dat de Vaste Beroeps- commissie wettelijk kon vaststellen dat het toelichtend “afzonderlijk schrijven” het gebrek van het inleidend verzoekschrift niet kon dekken omdat het buiten de beroepstermijn werd ingediend; dat artikel 702 Ger. W. Niet als dusdanig van toepassing is op de beroepen bij de Vaste Beroepscommissie; dat het enige middel kennelijk ongegrond is; BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op één februari tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. SALIM, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, M. SALIM. C. ADAMS. XIV-27.932-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.